Zwitsers zijn EU te slim af

Sinds kort betalen EU-burgers belasting over de rente op hun Zwitserse spaargeld. Een concessie van Zwitserland, maar het land krijgt er veel voor terug. Bovendien weten veel spaarders de regeling te ontduiken.

Mevrouw A., een Française, heeft al jaren wat geld op een Zwitserse bankrekening staan. Een deel zat in obligaties. Vroeger keerde de bank haar belastingvrij rente uit. Maar deze lente heeft A. haar portefeuille ,,een beetje verbouwd''. Het komt er nu op neer dat ,,ik geen rente meer krijg maar vooral nog dividend''.

Mevrouw A. is een van de vele burgers in de Europese Unie die vóór 1 juli hun portefeuille bij een Zwitserse bank hebben aangepast. Want door een fiscaal akkoord tussen Zwitserland en de EU heft Zwitserland sinds die dag bronbelasting over de rente die particulieren uit de EU in Zwitserland krijgen. De opbrengst gaat voor 75 procent naar de fiscus van het land waarin de rekeninghouder belasting betaalt. De regeling is in de hele EU, Zwitserland, Monaco en EU-belastingparadijzen als Jersey en de Kaaimaneilanden ingevoerd om belastingvlucht te voorkomen.

Maar de bronbelasting (van 15 procent nu tot 35 procent in 2011) wordt niet op dividend geheven. Ze geldt ook niet voor bedrijven. En er zijn meer beperkingen. Vandaar dat veel rekeninghouders voor de zomer even naar Zwitserland kwamen om hun geld anders onder te brengen. De één richtte een vennootschap op. De ander laat zich nu in Zwitserse verzekeringsproducten uitbetalen. De derde heeft zijn geld in aandelen gestoken. ,,De regeling zit vol gaten'', zegt Xavier Oberson, fiscaal jurist en hoogleraar aan de universiteit van Genève. ,,Iedereen weet dat.''

De oorzaak daarvan ligt in de EU. In 1998 begonnen de vijftien lidstaten te onderhandelen over belasting op spaarrente. Frankrijk en Duitsland, die veel spaargeld zagen wegvloeien naar EU-landen met gunstiger belastingtarieven, drongen aan op een brede regeling. Maar landen die populair waren bij spaarders, zoals België, Luxemburg en Oostenrijk, wilden haar beperkt houden. En zij eisten dat Zwitserland en Monaco ook mee zouden doen, omdat vermogende particulieren anders meteen daarheen zouden gaan. Zwitserland zegde tot veler verbazing toe, op voorwaarde dat rekeninghouders niet gedwongen zouden worden hun naam bekend te maken. Zo bleef het bankgeheim, het heilige huisje van het land, overeind. ,,Zwitserland bewees de EU een dienst'', zegt een diplomaat in Brussel. ,,Ze trok België, Luxemburg en Oostenrijk over de streep. Hoe de Zwitsers de regeling zouden toepassen, was ons een rotzorg. Niemand verwacht dat Bern meer dan 50 miljoen euro per jaar aan onze belastingdiensten gaat overmaken.''

Door het bankgeheim weet niemand hoeveel geld EU-burgers in Zwitserland hebben staan. Het enige wat de Swiss Bankers Association in Basel kwijt wil, is dat er hier totaal 3.600 miljard frank (bijna 2.500 miljard euro) op rekeningen staat. ,,55 procent daarvan staat op naam van buitenlanders'', zegt woordvoerder Thomas Sutter. Eerst gingen er in Zwitserland spookverhalen rond over mensen die hun geld in aller ijl naar Singapore brachten. Maar daar blijkt weinig sprake van te zijn. ,,Ik heb er geen aanwijzing voor'', zegt Sutter. Een Geneefse bankier die anoniem wil blijven, zegt: ,,Alleen zo'n transfer kost al meer geld dan die 15 procent belasting hier.''

Er zijn aanwijzingen dat de introductie van de bronbelasting op spaarrente Zwitserland juist geld gaat opleveren. Want toen de onderhandelingen in een ver stadium waren, en duidelijk werd dat Bern Brussel een gunst verleende, vroegen de Zwitsers iets terug: ze wilden meedoen aan de zogeheten moeder-dochter-richtlijn die binnen de EU al van kracht was. Die richtlijn bepaalt onder meer dat dividenden tussen dochterbedrijven en holdings (of tussenholdings) onder bepaalde voorwaarden zonder bronbelasting door de dochter uitgedeeld kunnen worden. De EU zegde dat toe, om wat terug te doen. ,,Ik viel van mijn stoel'', zegt Oberson, de fiscaal jurist. ,,Dat de EU daarmee akkoord ging! Zo wordt het voor holdings in de EU aantrekkelijk om naar Zwitserland te verhuizen.''

Frank Jonker, belastingadviseur bij het Nederlandse kantoor Loyens & Loeff in Genève, is dat met hem eens. Hoewel de Zwitsers nog bezig zijn om de toepassingsvoorwaarden van de richtlijn in hun bilaterale belastingverdragen met EU-landen op te nemen, merkt hij dat grote internationale bedrijven al uitrekenen wat dit ze kan opleveren. ,,Zwitserland heeft een grote slag geslagen'', zegt Jonker. ,,Het haalt zo nieuwe holdings binnen.'' Dit is een van de redenen dat Loyens & Loeff eerder dit jaar een tweede Zwitserse vestiging heeft geopend, in Zürich.

Deelname aan de moeder-dochter-richtlijn is voor Zwitserland de kroon op een bewust beleid om grote bedrijven te trekken. Toen de Zwitsers in 1992 bij referendum besloten om buiten de EU te blijven, besefte Bern dat het alle zeilen moest bijzetten om economisch de boot niet te missen. Grote bedrijven zouden hun Europese hoofdkwartier in de EU neerzetten, niet hier. Jonker: ,,De Zwitsers gingen alles doen om het bedrijven naar de zin te maken. Ze gaven soepel werkvergunningen voor buitenlands personeel af, wat voorheen een nachtmerrie was. Ze perfectioneerden hun belastingsysteem. Hun ruling-systeem maakte het mogelijk dat je van tevoren je aandeelhouders kon vertellen hoeveel belasting je zou betalen. Ze vernieuwden bilaterale belastingverdragen, sloten verdragen met de EU. Deelstaten sturen vertegenwoordigers de wereld over om bedrijven hierheen te halen. Ze geven zelfs managers een rondleiding langs internationale scholen.''

Het is te vroeg om te bepalen hoeveel miljoenen euro's Zwitserland uit de belastingakkoorden met de EU gaat slepen. De eerste bronbelasting wordt pas eind dit jaar verrekend. Hoeveel bedrijven er naar Zwitserland verhuizen om de moeder-dochter-richtlijn, is evenmin duidelijk. Maar alles wijst erop dat de Zwitsers, om met de EU-diplomaat te spreken, ,,weer eens enorm slim hebben gemanoeuvreerd.''