Zoutwinning mag doorgaan

De actiegroep `Laat het zout maar zitten' heeft gisteren een kort geding tegen zoutfabriek Frisia uit Harlingen verloren.

De actiegroep had de rechter gevraagd de zoutwinning te verbieden, maar het verzoek is afgewezen.

Volgens de organisatie handelt de zoutfabriek onrechtmatig. De minister van Economische Zaken verleende in 2002 aan Frisia een vergunning voor zoutwinning. Deze vergunning was gebaseerd op de inmiddels vervallen Mijnwetten uit 1810 en 1903.

Wel is er in 2004 door het ministerie een nieuwe vergunning verleend, maar de actiegroep stelt dat deze bijna gelijk is aan de andere, inmiddels verlopen vergunning.

In het kort geding oordeelt de rechter echter dat Frisia niet onrechtmatig handelt. De zoutfabrikant beroept zich volgens de rechter terecht op de nieuwe vergunning. De actiegroep heeft verzuimd om tijdig tegen deze vergunning in beroep te gaan.

Het beroep dat inmiddels wel (een jaar na afloop van de beroepstermijn) is ingesteld bij de Raad van State, maakt volgens de rechter weinig kans.

Op grond van de vergunning van 28 juni 2004, die is gebaseerd op de nieuwe Mijnbouwwet die in 2003 van kracht is geworden, mag Frisia dus doorgaan met het winnen van zout

De actiegroep is teleurgesteld over de uitspraak, maar zegt het er niet bij te laten zitten.