Wij zijn wild maar niet gek

Nederlandse Berbers uit Marokko zijn voor het grootste deel afkomstig uit het woeste Rifgebergte. Oude normen en waarden zijn meeverhuisd. `Wij maken zelf uit wat goed en slecht is.'

De weg naar Al Hoceima, een stad in het noordoosten van Marokko, slingert door woeste bergen. Diepe ravijnen, scherpe rotsen, weinig begroeiing.

De dorpen in deze streek hebben een opvallende structuur. Huizen staan niet dicht opeen, maar op ruime afstand van elkaar, met vaak een haag van cactussen eromheen. Vroeger had elk huis een ashbar, een geschutskoepel van waaruit belagers beschoten konden worden. ,,De onderlinge verhoudingen zijn traditioneel slecht'', zegt Sabri El Hammaoui, vice-president van de organisatie Buya die de lokale cultuur en geschiedenis bestudeert. ,,Uit wantrouwen nemen mensen afstand. Zelfs broers kunnen vaak niet goed met elkaar overweg.''

Het Rifgebergte, waar ongeveer driekwart van de Marokkanen in Nederland vandaan komt, heeft een gewelddadig verleden. De Amerikaanse antropoloog David Hart schreef in de jaren zeventig van de vorige eeuw dat de Ait Waryaghar, de grootste stam uit het gebied, destijds waarschijnlijk een van de gewelddadigste volkeren van Marokko was. Arme grond in combinatie met overbevolking leidde tot heftige onderlinge strijd. Tot ver in de vorige eeuw was het betrekkelijk normaal dat daarbij doden vielen.

El Hammaoui, een twintiger die in het dorp Tazaroukht woont en linguïstiek studeert aan de Universiteit van Oujda, benadrukt dat het geweld de afgelopen veertig jaar sterk is afgenomen. Mede door het geld van gastarbeiders uit Nederland, die jaarlijks ongeveer 1 miljard euro overmaken, is het Rif nu een van de rijkste streken van Marokko. Maar het onderlinge wantrouwen is veelal gebleven. ,,Mensen zijn bang om belazerd te worden'', zegt El Hammaoui. Wie zich opwerpt als leider, en bijvoorbeeld wil opkomen voor de bevolking van het Rif, wordt met een schuin oog bekeken. ,,Altijd bestaat het vermoeden dat iemand een verborgen agenda heeft.'' El Hammaoui heeft er zelf ook last van. Zijn organisatie is een van de vele tientallen die zich met de geschiedenis van de regio bezig houden. ,,Samenwerken is erg moeilijk.''

Uit antropologische studies blijkt dat er verbanden zijn aan te wijzen tussen de traditionele normen en waarden in het Rifgebergte en het gedrag van Marokkaanse jongeren in Nederland. Wellicht zou dit bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom juist Marokkaanse jongeren relatief vaak terechtkomen in de kleine criminaliteit – diefstal, tasjesroof, vandalisme. Turkse Nederlanders, die veelal in dezelfde sociaal-economische omstandigheden verkeren, maken zich daar minder vaak schuldig aan. Zij zijn weer opvallend actief in de georganiseerde misdaad, waarin nauwelijks Marokkanen vertegenwoordigd zijn. Nigerianen houden zich vaak bezig met het afpersen en oplichten via e-mail, Albanese bendes met vrouwenhandel; misdaad hééft een culturele component.

Toch wordt de culturele achtergrond van Marokkanen in Nederland zelden aangehaald om hun problemen te begrijpen. Dergelijke verklaringen worden door Marokkanen zelf vaak als beledigend ervaren. Ze zouden stigmatiserend zijn en inspelen op onderbuikgevoelens. Ook veel Nederlanders houden er om die reden niet van. Anderzijds hameren politici vaak op het belang van kennis over elkaars culturele achtergrond om de samenwerking tussen Marokkanen en Nederlanders te verbeteren. Premier Balkenende wees daar onlangs bijvoorbeeld op in zijn toespraak bij het begin van de islamitische vastenmaand Ramadan.

Volgens sociale wetenschappers staat het afwijzen van culturele verklaringen een goede analyse van problemen in de weg. ,,Voor het begrijpen van Marokkanen in Nederland hebben we meer aan antropologische literatuur dan aan veel ander wetenschappelijk onderzoek dat de afgelopen decennia op hen is losgelaten'', zegt sociaal-geograaf Paolo De Mas van de Universiteit van Amsterdam. ,,Als het belangrijk is elkaars culturele achtergrond te begrijpen, waarom zou dat dan niet gelden voor het begrijpen van crimineel gedrag?''

Vrije mensen

De bevolking in het Rif bestaat voor veruit het grootste deel uit Berbers. Zelf noemen ze zich Imazighen (enkelvoud: Amazigh), wat `vrije mensen' betekent. De Berbers van het Rif staan in Marokko bekend als de `Berbers van de eer', die uit het gebied rondom de zuidelijke stad Agadir als de `Berbers van het geld'. Vrijwel nergens in Marokko worden vrouwen zo aan banden gelegd door hun vaders, broers of echtgenoten als in het Rif. Voor een mannelijke buitenstaander is het vrijwel onmogelijk om ze te spreken te krijgen. Eerwraak komt zelden voor, maar overspel eindigt meestal in verstoting van de vrouw.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ronselden de koloniale mogendheden Spanje en Frankrijk, die Marokko destijds onderling hadden verdeeld, tienduizenden Marokkanen voor hun legers. Dat waren vooral mannen uit het Rif. ,,Riffijnen zijn traditioneel uitstekende vechtersbazen'', zegt Mohamed Ben Allal, secretaris van de gouverneur van Noordoost-Marokko. ,,Daar win je oorlogen mee.'' Enkele honderden Marokkaanse soldaten hielpen in Franse dienst mee met de verdediging van Nederland in mei 1940. Maar toen het Museon in Den Haag twee jaar geleden een oorlogsveteraan uit Taza verzocht mee te werken aan een tentoonstelling die hiermee te maken had, weigerde deze dat kostenloos te doen. ,,De gouverneur van Taza kreeg vanuit Nederland het verzoek of hij kon proberen de oud-strijder op andere gedachten te brengen'', zegt Ben Allal, die zelf uit de havenstad Casablanca komt. ,,Maar daar zijn we niet aan begonnen. Als een Riffijn besloten heeft dat iets hem niet zint, lukt het echt niet hem op andere gedachten te brengen. Zo zitten die mensen nu eenmaal in elkaar.''

Het Rif is ook het centrum van de Marokkaanse hennepteelt. Langs de weg naar de stad Ketama liggen uitgestrekte groene velden met hennepplanten. Op veel plaatsen zijn de afgelopen jaren bossen gekapt, zodat er meer grond beschikbaar kwam voor hennep. Jongens, die langs de weg staan, proberen de cannabis aan voorbijgangers te slijten. ,,Pssst, pssst'', sist een slungelige knul om de aandacht te trekken. Nadat de auto is gestopt, haalt de jongen uit de zak van zijn spijkerbroek een bolletje hasj. ,,Grotere hoeveelheden kan ik ook leveren'', voegt hij er meteen aan toe. ,,Zeg het maar.''

Met een jaarlijkse productie van ruim twee miljoen kilo hasj is Marokko de grootste hasjproducent ter wereld. Per jaar verdienen Marokkaanse telers, producenten en smokkelaars naar schatting twee miljard euro. Daarmee is de hennepteelt voor het Rif bijna net zo'n belangrijke inkomstenbron als het geld van gastarbeiders. De Europese Unie heeft speciale subsidieprogramma's om Marokkaanse boeren te stimuleren over te stappen op andere gewassen, zoals tomaten, maar boekt daarmee weinig succes. ,,Hasj levert nu eenmaal veel meer geld op'', zegt de jongen langs de kant van de weg. ,,Je moet wel erg gek zijn om iets anders te gaan verbouwen.''

De Marokkaanse overheid doet weinig tegen de hennepteelt. Officieel is de productie van hasj verboden, maar in het Rif kan iedereen zijn gang gaan. Door een einde aan de hennepteelt te maken zou een belangrijke inkomstenbron wegvallen, waardoor de levenstandaard van een aanzienlijk deel van de boerenbevolking flink achteruit zou gaan. ,,Als wij hasj willen produceren, dan produceren wij hasj'', zegt de slungelige jongen. ,,Door niemand laten we ons tegenhouden. Wij maken zelf wel uit wat goed of slecht is.''

,,De bevolking in het Rif heeft een grondige hekel aan overheidsbemoeienis'', bevestigt Mohamed Ben Allal. De toenmalige koning Hassan II liet in de jaren zestig buitenlandse bedrijven juist in het Rif arbeiders werven. Hij zag arbeidsmigratie als een uitgelezen kans om van deze lastposten af te komen. Tegenwoordig wordt behalve de hasjteelt ook het bootvervoer van illegale Afrikaanse immigranten naar Spanje grotendeels door Riffijnen geregeld.

De Berbers zijn de oorspronkelijke bevolking van Marokko, hoewel `oorspronkelijk' eigenlijk niet het goede woord is. Afrika kreeg de afgelopen eeuwen net als Europa talloze migratiestromen te verwerken, waardoor ook daar bevolkingsgroepen regelmatig naar andere plekken trokken. Duidelijk is wel dat de Berbers eerder in Marokko woonden dan de Arabieren, die vanaf de zevende eeuw vanuit het huidige Saoedi-Arabië grote delen van Noord-Afrika veroverden.

Veel Berbers, die opvallend vaak blond of rood haar hebben, trokken zich na de Arabische invasie terug in de bergen. Daar hadden ze geen last van de veroveraars, waardoor ze hun taal en tradities grotendeels in stand konden houden. Alleen de islam namen ze over van de Arabieren. Zo ontstond een situatie die in grote lijnen bestaat tot de dag van vandaag. Arabieren zijn in de vlakke delen van Marokko in de meerderheid, in de bergen domineren de Berbers. Beide groepen vertegenwoordigen ongeveer vijftig procent van de ruim dertig miljoen Marokkanen. Behalve in Marokko wonen ook aanzienlijke autochtone Berbergemeenschappen in Algerije, Tunesië, Libië, Mali en Niger.

Christenhonden

De relaties tussen Berbers en Arabieren zijn gespannen. Een veelgehoorde klacht van Berbers is dat Arabieren overheidsorganen domineren en Berbers afschilderen als onbeschaafde boeren uit de bergen. De taal van de Berbers, volledig anders dan het Arabisch, wordt in Marokko niet als volwaardig erkend. Sinds kort mag het weliswaar als bijvak op scholen worden onderwezen, maar Arabisch is nog steeds de enig erkende nationale taal. Doordat grote groepen Berbers nooit naar school zijn geweest (bijna 50 procent van de Marokkaanse volwassenen is analfabeet), zijn ze niet in staat om overheidsdocumenten te begrijpen. Hun achterstandspositie blijft mede daardoor bestaan.

De islam van de Berbers is van oorsprong betrekkelijk gematigd. In de dorpjes in het Rif maken mensen zich niet zo druk over hoe een goede moslim moet leven, islamitische regels over onder meer alcohol en erfrecht worden niet al te streng opgevolgd. Maar dat verandert als jongeren naar Marokkaanse steden trekken om te studeren. Daar blijken ze vaak te worden aangetrokken door fundamentalistische anti-Westerse stromingen.

Een van de bekendste Riffijnen, Abdelkrim al-Khattabi, was ook een fundamentalist. Zijn portret hangt overal in de regio aan de muur. Abdelkrim, zoals hij meestal genoemd wordt, werd rond 1880 geboren in een dorp even ten zuiden van Al Hoceima. Hij werd beroemd als leider van een opstand tegen de Spaanse bezetting van Noord-Marokko. Deze strijd, die hij na een aantal overwinningen uiteindelijk in 1926 verloor na een bloedige veldslag bij het stadje Targuist, noemde Abdelkrim een `heilige oorlog tegen de christenhonden'. Een groot deel van zijn fundamentalistische gedachtegoed deed hij op tijdens zijn studie in de Marokkaanse stad Fes, waar hij beïnvloed werd door de zogenoemde salafisten. Abdelkrim wilde een islamitische staat vestigen in Marokko.

Eind jaren vijftig, vlak nadat Marokko onafhankelijk was geworden, kwamen de Riffijnen opnieuw in opstand. De Marokkaanse koning Mohamed V, de grootvader van de huidige koning, liet de opstandelingen naar verluidt met napalm bombarderen. Daarna was het verzet snel gebroken, maar de onvrede onder Riffijnen bleef groot. Meer dan een jaar na de aardbeving van vorig jaar in het Rif leven veel mensen nog steeds in tenten. Een lokale leider dreigde onlangs met een nieuwe opstand als de wederopbouw nog langer op zich laat wachten.

Nederlandse Marokkanen in de van terreur verdachte Hofstadgroep rond Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, worden ook geïnspireerd door dezelfde salafistische ideeën als van Abdelkrim. De salafisten, die terug willen naar de begintijd van de islam toen volgelingen van de profeet Mohammed er op uit trokken om de wereld te veroveren, hebben wijdvertakte internationale netwerken. Ook binnen Al-Qaeda zijn de salafisten een invloedrijke stroming.

Uitdagen

In het maison des jeunes in Al Hoceima zijn de leden van de organisatie Timmuzgha bij elkaar gekomen, een van de vele organisaties die de lokale cultuur bestudeert. In een galmend lokaal praten ze over de wortels van hun levensinstelling. ,,Door de afwezigheid van een sterk centraal gezag geldt in het Rif traditioneel het recht van de sterkste'', zegt Hisham Merabet, in het dagelijks leven onderwijzer op een basisschool. ,,Iemands gedrag wordt in de eerste plaats bepaald door de grenzen waar hij tegenaan loopt.''

Met name onder jongeren bestaat de gewoonte om voortdurend af te tasten hoe ver ze kunnen gaan. Voor regels die zonder veel dwang worden opgelegd zijn ze niet gevoelig. Merabet, een twintiger die een t-shirt met de beeltenis van Che Guevara draagt, zegt dat Berberjongeren traditioneel aanzien verwerven door grensoverschrijdend gedrag. Dat resulteert bijvoorbeeld in conflicten tussen boeren over land, waarbij uitdeindelijk vaak het recht van de sterkste geldt. ,,Wie anderen uitdaagt of op een slinkse manier geld uit de zakken klopt, wordt bewonderd,'' zegt Merabet. Leraren in Al Hoceima klagen over kinderen die extreem slecht luisteren, soms weigeren Arabisch te spreken. Vaders, de meest aangewezen personen om ontsporende jongeren aan te pakken, hebben een tweeslachtige houding. ,,Hoewel vaders van de ene kant in hun maag zitten met een slecht luisterende zoon, zijn ze aan de andere kant ook wel trots. Een strijdvaardige zoon is in de traditionele Berber-cultuur iets waar je wat aan hebt. Daarmee versla je de vijand.''

Zonen die onhandelbaar worden, lopen vaak weg van huis. Meestal is er dan een oom die zich over hen ontfermt. De jongens wonen een tijd bij hem in huis om te kalmeren. Bij Marokkaanse families in Nederland gebeurt iets soortgelijks. Als jongens ontsporen, worden ze geregeld naar familie in Marokko gestuurd om tot bezinning te komen, aldus criminoloog en antropoloog Hans Werdmölder van de Universiteit Utrecht. De rapper Ali. B., die verslaafd was aan gokken en op straat in hasj handelde, kwam op die manier tot bedaren. ,,Door jongens tijdelijk weg te nemen uit hun vertrouwde omgeving worden ze aan het denken gezet'', zegt Merabet. ,,Uiteindelijk komen ze dan meestal weer op het rechte pad. We zijn wild, maar niet gek.''

Als wij hasj willen produceren,

dan produceren wij hasj