Wie trouwt heeft een langer leven, betere seks en fatsoenlijke kinderen

Het huwelijk valt te verkiezen boven samenwonen. Je voelt je gelukkiger en het is beter voor je portemonnee. Samenwonende stellen zijn sneller geneigd vreemd te gaan. Ook de samenleving profiteert: getrouwde stellen en hun kinderen stelen minder.

De mens is een sociaal dier – volstrekt aangewezen op het aangaan en onderhouden van betrekkingen met andere mensen. Iemand die altijd echt alleen is geweest, moet emotioneel wel dood zijn. Van alle relaties die mensen aangaan is het gezin de belangrijkste. Wij wordt grootgebracht door ouders, geconfronteerd met broers en zussen, en leren via de familiebanden onze gelijken kennen.

Het is zelfs zo dat het karakter van de mens een product is van de verbintenissen die mensen aangaan met anderen binnen en buiten de familiekring. Het huwelijk is uiteraard het voorbeeld bij uitstek van zo'n verbintenis. Maken wij het huwelijk minder belangrijk, dan zal het karakter daaronder lijden. Niet alleen zijn getrouwde mensen gelukkiger, welgestelder en seksueel voldaner dan mensen die niet getrouwd zijn of die samenwonen, maar het blijkt bovendien zo te zijn dat getrouwde mensen en hun kinderen minder gauw misdrijven begaan.

Het probleem waar onze samenleving – ja, iedere samenleving – thans voor staat is de vraag hoe karakter en vrijheid te verzoenen. De westerse wereld is de trotse erfgenaam van de Verlichting, de culturele en intellectuele beweging die zich sterk heeft gemaakt voor de vrijheid, die het wetenschappelijk onderzoek heeft gestimuleerd en de handel heeft bevorderd.

Maar voor een goed leven is meer nodig dan vrijheid alleen. Zij moet samengaan met verbintenissen en deze ondersteunen, want uit verbintenissen komt het karakter voort dat de mensen zal helpen te laveren langs de verlokkingen van de vrijheid. Vrijheid en karakter zijn niet onverenigbaar, maar het is voor iedere cultuur een zware opgave om het evenwicht tussen die twee te bewaren.

Eén aspect van het karakter dat kennelijk verband houdt met het huwelijk – en dat in veel religieuze tradities zelfs deel uitmaakt van de trouwbelofte – is de trouw. Maar om wat voor trouw gaat het hier?

Trouw kan inhouden dat je getrouw je plicht doet – de wet gehoorzaamt, beloftes nakomt, belasting betaalt, naar behoren je militaire dienstplicht vervult – maar het kan ook een verbintenis zijn met gewaardeerde vrienden en familieleden. In die tweede betekenis is bijna iedereen wel aan iemand trouw, omdat men nu eenmaal deel heeft aan de van nature sociale aard van het mensdom. Zonder een zekere mate van sociaal gedrag kan niemand bestaan; een mens die zijn leven doorbrengt zonder enig contact met andere mensen zal niet kunnen spreken of zelfs maar een beetje zinnig kunnen denken. Eigenlijk is het maar moeilijk iemand voorstellen die ieder gevoel van trouw ontbeert, want die eigenschap is tenslotte de grondslag voor vriendschap en voor de plichten die vriendschap en morele verbintenissen meebrengen. Zelfs mensen zonder gehuwde ouders, of die misschien geen van hun beide ouders kennen, zullen iemand – een vriend, een teamgenoot, een bendegenoot – trouw zijn.

Je kunt je een mens voorstellen die wel deel uitmaakt van de samenleving maar die, omdat hij of zij niemand in die samenleving vertrouwt, angstig en berekenend door het leven gaat. Ook zijn er mensen die het gezelschap van anderen schijnbaar op prijs stellen, maar die desalniettemin geen enkel gevoel van verplichting jegens hen voelen, zogeheten sociopaten, omdat zij zonder scrupules anderen zullen bedriegen of aanvallen.

Het maatschappelijk instituut bij uitstek dat de trouw bevordert is het gezin. Een zuigeling wordt door één of twee ouders grootgebracht en vormt met hen een band, vaak een zeer hechte. Als een kind wordt opgevoed samen met broers en zussen, zal het aan hen gehecht raken. Gewoonlijk zijn broers en zussen elkaar trouw, ook als zij niet dol op elkaar zijn of als zij ver van elkaar wonen. Het gezin brengt zijn leden ook een zeker oog voor de toekomst bij: het leert de mensen dat zij de belasting en de hypotheekaflossing moeten betalen, en dat zij de opvoeding van hun kinderen zo moeten inrichten dat zij leren zich onder alle omstandigheden te redden.

Telkens blijkt hoe belangrijk het gezin is. Wij geven meer om onze eigen kinderen dan om die van anderen; wanneer één van onze eigen ouders of kinderen in gevaar verkeert, nemen wij grotere risico's om hem te redden dan wanneer het om andermans ouder of kind gaat; wanneer wij thuiskomen, rekenen wij erop dat wij worden onthaald; wanneer Amerikaanse voetballers tussen de wedstrijden door op de televisie komen, zeggen ze altijd ,,Hi Mom.''

Sommige landen, en sommige mensen in bijna alle landen, erkennen het nut van sociale verbintenissen wel, maar proberen dit te verkrijgen uit andere bronnen dan het gezin. In Zweden hebben vertegenwoordigers van de overheid duidelijk gemaakt dat de wetten van dat land getrouwde mensen niet mogen bevoordelen boven mensen die ongehuwd samenwonen. In Frankrijk is een wet van kracht geworden die het ieder stel mogelijk maakt om voor een griffier te verschijnen en daar een document te ondertekenen waarmee hun band wordt erkend. Deze band kan naar believen, zonder echtscheidingsprocedure, weer worden verbroken. In Amerika heeft Martha Fineman, hoogleraar aan de Emory Law School, bepleit het huwelijk als wettelijke categorie af te schaffen en te vervangen door een regeling die inhoudt dat de samenleving betaalt om kinderen door verzorgers te laten opvoeden.

Een vergelijkbaar standpunt is naar voren gebracht door de conservatieve federale rechter Richard Posner, die betoogde dat het conventionele huwelijk een puriteinse houding in de hand werkt, en vervolgens voorstelde het Zweedse systeem over te nemen, waarin het huwelijk zo weinig voordelen biedt boven samenwonen dat het laatste de voorkeur verdient boven het eerste.

Om te begrijpen wat fout is aan de opvatting dat een verbintenis op basis van samenwonen verkieslijk is boven die op basis van een huwelijk, hoef je alleen maar de implicaties van het samenwonen toe te passen op een zakelijk partnerschap. Stel dat twee mensen brood willen verkopen. Zij kunnen daarover een mondelinge afspraak maken, maar zij kunnen ook een contract sluiten dat moet worden nageleefd. Laten zij het bij een mondelinge overeenkomst, dan kan de eerste die er genoeg van heeft, of die door hebzucht of wantrouwen wordt bevangen, zomaar opstappen, met alles wat hij of zij dragen kan. Maar als zij hechten aan een schriftelijke overeenkomst, waarvan de naleving kan worden afgedwongen, kan de samenwerking alleen worden beëindigd met instemming van de partner en van de autoriteiten. Omdat contracten zo zwaar wegen, geven de meeste ondernemingen daar de voorkeur aan.

Zo is het ook met samenleven. Mannen en vrouwen die samenwonen zijn maar matig gemotiveerd om hun middelen te bundelen en de onvermijdelijke emotionele hobbels te nemen die het delen van woning en bed meebrengt. In dit land hebben twee mensen die samenwonen meestal ieder een eigen bankrekening. Dat betekent dat zij hun privébezit gescheiden houden van het gezamenlijke bezit.

Wanneer de twee leden van een samenwonend stel ongelijke inkomens hebben, is de kans groot dat zij uit elkaar gaan, terwijl twee getrouwde mensen die ongelijke inkomens hebben, waarschijnlijk bij elkaar blijven.

In een huwelijk bundelen wij niet alleen onze gevoelens maar ook onze bezittingen. Wij weten dat wij niet alleen onze liefde delen, maar ook onze afhankelijkheid. Samenwonen betekent niet meer dan samen wonen; trouwen betekent dat je in elkaar investeert.

Waarom brengt een huwelijk trouw voort en doet samenwonen dat niet? Het verschil is dat het huwelijk volgt op een openbare, bij de wet erkende ceremonie waarin beide partners voor vrienden en getuigen beloven elkaar te zullen liefhebben, eren en verzorgen tot de dood hen scheidt.

Samenwonen is niet meer dan hokken. Natuurlijk is het zo dat veel huwelijken eindigen met een vlot geregelde scheiding, maar zelfs in deze nieuwe tijd van schuldeloze echtscheidingen moeten die nog altijd plaatsvinden voor een magistraat, en moeten de bezittingen en de kinderen zorgvuldig worden verdeeld en toegewezen.

Misschien komt het door het onomstreden voorlopige karakter van hun situatie dat samenwonende paren in vergelijking met getrouwde paren kwetsbaarder zijn voor depressies, zich minder gelukkig voelen, vaker het slachtoffer worden van mishandeling, een grotere kans maken om te worden vermoord, vaker seksueel ontrouw zijn en eerder armoede lijden. Kinderen wier ouders samenwonen hebben in vergelijking met kinderen van getrouwde ouders veel meer kans om het einde van de relatie van hun ouders mee te maken, en lopen een veel groter risico van emotionele en gedragsproblemen, problemen op school en armoede.

Er is een tijd geweest dat ongetrouwd samenwonen als een schande gold. Dat stigma werd nog versterkt doordat kinderen uit zo'n onbehoorlijke relatie `bastaarden' werden genoemd. Men noemde de kinderen van ongehuwde ouders ook `onwettig'. Dat sloeg niet op kinderen die door hun ouders weliswaar waren verwekt voordat zij trouwden, maar die werden geboren nadat het huwelijk gesloten was. Zwangere bruiden waren in Engeland sedert de vroegste tijden heel gewoon; zij waren goed voor ongeveer een derde van alle bevallingen. Zij golden niet als een maatschappelijk probleem. Maar kinderen wier ouders ten tijde van hun geboorte niet getrouwd waren, betaalden daarvoor een hoge prijs. Zulke kinderen konden niet erven, en als zij door één van hun ouders in de steek werden gelaten, konden zij op niemand terugvallen. Zij waren doorgaans hun leven niet zeker, tenzij een tante of een volwassen vriend of vriendin zich over hen ontfermde.

Het verschijnsel van onwettige kinderen is in Engeland wetenschappelijk onderzocht op basis van gegevens die teruggaan tot de 16de eeuw. Tot ongeveer het begin van de 18de eeuw was het aandeel onwettige – buiten het huwelijk geboren – kinderen 4 procent of minder. In de 19de eeuw steeg het langzaam naar ongeveer 5 procent. In de jaren '70 van de 20ste eeuw bedroeg het meer dan 8procent. Thans is het bijna 30 procent. Die stijging heeft zich voorgedaan doordat de staat de vroegere strafbepalingen met betrekking tot bastaards heeft afgeschaft, programma's heeft ingevoerd ter bescherming van eenoudergezinnen, en onder invloed van nieuwe opvattingen over het huwelijk zijn beleid heeft herzien. In de Verenigde Staten kan men zich van die opvattingen gemakkelijk een beeld vormen door uitspraken van het Hooggerechtshof te vergelijken. Eind 19de eeuw noemde dat het huwelijk een heilige plicht en een gewijd instituut waar de hele beschaving uit voortkwam. In 1972 hoorde je daar niets meer over; toen zei het gerechtshof dat het huwelijk een verbond is van twee individuen, ieder met zijn of haar eigen gevoelsmatige en intellectuele aard. Ooit was het huwelijk een sacrament, vervolgens werd het een heilige plicht, nu is het een privé-contract.

Friedrich Nietzsche zou daar niet van hebben opgekeken. Hij heeft voorspeld dat het gezin zou worden vermalen tot een lukrake groep individuen, verbonden door een gezamenlijk streven naar zelfzuchtige oogmerken. Met andere woorden: de gezinstrouw zou geleidelijk aan verdwijnen. John Stuart Mill zou met deze ontwikkelingen ingenomen zijn geweest, want hij had altijd al betoogd dat het huwelijk een particuliere, door onderhandelingen tot stand gebrachte overeenkomst behoorde te zijn.

Voor tal van vrouwen is deze verandering rampzalig uitgepakt. Zij zullen misschien de voorkeur geven aan samenwonen, en het huwelijk mijden als een onbenullig, ongemakkelijk iets, maar vervolgens komen zij erachter dat het samenwonen niet standhoudt en dat hun kinderen er ongunstig voor komen te staan. Misschien trouwen zij, maar dan zullen zij spoedig merken dat echtgenoten vaak nieuwe pronkvrouwen wensen; om daaraan te komen, maken zij gemakkelijk een einde aan een huwelijk. En wanneer het huwelijk wordt ontbonden, zullen de vrouwen merken dat zij, ook al probeert de rechter een billijk oordeel te vellen, veelal te weinig geld overhouden om zichzelf en hun kinderen te onderhouden.

Toen Bill Cosby in de Verenigde Staten in juni 2004 ouders opriep om de verantwoordelijkheid voor hun kinderen op zich te nemen, en zwarte mannen opriep om hun vrouwen niet meer te slaan, haalde hij daarmee de voorpagina's. In 2001 bleek bij een gezamenlijke enquête van CBS News en Black Entertainment Television dat 92 procent van de zwarte geënquêteerden beaamde dat afwezige vaders een groot probleem vormen. Veel meer rap- en hiphopmusici dan de meesten van ons denken, zingen teksten waarin de aandacht wordt gevestigd op vaderloze gezinnen en aan hun lot overgelaten kinderen, zij het dan in bewoordingen waaraan vrijwel iedereen aanstoot neemt. Het moet wel één van de grote paradoxen van de moderne tijd zijn dat de vulgairste, grofste musici teksten zingen die de aandacht vestigen op ons ernstigste maatschappelijke probleem. Het is beslist paradoxaal dat de kwalijkste aspecten van onze hang naar vrijheid een oproep tegen de grootste bedreigingen van ons karakter ondersteunen.

Er is geen tovermiddel om het huwelijk te doen herleven en zijn karaktervormende eigenschappen te versterken. Wel is praten over het huwelijk essentieel voor de toekomst van onze samenleving. Het huwelijk geeft onze verbintenissen gestalte en vormt ons karakter. Niemand kan precies zeggen wat het huwelijk zijn eens zo bevoorrechte positie zal teruggeven, maar veel particuliere groepen en enkele overheden doen hun best om erachter te komen. Het zou onze taak moeten zijn hun inspanningen aan te moedigen en te evalueren.

Als het ons lukt het huwelijk nieuw leven in te blazen, zullen wij daarmee de trouw, en het profijt dat deze verbintenis oplevert, versterken. Het huwelijk is inderdaad een blijvende inperking van de menselijke vrijheid; sommige jongeren zullen zich tegen het huwelijk verzetten omdat zij, wanneer zij het zouden aanvaarden, iets van hun vrijheid zouden verliezen. Maar alle menselijke vrijheid heeft haar beperkingen: wij mogen niet zomaar `brand!' roepen in een volle schouwburg of welbewust lasterlijke teksten over iemand anders publiceren.

Overal in ons leven aanvaarden wij grenzen aan onze vrijheid, maar in het geval van de grenzen die het huwelijk stelt, krijgen wij er veel voor terug: een langer, gezonder leven, betere seks en fatsoenlijke kinderen. Trouw aan echtgenoot, kinderen en verwanten vergroot ons vermogen om te genieten van de vrijheid die wij bezitten.

Bekleedt de Ronald Reagan-leerstoel voor Openbaar Beleid aan Pepperdine

University (Californië).

Auteur van onder andere `The marriage problem: how our culture has weakened families'.