`Wie niet in wonderen gelooft, gelooft niet in vrouwen'

Claudine Taittinger, weduwe te Nice, haalt in brieven aan haar jonge neef, dj te Amsterdam, herinneringen op aan haar veelbewogen leven

Waarde neef,

ik kan me goed voorstellen dat je Amsterdamse huis je groot voorkomt, nu je `babe' de benen heeft genomen. Goed dat je je op je werk gestort hebt en bedankt voor het plaatje van eigen hand dat je opstuurde. Alleen is het mij nog niet gelukt, aan de schijf geluid te ontlokken, hoewel ik toch speciaal een nieuwe naald in de koffergrammophoon geplaatst had.

Wat je grootmoeder Laurentia precies uitspookte in Buenos Aires? Zekerheid daarover kan ik niet geven, maar een der brieven van Mike aan mijn moeder geeft te denken. Het toeval wil namelijk dat hij voor de firma van zijn vader – in hout, of in bauxiet, dat is mij ontschoten – met enige regelmaat de hoofdstad van Argentinië bezocht. Hier een deel van zijn verslag.

,,Een man die de liefde van zijn leven voor zich vergrendeld ziet, maalt niet om welke vrouw zijn sponde deelt. Zij kan een dochter uit de burgerij zijn, op zoek naar een pervers avontuur van één nacht om haar bejaarde echtgenoot te ontvluchten, en zichzelf een wijle wijs te maken dat er méér is dan een rijkverzorgd leven. Of zij kan een deerne zijn, die in een gesloten huis wacht op de mannen die komen en de kunst verstaat elkeen de indruk te geven dat hij de enige is. Beiden zijn vrouwen.

,,Nu zelfs in het wufte Parijs de gesloten huizen verboden zijn, behoren die in de hoofdstad van Argentinië tot de laatste gelegenheden, waar men zich als man van de wereld met een gerust hart begeven kan. De zaal der voorstelling in Las dos naranjas was, zoals men zich deze voorstelt in een dergelijk huis: zware tapisseriën met wellustige voorstellingen en beeldjes aan de Griekse god Priapos gewijd. De madame klapt in haar handen, en reeds betreden een dozijn lieftalligheden het vertrek: de volgeschapen negerin; de struis gebouwde Germaanse met vlechtjes; de Latijnse met vurige ogen. Mijn blik werd evenwel van aanvang af getrokken door een donkerharige schoonheid met charleston-kapsel. Waar de andere deernen in woord en gebaar hun best deden mij te behagen door het innemen van gewaagde houdingen en aanmoedigende woorden, deed zij niets. Haar blik drukte zulk een ongenaakbare trots uit, dat zij aanstonds mijn begeerte wekte.

,,Eenmaal in het boudoir aangekomen, en na zich ervan vergewist te hebben dat bij mij de lust haar trots te breken ruimschoots voorhanden was, trok zij de charlestonjurk bruusk over haar hoofd, en liet zich aan mij naakt zien – afgezien dan van haar zijden kousen, en de lange kettingen die zachtjes rinkelden toen ik haar omdraaide en haar nam. Zoals een goede hoer betaamt, liet zij van aanvang af diep in zich doordringen. De trotsheid verliet haar echter niet, zag ik in de vele spiegels die onze vereniging weerkaatsten. Het was alsof zij, schoon naakt, gekleed bleef in die blik, waarmee zij mij in de spiegels bleef aankijken, hoezeer ik ook met al mijn kracht haar de ogen poogde te doen luiken.

,,De ontlading die daarop volgde was, mijn lief, slechts de eerste van een reeks zinnelijke schermutselingen, die mij tijd en plaats deden vergeten: ik leefde slechts met en voor de vrouw in mijn armen, haar kleine borsten, haar zuchten, de vochtigheden en openingen van haar schoot. Toen ik ten slotte, uitgeput, mijn congé nam, viel mij een klein portret van een vrouw op de schoorsteenmantel op, waarin ik – curieus is de werking van de menselijke geest – een ogenblik uw trekken meende te ontwaren. ,,Wie is dat'', vroeg ik mijn schone die nog altijd trots en naakt op het ledikant lag, schijnbaar bereid voor het geval dat ik nog krachten vinden zoude. ,,Mijn moeder'', antwoordde de deerne. Ik begreep dat Gij dat niet kon zijn, Marthe, en haastte mij heen.''

Dat kon dus niet zijn, dacht Mike, maar ik heb zo mijn twijfels, beste neef. Waarom zou de vrouw op de foto niet Marthe, mijn moeder, zijn geweest, en de vrouw in het bed niet Laurentia? Mannen geloven niet in wonderen, dat blijkt maar weer. Maar wie niet in wonderen gelooft, gelooft niet in vrouwen. Denk daar maar aan, nu je op zoek bent naar een nieuwe `babe'. Ik gevoel trouwens wel enigszins de neiging, je daarbij met raad en daad terzijde te staan.

Je Claudine