Webcongres: Er mag geen kiesdrempel komen van 5 procent

De deelnemers aan het webcongres, het online discussieplatform op www.nrc.nl/webcongres, vinden in grote meerderheid dat er geen kiesdrempel moet komen om gelegenheidspartijen te ontmoedigen mee te dingen naar een zetel in de Tweede Kamer.

In Duitsland moet een partij ten minste 5 procent van de stemmen halen om zetels in het parlement te krijgen. Deze kiesdrempel is opgeworpen om te voorkomen dat veel kleine partijen in het parlement terechtkomen. De drempel werd bepaald nadat voor de Tweede Wereldoorlog een groot aantal kleinere partijen tot grote politieke verdeeldheid leidde en de nationaal-socialisten met een minderheid in het parlement toch aan de macht kwamen. In Nederland is nooit een meerderheid voorstander geweest van het opwerpen van een kiesdrempel. Die belemmert dat (kleine) minderheden om hun politieke geluid te laten horen, vindt ook een meerderheid van het Webcongres.

Gijs van Soest uit Amsterdam acht om te beginnen het begrip `gelegenheidspartij' ondefinieerbaar en dus niet te hanteren als basis voor wetgeving. ,,Kenmerken als snelle politieke opkomst en weinig programma-elementen zijn niet erg bruikbaar'', schrijft Van Soest. Voorts zijn dergelijke partijen weliswaar ,,niet altijd prettig om naar te luisteren, maar ook niet illegaal''. En een `gelegenheidspartij' kan het altijd schoppen tot gevestigde partij. Bovendien had een kiesdrempel partijen als de LPF niet tegengehouden. ,,Ongewone geluiden, zoals gehoord van partijen als de ChristenUnie, waren uit het parlement verdwenen, evenals die van boer Koekoek (wie had die willen missen?). De diversiteit van ons parlement is een goed ding. Dat daardoor regelmatig een avonturier in de volksvertegenwoordiging terechtkomt, hoort bij het systeem.''

Roeland Makkink uit Rotterdam is weliswaar niet tegen een bepaalde vorm van een kiesdrempel, maar hij vindt 5procent te hoog. ,,Dan zouden partijen als ChristenUnie, D66 en SGP uit de Tweede Kamer verdwijnen en voor de SP en GroenLinks zou het moeilijk worden.'' Met slechts PvdA, CDA en VVD in het parlement zou volgens Makkink een grote groep kiezers zich niet in de Tweede Kamer vertegenwoordigd weten. ,,Dat zou de afstand tussen de kiezer en de politiek nodeloos vergroten.'' Hij is voorstander van een drempel van drie parlementaire zetels: ,,Op dat moment heb je een levensvatbare fractie en zijn de meeste opvattingen van de kiezers in het parlement vertegenwoordigd.''

Ook Bert Hubert uit Scheveningen vindt 5 procent te hoog. ,,Dan gaat het om een partij met zeven tot acht zetels in de Tweede Kamer. Dat zijn geen splinterpartijen meer – zie D66 nu, en de PPR of DS'70 vroeger.'' Er zijn volgens hem wel redenen om partijen of afsplitsingen die niet groter zijn dan drie zetels, niet dezelfde rechten te geven als grotere fracties. ,,Dat is in vele democratieën gemeengoed. Het zou bovendien ook een rem kunnen vormen op kleine afsplitsingen.'' Hubert denkt aan beperking van parlementaire faciliteiten en spreektijd voor dergelijke partijen. Voordeel van een `parlementaire versplintering' is volgens Bert van Leeuwen uit Dordrecht wel dat machtsmisbruik van grote partijen wordt voorkomen: ,,Als er minder grote partijen zijn, dient een regering veel meer en vaker rekening te houden met de oppositie en daarmee coalities te sluiten. Dat verlevendigt de democratie.'' Aan het opkomen en ondergaan van kleine partijen kan men een signaleringsfunctie toekennen, stelt F.W. Hoeksema uit Enschede: ,,Het bestuur ziet waar de onvrede zit, en de kiezers krijgen een uitlaatklep: aan onopgemerkte en veronachtzaamde zaken en zelfs taboes kan (op een nette manier) politiek vorm gegeven worden. In het laten meedoen van dergelijke partijen toont de democratie juist haar kracht. Het zijn de voorstanders van een kiesdrempel die je in de gaten moet houden.''

Tot die voorstanders behoort Antoine van Veldhuizen in Haarlem: ,,Een partij die minder dan 5 procent van de stemmen weet te krijgen, heeft geen enkele invloed in het parlement en is een volledige verspilling van geld en tijd. Geveinsde interesse van de grote partijen valt hun ten deel.'' Jean Blankert uit Baarn stelt, verwijzend naar de Israëlische politiek: ,,Fundamentalisten krijgen altijd meer uit een compromis dan zij er in alle redelijkheid recht op hebben. Er is veel meer rust met grotere homogenere groeperingen zoals in Groot-Brittannië. Bovendien moeten de partijen een zekere homogeniteit blijven houden om aan de kiezers de ruimte te geven hun keus te kunnen maken. Een volkspartij waarin tegenstrijdige ideologieën aanwezig zijn, krijgt niet de voorkeur van de kiezers.''

,,Door de kiesdrempel te verhogen worden de kleinere partijen gedwongen zich een plaatsje in een grotere te bezorgen'', aldus Henk van de Poll uit Veenendaal. Frans Lisman uit Velp voegt daar als voordeel nog aan toe: ,,Efficiënter Kamerwerk, dus effectievere politieke besluiten. In grote fracties is er meer tijd voor contact met het (kiezers-)volk, en is sprake van een beter verdeelde en grotere deskundigheid aangaande de verschillende beleidsterreinen.'' ,,Hiermee kan een boel onzinnig geleuter worden voorkomen'', vat Bart Hengeveld uit Schoonhoven het kernachtig samen.