Vele kleine kraters maken nog geen oud oppervlak

De ouderdom van een deel van het oppervlak van een planeet of maan is niet zomaar te bepalen met behulp van de kleinere inslagkraters. Astronomen van Lockheed Martin Space Exploration Systems in Denver, VS, leiden dat af uit onderzoek naar de verdeling van meteorietkraters in negen gebieden op Europa, een van de grootste manen van Jupiter (Nature, 20 oktober). Dat onderzoek wijst erop dat de meeste kleine kraters op deze maan secundaire kraters zijn: ze zijn het gevolg van de inslagen van fragmenten die ontstonden tijdens de vorming van één grotere, primaire krater.

Het oppervlak van de planeten en hun manen wordt al sinds hun ontstaan getroffen door rondzwervende meteorieten en planetoïden. Door erosie en geologische activiteit kunnen de hierbij gevormde inslagkraters in de loop van de tijd weer verdwijnen, maar waar dat slechts ten dele of niet – zoals op de maan – gebeurt, neemt het aantal kraters alleen maar toe. De plaatselijke dichtheid van de inslagkraters vormt een maat voor de relatieve ouderdom van een planeet- of satellietoppervlak waarvan men de leeftijd niet via bodemmonsters kan bepalen. De ouderdom van de aardse maan kon op 4,5 miljard jaar gesteld worden mede dankzij directe metingen aan maangesteente.

Edward Bierhaus en zijn collega's hebben nu ontdekt dat de kleinere inslagkraters op de Jupitermaan Europa niet willekeurig over het oppervlak zijn verspreid, maar op verschillende plaatsen een zekere clustering vertonen. Zo'n effect wordt niet verwacht als al deze kraters zijn ontstaan door afzonderlijke meteorieten die op willekeurige momenten en plaatsen neerkwamen. Het effect valt echter wel te rijmen met het feit dat er tijdens een meteorietinslag vele brokstukken ontstaan die in de directe omgeving neervallen en veel meer kleinere kraters creëren. Uit het onderzoek blijkt dat op Europa ongeveer 95 procent van alle inslagkraters kleiner dan één kilometer langs deze weg zijn ontstaan.

Planeetonderzoekers maken al decennia lang gebruik van inslagkraters om de relatieve ouderdom van bepaalde delen van het oppervlak van bijvoorbeeld de maan of Mars af te leiden. Volgens Bierhaus en zijn collega's levert dit wel goede resultaten op als men uitgaat van alleen de grotere inslagkraters, dat wil zeggen groter dan enkele kilometers, maar wordt deze techniek bij het kleiner worden van de diameter steeds onbetrouwbaarder. Recent onderzoek aan Mars, in augustus gepubliceerd in Icarus, laat zien dat de vorming van één inslagkrater van 10 kilometer diameter gepaard kan gaan met het ontstaan van miljoenen secundaire kraters van 10 tot 100 meter diameter. Zo'n dicht bekraterd oppervlak lijkt dan heel oud, maar zou bij wijze van spreken pas gisteren kunnen zijn ontstaan.