Veilig gevoel

Na zijn correspondentschap in Indonesië zoekt Dirk Vlasblom weer aansluiting in Nederland. Zijn vijfde en laatste verslag, over veiligheid op straat.

Op treinstations is het een herenstem, in de metro laat men het een dame zeggen: ,,Wilt u uw bagage niet onbeheerd achterlaten? Ook niet in treinen die gereed staan voor vertrek. Eventuele verdachte situaties kunt u melden bij het personeel.'' Het is een kalme vermaning, die op dezelfde neutrale toon wordt uitgesproken als het rookverbod. Toch deed de boodschap mij meteen de oren spitsen. Ik besefte plotseling dat in Nederland de `bommelding' niet langer geldt als voorbeeld van verwarrend woordbeeld, maar als een reëel gevaar.

Aan de andere kant van de aardbol drong onvoldoende tot mij door hoezeer de klappen in Madrid en Londen het Nederlandse gevoel van veiligheid hebben geschokt. Intussen weet ik uit ervaring dat alles went. Na een stuk of vijf bommen het ligt er maar aan welk kaliber men meetelt vinden gegoede Jakartanen en al even verwende expatriates het heel gewoon dat voor sterrenhotels en internationale scholen hun auto's en tassen worden onderzocht. Australiërs zijn het meest geschrokken van de explosies. Nu ook downunda kwetsbaar is gebleken, wordt de luchtreiziger op doorreis er meerdere malen gefouilleerd en worden Aziatisch ogenden publiekelijk geschoffeerd. Zo bezien valt de druk van de terreurpreventie in Nederland wel mee.

Op plaatselijk niveau neemt de bezorgdheid wel eens potsierlijke vormen aan. Rotterdam heeft tijdens mijn afwezigheid een stadsbestuur gekregen dat `veiligheid op straat' beschouwt als Mozes en de profeten. Instrumenten zijn in lokaal jargon: `repressie, handhaving, intensief toezicht en stadsmariniers'. Om de resultaten van het eigen, krachtdadige beleid te meten, maakt het college gebruik van een `veiligheidsindex'. Die combineert op niet heel doorzichtige wijze metingen van de `veiligheidsbeleving' onder burgers met politiestatistieken en drukt die uit in een cijfer. Boven de 5 geldt als voldoende tot goed, lager als onvoldoende tot slecht.

Wie het eigen succes wil kwantificeren, krijgt vaak het deksel op zijn neus. De probleemwijken blijven laag scoren, het Oude Westen komt dit jaar niet verder dan 2,7. Tot overmaat van ramp meldde het Centraal Bureau voor Statistiek vorige maand dat de criminaliteit in Rotterdam de laatste jaren sneller is toegenomen dan in andere steden. `Crimineelste stad van het land' kopte De Havenloods. En zoiets komt hard aan. De toename zou blijken uit een sterke stijging van het aantal aangiften in de afgelopen vier jaar. Nu lijkt me dat juist een aanwijzing voor het succes van de Rotterdamse politie, die met name huiselijk geweld aanpakt, met als gevolg dat meer slachtoffers naar de wijkagent of `het possie' stappen.

Ik hoop dat ik binnenkort mag meedoen aan een peiling van de veiligheidsbeleving, want de mijne is heel positief. Vergeleken met een miljoenenstad in Azië, waar iedere nacht tientallen ongeïdentificeerde lijken van de straat worden gehaald, is het gezellig in Rotjeknor. Ik maakte laatst kennis met de wijkagent-met-fiets, want ik was op zoek naar een onbeduidend straatje. Hij wist ook niet waar het was, maar heeft het voor me opgezocht.

De andere vier afleveringen van deze rubriek zijn terug te lezen op www.nrc.nl