Van Abbe oogt levendiger dan ooit

Je moet maar durven. Nog maar net aangesteld als directeur van een voornaam Nederlands museum en direct op je eerste tentoonstelling tegen de museale conventies aanschoppen.

Dat is precies wat de Engelsman Charles Esche heeft gedaan met zijn tentoonstelling EindhovenIstanbul, die de komende maanden het hele Van Abbemuseum in beslag neemt. Esche haalde de mooiste schilderijen die het museum bezit uit de depots: wat Picasso's, een Mondriaan, een Delaunay, een Kandinsky, een Léger – doeken die vele miljoenen euro's waard zijn. Die hing hij vervolgens dicht boven, naast en onder elkaar op geïmproviseerde schotten die zo onafgewerkt zijn dat je de schroeven nog ziet zitten. Dat is vloeken in de kerk.

EindhovenIstanbul is in meer opzichten een curieuze tentoonstelling. De vaste collectie van het Van Abbemuseum wordt er gecombineerd met hoogtepunten uit de geschiedenis van de Istanbul Biënnale, de kunstmanifestatie waarvan Esche dit jaar een van de samenstellers was.

Biënnales en musea zijn andersoortige instellingen. Bij de een wordt ingespeeld op de actualiteit met kunstwerken die vaak speciaal voor de locatie gemaakt zijn; in de ander worden kunstwerken voor de eeuwigheid geconserveerd. En hoewel het onderscheid niet haarscherp is, zou je zelfs kunnen spreken van typische biënnalekunst (meestal semi-documentaire video en fotografie van jonge talenten) en echte museumkunst (objecten of schilderijen van kunstenaars die hun sporen inmiddels verdiend hebben).

Esche brengt die twee werelden nu samen. Sterker nog: hij draait de rollen om. Want in het Van Abbemuseum nemen de kunstwerken uit Istanbul – de gastcollectie – de ereplaatsen in en moeten de topstukken uit de eigen verzameling het doen met de tijdelijke wandjes. Dat leidt soms tot bizarre confrontaties. Het kokette zuurstokkleurige portretje van een Turkse dame, geschilderd door de Duitse kunstenaar Lukas Duwenhögger, kan baden in een zee van ruimte. Maar ertegenover, op de kale gipsplaten, is het dringen geblazen voor de veel somberdere werken van grootheden als Permeke en Gust de Smet.

Die gewaagde opstelling heeft effect. Het Van Abbemuseum oogt voller en levendiger dan ooit tevoren. In alle hoeken en kieren van het gebouw zijn kunstwerken te vinden. Zelfs in de lift, die door de Brit Martin Creed tot muziekinstrument werd omgebouwd. De verschillende etages dienen als notenbalk. Zodra de lift zich in beweging zet hoor je een toonladder. Van laag naar hoog of andersom, dat hangt af van je bestemming.

Het museum is duidelijk opgefleurd door de komst van de `biënnalekunst' – alsof iets van de dynamiek van Istanbul is overgesprongen op de provinciestad. Maar omgekeerd lijkt het of de werken uit Istanbul een deel van hun magie verloren hebben. Veel van de biënnalekunstwerken slaan dood nu ze getoond worden buiten de context van de stad waar ze ooit voor gemaakt werden. De video Women at Work (2001) van Maja Bajevic, waarin twee vluchtelingen uit de moslimenclave Srebrenica lang boenen op spandoeken met uitspraken van Tito – net zo lang tot de gaten erin vallen – is nog altijd bijzonder. Maar om de beelden geprojecteerd te zien in de historische omgeving van het Turkse badhuis waar ze werden opgenomen, moet indrukwekkender geweest zijn.

Er zijn natuurlijk kunstwerken die zo goed zijn dat ze zelfs in een vochtige kelderbox nog tot hun recht zouden komen. De muurschildering Negotiations (2003) van de Bulgaar Nedko Solakov bijvoorbeeld, onlangs door Esche aangekocht voor het museum, bestaat uit niet meer dan enkele zinnen. Het zijn lieve, naïeve woorden, gericht aan de vertegenwoordigers van de Israëlische en Palestijnse autoriteiten. Of die ervoor kunnen zorgen dat de wapens dit najaar tijdelijk worden neergelegd, ,,zodat ik in alle rust mijn tentoonstelling in Tel Aviv kan organiseren''.

Tentoonstelling: EindhovenIstanbul. T/m 29/1 in: Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Open di t/m zo 11-17u, donderdag tot 21u.

Inl: 040-2381000 of www.vanabbemuseum.nl