Selectieve houtkap richt in Amazone veel schade aan

Opnieuw zijn aanwijzingen gevonden dat de aantasting van het Amazone-oerwoud veel groter is dan officiële cijfers aangeven. Volgens een laatste onderzoek wordt het jaarlijkse verlies aan bomen er met ongeveer 25 procent onderschat. De oppervlakte aan oerwoud die door menselijk ingrijpen zwaar wordt aangetast, is ruwweg twee keer zo groot als wordt aangenomen.

Dat blijkt uit onderzoek waarover Amerikaanse en Braziliaanse wetenschappers, aangevoerd door Gregory P. Asner, deze week publiceren (Science, 21 oktober). De crux schuilt in het verschil tussen `ontbossing' en `selectieve houtkap' (`deforestation' en `selective logging'). Het is praktisch gesproken alleen de rigoureuze ontbossing, waarbij oerwoud wordt omgezet in landbouwgrond of weiland, die opduikt in de officiële statistieken. Dat komt omdat tot dusver alleen deze vorm van veranderd landgebruik te zien was op foto's van satellieten als de Landsat. Bij selectieve houtkap, zoals die door Bruynzeel lange tijd werd toegepast in het Surinaamse oerwoud, worden alleen de commercieel meest waardevolle bomen weggehaald. Daarbij blijft het bladerdak grotendeels in tact. Het minieme verschil tussen een oorspronkelijk bladerdak en een dak waarin door houtkap hier en daar gaten zijn gevallen konden satellieten niet zien. Waarneming ter plekke leverde, door de enorme afmetingen van het Braziliaanse oerwoud, te weinig op. Ook deinsden onderzoekers er voor terug, omdat langs de vaak fel betwiste `frontiers' een gewelddadige sfeer heerst. Gregory Asner c.s. wisten met het geavanceerde rekenprogramma CLAS, dat gebruik maakt van beeldanalyse en patroonherkenning, meer informatie aan opnames van de Landsat-satellieten te onttrekken dan tot dusver gebruikelijk. Na voldoende calibratie tussen satelliet-opnames (resolutie 30 bij 30 meter) en waarnemingen aan de grond kan het CLAS-programma met een onzekerheid van maar 14 procent gebieden met selectieve kap onderscheiden van onaangetast oerwoud. De kans dat een pixel ten onrechte als `selectieve houtkap' of ten onrechte als `onaangetast bos' wordt aangewezen is ongeveer 5 procent. Het mooie is dat de hele analyse is geautomatiseerd.

De onderzoekers combineerden hun resultaten met de gegevens van honderden houtzagerijen in Brazilië. Aannemende dat bij selectieve houtkap toch nog ruim 23 kubieke meter hout per hectare wordt geoogst, komen zij tot hun uitspraak dat het houtverlies in de Amazone 25 procent hoger is dan opgegeven. De meeste boomstammen worden verwerkt tot timmerhout en dat zal pas na een halve eeuw als CO2 de lucht in gaan. Eén van de andere verontrustende uitkomsten van het onderzoek is dat wel degelijk houtkap plaatsvindt binnen de officiële Braziliaanse reservaten.