Parijs wil restauratie gebouw Dudok

Het Collège Néerlandais, het enige werk van architect Dudok in Frankrijk, verkeert in deplorabele staat. ,,Voor de laatste lezing moesten we eerst dweilen.'' De Fransen hebben bijna elf miljoen over voor de restauratie.

Op de hoek van een park aan de zuidkant van Parijs staat het. Of beter, doemt het op, zes hoog, als je vanaf de Porte d'Orleans richting het Engelse park Montsouris loopt. Het gebouw is ooit hard-

wit geverfd, maar het is nu vies en vlekkerig, met scheuren in het pleisterwerk, een kale toren, ontegenzeggelijk somber, de gloriedagen kennelijk voorbij.

Toch geldt dit gebouw als de vitrine van Nederlandse architectuur in Parijs: het Collège Néerlandais uit 1938, het enige werk van Willem Marinus Dudok in Frankrijk. Het dient als studentenhuis in de Cité Internationale Universitaire van Parijs, tussen 36 andere huizen van verschillende architecten. In het Collège Néerlandais wonen 156 studenten, onder wie drie Nederlanders.

De Fransen beschouwen `hun' Dudok sinds kort als architectuur-historisch erfgoed van de hoogste categorie. In maart dit jaar is het door het Franse ministerie van Cultuur geclassifieerd als historisch monument. Sinds 1998 stond het al op de inventarislijst van historische monumenten.

Het gebouw geldt als een van de hoogtepunten uit het romantische kubisme van Dudok, met invloed van onder meer De Stijl. Dudok ontwierp het vlak na zijn gemeentehuis van Hilversum. Aan erkenning heeft het gebouw nooit ontbroken – en ook nu beginnen alle architectuurhistorische rondleidingen over de Cité nog in het Collège Néerlandais. Aan geld heeft het wel altijd ontbroken: daardoor duurde bouw vanaf 1928 alleen al tien jaar, en toen was het nog niet af. De Dudok van Parijs geeft nu weinig aanleiding tot trots. ,,Ik schaam me voor de staat waarin het verkeert'', zegt Rudi Wester, directeur van het Institut Néerlandais in Parijs. Sinds kort organiseert het culturele centrum van Nederland er af en toe weer een lezing. ,,Maar voor de laatste lezing moesten we er eerst dweilen'', vertelt Wester. ,,Lekkage op de begane grond.''

Het Collège Néerlandais staat aan de rand van de Cité Universitaire, het enige bewoonde park van Parijs. De Franse minister van Onderwijs bedacht de Cité in 1921 met een dubbel doel: hij wilde van Parijs de intellectuele hoofdstad van de wereld maken door studenten uit de hele wereld naar een gerieflijke omgeving te lokken. Daarnaast wilde hij zo de toekomstige elites vormen in de geest van de Volkerenbond: met onderling begrip en respect in plaats van het nationalisme en de oorlogszucht van de Eerste Wereldoorlog.

Inmiddels is het niet alleen een studentencampus, maar ook een twintigste-eeuwse architectuur-historische tentoonstelling op zichzelf, met bouwstijlen uit de hele wereld. Het meest bekend zijn twee gebouwen van Le Corbusier: het Zwitsers paviljoen dat hij in 1933 voltooide en het Maison du Brésil uit 1959, een samenwerkingsproject tussen Le Corbusier en de Braziliaan Lucio Costa.

Het Collège Néerlandais van Dudok geldt als het andere hoogtepunt. Maar terwijl de meeste gebouwen de laatste jaren geheel of gedeeltelijk zijn gerestaureerd, raakt het Collège Néerlandais steeds meer in verval. Wie er nu binnenloopt, moet door de gebreken heenkijken om de verdiensten van het gebouw nog te zien. In de plafonds zijn gaten zichtbaar, de koepels van glas in de daken zijn zo aangekoekt dat het in het ooit lichtrijke gebouw nu altijd donker is. De bewoners lopen over afgesleten linoleum-lopers in de gangen, leven met verouderde voorzieningen, terwijl de decoratieve details uit het gebouw verdwijnen. Zo zijn de stalen raamkozijnen grotendeels vervangen door kunststofkozijnen – die ook weer licht wegnemen en de oorspronkelijke werking van het gebouw teniet doen.

In 1999 liet de Nederlandse regering een studie verrichten waarin de gebreken in kaart werden gebracht en een plan voor restauratie werd opgesteld. Dat voorziet onder meer in herstel van de oorspronkelijke lichtval en kleuren – niet hardwit, maar zachte kleuren zoals zandgeel. Om de restauratie te financieren was het wachten op de Franse classificatie als historisch monument. Vorige maand heeft het Nederlandse ministerie van Onderwijs en Cultuur daarvan een bevestiging ontvangen, na een procedure van zes jaar. Bij de Franse brief zit een begroting van 10,8 miljoen voor de restauratie, inclusief een plan om het pand zijn culturele functie terug te geven en er voortaan meer Nederlandse studenten te huisvesten: 67 in plaats van drie. Voor de restauratie is volgens de Cité Universitaire inmiddels 8,1 miljoen toegezegd door Franse instanties. Nederlandse ministeries zouden 2,7 miljoen moeten bijdragen. Volgens een woordvoerder van staatssecretaris Van der Laan (Cultuur) is met de erkenning als historisch monument in elk geval ,,aan een voorwaarde voldaan'' om medefinanciering te onderzoeken.