Oudje

Voor het eerst sinds 3 december 2004 stond hij in de basis, de vierde spits van Ajax. Tegen FC Thun scoorde hij de twee treffers en behoedde daarmee Danny Blind voor een lawine van witte zakdoekjes. Wie weet staat hij over een paar weken genoteerd als topscorer in de Champions League.

Papa.

Zo wordt hij door de spelers van het vaderloze Ajax altijd aangesproken. De 32-jarige Yannis Anastasiou is zeer geliefd in de kleedkamer. Wat heet, de Griek wordt op handen gedragen. De allerjongsten zouden hem nog liever opa noemen, maar dat mag niet van de ongeschreven wetten van het voetbal. Opa is een scheldwoord in een machogemeenschap.

Toch moet Anastasiou zich bij Ajax in een liefdeloze wereld voelen. Het bestuur en de technische staf hebben het niet zo begrepen op buitenlanders, de laatste jaren. Om maar iemand te noemen, superspits Zlatan Ibrahimovic vertrok binnen de kortste keren uit een woestijn van eenzaamheid. Voor de paniekaankopen Anastasiou, Rosales, Charisteas en Rosenberg is de liefde nog dunner. Ze krijgen niet eens ontferming van de bazen. Zelfs de onvolprezen middenvelder Galásek, die in zijn luttele Ajax-jaren meer heeft gelopen dan de levens van Johan Cruijff en Piet Keizer bij elkaar krijgt de laatste tijd nog weinig schouderklopjes. Toch niet van Danny Blind. Hij wordt nog net geduld, als granieten gemergte.

Eigen kweek eerst.

Gettovorming in Amsterdam, je ziet iets van de mentaliteit terug in de Arena. Zeker trotse Grieken tref je dan in het hart. Het is een wonder dat Yannis Anastasiou nog voor Ajax wíl spelen. In maart kreeg de spits te horen dat hij bedankt was voor bewezen diensten. Danny Blind kwam op zijn beslissing terug, maar Anastasiou werd geparkeerd in het tweede elftal. Veteraan tussen de jeunesse dorée: het is bijna een karaktermoord. Ook toen trainer Ronald Koeman nog de plak bij Ajax zwaaide, was weinig speelvreugde weggelegd voor Anastasiou. Enfin, het is nooit duidelijk geworden waarom deze spits zo nodig bij Roda JC moest worden weggekocht. Waar hij wel in het shirt van warmte en respect mocht opdraven.

De Griek bleef groots in de vernedering. In de kleedkamer gedroeg hij zich als nestor en mentor voor het jonge geweld. Hij waarschuwde vaderlijk voor de gemakzucht van talent, en riep op tot labeur. Hij bood de falende concurrenten ook nog eens het geluk van een hand. Kortom, de hitte van de mens waar het de leiding van Ajax zo schromelijk aan ontbreekt, werd door de huurling ingevuld. À la carte van de vriendschap.

Yannis Anastasiou: toch een tikkeltje Che Guevara.

Revoluties zijn niet aan Amsterdam en Ajax besteed. Ambacht en ziel vallen al enige tijd samen met de beursgang. Of met André Hazes. En met de ijdeltuiterij van kantoorklerken à la John Jaakke. Eigenlijk is een provinciaal als Jeu Sprengers met zijn weidse nostalgieën meer Ajax dan John Jaakke. Ik bedoel: Jeu heeft nog ingewanden, John is geblazen glas.

Yannis Anastasiou is een mens. Getroffen door een oud hoofd en oude knieën. Van een wreef heeft hij nog nooit gehoord. Zijn identiteit: passie. Allicht kunnen bloempotten als John Jaakke en Danny Blind daar niet mee omgaan. Hun passie is: beursgenoteerd zijn. Van eilanden en verlangen hebben zij geen benul. Ajax is niet anders dan KLM: présence, uniform, desnoods een gebed voor andersdenkenden.

Ooit zal Anastasiou Amsterdammer worden. Maar niet bij Ajax, niet onder het gezag van Jaakke en Blind. Ajax is losgezongen van iedere biotoop. Het weeshuis Ajax. Ik weet wel dat er nog voetballers zijn die Ajax consumeren als een heiligdom. Om er twee te noemen: Frank Arnesen en Sören Lerby. Maar ook zij gingen weg, op zoek maar warmte en respect. Ook voor hen was Ajax als een schilderij van Picasso.

Ajax bindt niet. Dat is de crisis achter de crisis. Maar dat mag je niet zeggen in De Arena. Waar columnisten en cabaretiers hun opperste ik ontmoeten. Vooral namens zichzelf. Voor Danny Blind is het prima: liever Freek de Jonge in de nek dan Yannis Anistasiou.

Wat is het hedendaagse Ajax anders dan het gezicht van een oude man, met verlangen naar stilstaand water omheen eilanden? De beursgenoteerde Yannis Anastasiou is waardeloos. Maar hij heeft nog wel de jukbeenderen van een overwinnaar. Als gekruiste messen. Niet hij, maar Ajax is een oude man met kunstheupen. En, helaas, ook met het kwijl van een gesticht, waar niemand zich nog thuis voelt. Ja, John Jaakke wel.