`Onderwijzer moet opletten'

Jongeren die zich anders gaan gedragen of gaan kleden. Zulke mogelijke tekenen van radicalisering moeten worden opgepikt en vastgelegd, vindt minister Remkes.

Het ontdekken van terroristen is ook een taak van gemeenten. Zij moeten ervoor zorgen dat scholen, jongerenwerkers en woningcorporaties die het gedrag van jongeren wantrouwen dit doorgeven aan politie en AIVD. Tenminste, dat vindt het kabinet.

Maar in de stad Den Haag blijkt dat deze lokale organisaties meestal niets weten van de rol die hen is toegedacht. Ze twijfelen of wat het kabinet bedacht heeft in de praktijk wel werkt. Maar volgens minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) moet hun manier van denken veranderen.

U wilt een centrale rol voor lokale netwerken bij het vroegtijdig signaleren van radicalisering. Maar daar weten zij zelf niets van. Hoe komt dat?

,,Die reacties liggen in het verlengde van wat ik zelf ook waarneem, en wat ook uit een peiling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten blijkt. Gemeenten zijn nog niet voldoende actief bij het signaleren van radicalisering. Hieruit blijkt dat het bij veel gemeenten nog onvoldoende tussen de oren zit. Maar zij moeten de lokale partijen bij elkaar brengen. Vergeet niet, we hebben die gemeenten nodig. Het rijk, de politie en de AIVD kunnen het niet alleen doen.''

Die lokale partijen weten niet alleen van niets, ze denken ook niet dat uw idee werkt, omdat ze de echte potentiële terroristen toch niet zullen herkennen.

,,Dat verbaast mij zeer. Die signalen zijn wel te herkennen. Dat is ook precies de reden dat de AIVD een rapport heeft uitgebracht dat herkenningspunten geeft waaraan je dat afglijden van mensen van de samenleving kan herkennen. Bijvoorbeeld het dragen van andere kleding, of gedragsverandering. En het gaat natuurlijk niet alleen om moslimradicalisme, maar ook om rechts-extremisme bijvoorbeeld.''

Je moet oppassen uitingen van radicalisme direct te zien als aanwijzing van gewelddadige plannen, zeggen lokale partijen.

,,Ik realiseer me dat het gevoelig ligt. We willen absoluut geen discussie tussen wij en zij. Maar radicalisering móét opgevat worden als een mogelijke voorbode van terrorisme. Als je dat niet onderkent ben je aan het bagatelliseren. Er is een andere attitude nodig, een cultuuromslag.''

Scholen en gemeenten willen geen informanten van politie en AIVD zijn.

,,Even geen misverstand: buurtwerkers en onderwijzers moeten geen vooruitgeschoven posten van de AIVD zijn. Maar ze moeten wel hun ogen en oren openhouden. Als ze dat nog niet doen, hebben we nog heel wat missie- en zendingswerk te verrichten. Dat zal tijd kosten, maar we moeten die weg inslaan. Ik geef een voorbeeld: als er bij bepaalde groepen grote opgetogenheid heerst als Theo van Gogh vermoord is, dan moet dat gesignaleerd en doorgegeven worden. De gemeente moet dat soort informatie verzamelen. En die informatie moet uiteindelijk worden doorgegeven worden aan AIVD, RID of politie.''

Dus uiteindelijk krijgt de AIVD een lijstje namen van mensen die opgetogen waren?

,,Ja.''

En dan?

,,Het hangt natuurlijk van de situatie af. Je kan proberen tot een dialoog te komen, om zulke mensen van verdere radicalisering af te houden. Maar je zou ook een preventieve invalshoek kunnen kiezen. Verstoring [het lastigvallen of preventief oppakken van verdachte radicalen door de overheid, red.] is dan wel een mogelijkheid, ja.''