Nederland heeft geen besef van hét cultureel erfgoed

Cor Wijn begint zijn pleidooi voor één Vereniging Cultuurmonumenten met de stelling dat tien jaar geleden ons cultureel erfgoed er prima voor stond (Opiniepagina, 14 oktober). Kennelijk weet hij niet dat juist op dat moment de eerste poging om te komen tot de zo door hem begeerde landelijke monumentenorganisatie jammerlijk mislukte. De Vereniging Open Monumenten bleek nog geen 5 procent van de door dure consultants beloofde 300.000 leden aan zich te kunnen binden en hield na enkele jaren al op te bestaan.

In de eerste plaats liepen de bestaande monumentenorganisaties niet warm voor het idee. En daarin is weinig veranderd. Een landelijke monumentenorganisatie met een groot draagvlak overlapt op een groot aantal terreinen het werk van het bestaande particulier initiatief.

Een Vereniging Cultuurmonumenten kan ten tweede alleen tot volle wasdom komen als men zelf monumenten restaureert en instandhoudt. De aantrekkingskracht van een organisatie die zich uitsluitend richt op het interesseren van een breed publiek is volstrekt onvoldoende, zo bewees Open Monumenten. Zonder natuurterreinen zou Natuurmonumenten ook nooit 800.000 leden hebben. Veel cultuurmonumenten zijn op dit moment echter al in goede handen bij de honderden particuliere organisaties die ons land telt. Zij zullen niet gauw geneigd zijn hun bezit over te dragen, ergo zij zorgen beter voor het erfgoed en het plaatselijk draagvlak dan een landelijke organisatie kan doen.

Want er bestaat in Nederland, anders dan in Engeland, geen besef van hét nationaal cultureel erfgoed. Aan dé natuur wil de Nederlander wel bijdragen, aan dé cultuur in algemene zin niet, behalve als die cultuur binnen de eigen leefomgeving valt. Dan komen mensen in het geweer tegen de afbraak van de kerk, de molen, het woonhuis of landgoed om de hoek. Gevolg: monumentenorganisaties zijn vooral op lokaal en regionaal niveau sterk en er is nooit van onderaf een sterke, grote, landelijke organisatie gekomen. De rijksoverheid is kennelijk op dit moment ook niet gediend van zo'n club: koepelorganisatie Nationaal Contact Monumenten verloor dit jaar de helft van haar subsidie.

Ik ben het eens met Wijn dat nationaal gezien een sterke organisatie gewenst is. Die komt er echter alleen van onderaf, als monumentenorganisaties gaan samenwerken met respect voor ieders identiteit. In plaats van een Vereniging Cultuurmonumenten een vereniging van organisaties van cultuurmonumenten, die met nieuwe dienstverlening en op het publiek toegesneden producten iets toevoegt aan het huidige bestel. Een nieuw debacle Open Monumenten kunnen we ons immers niet veroorloven.