In dubio: Kind naar de crèche of stoppen met werken

Iedereen staat herhaaldelijk voor de vraag: hoe besteed ik mijn geld. Deze week: blijf ik werken en breng ik mijn kind naar de crèche, of stop ik met werken om zelf voor mijn kind te zorgen? ,,Je staat te vaak voor de vraag: waar dump ik mijn kind?''

Andrée Ruiters, die bij FNV Bondgenoten adviseur is over arbeidstijden en kinderopvang, heeft twee kleine kinderen in de kinderopvang. Zij en haar man hebben daarvoor wel twee jaar op een wachtlijst moeten staan. Hun oudste, Lukas (4), ging de eerste twee jaar naar opa en oma. Nog steeds regelen ze voor één dag in de week, op donderdag, zelf opvang, omdat er geen plek meer is in de crèche. ,,Als je allebei wilt werken, kom je regelmatig voor de vraag te staan: waar dump je je kind? Je kind ergens zo maar achterlaten is wel het laatste wat je wilt, maar als ik vrijdag moet werken, regel ik me suf.''

De wachtlijsten in de kinderopvang zijn inmiddels, naar verluidt, redelijk gekrompen. Toch hoort Ruiters beroepsmatig vaak klachten van ouders over de kinderopvang. Die gaan over de papieren rompslomp en de hoge kosten. Sinds de invoering van de Wet Kinderopvang, op 1 januari 2005, zijn ouders zelf verantwoordelijk voor de opvang van hun kind. Ze kunnen de kosten deels verhalen op de overheid en werkgever(s), alhoewel de werkgeversbijdrage wettelijk niet verplicht is. Volgens Boink, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang, wordt bij slechts 45 procent van ouders met kinderen in de kinderopvang door beide werkgevers een bijdrage geleverd. Veel ouders zijn daarom meer gaan betalen voor opvang. Voor Bernadette Kwaks waren de hogere kosten reden om te stoppen met werken. De kinderopvang zou haar en haar man door de nieuwe wet 1.000 euro per maand kosten. ,,Het was goedkoper als mijn man fulltime ging werken en ik thuisbleef.''

Er zijn mensen die om niet-financiële redenen kiezen voor thuisblijven, maar het stoppen met werken is niet voor iedereen een geheel vrijwillige keuze.

Kinderopvang

Het belangrijkste voordeel van kinderopvang is dat beide ouders kunnen blijven werken.

De vrouw – want om haar gaat het vaak – blijft betrokken bij de arbeidsmarkt. Hoe langer ze uit het arbeidsproces is, hoe moeilijker het wordt om weer een baan te vinden. Het thuisblijven kost ook de samenleving menselijk kapitaal.

Met twee inkomens heb je over het algemeen meer te besteden. Het hangt wel per gezin af wat het voordeligst is: de een fulltime, de ander minder; of beiden een dag minder werken. Met De Werkverdeler op de website van het Nibud kunnen tweeverdieners uitrekenen of een andere werkverdeling financieel gunstig is.

De rust van thuisblijven is vaak betrekkelijk. Hoogleraar Janneke Plantenga, werkzaam bij de Utrecht School of Economics en gespecialiseerd in kinderopvang: ,,Veel vrouwen vinden het saai worden thuis. Die zandbak hebben ze na een tijdje wel gezien. Collega's die eruit zijn geweest voor de kinderen hebben hun baan nog nooit zo gewaardeerd.''

Vanaf 2006 stelt het kabinet 200 miljoen euro extra beschikbaar waardoor de opvang voor middeninkomens goedkoper wordt.

Stoppen met werken

De redenen om te stoppen met werken, pleiten vaak indirect tegen kinderopvang. De hoge kosten van kinderopvang bijvoorbeeld. Uit een enquête van de FNV onder ruim 1.500 ouders bleek dat 13 procent van hen minder was gaan werken of was gestopt. Het gaat daarbij vooral om vrouwen die zelf voor de kinderen gaan zorgen omdat de kinderopvang duurder is geworden. Om financiële redenen stoppen met werken dus.

Bij kinderopvang komt nogal wat papierwerk kijken. Ouders moeten een contract sluiten met het kinderdagverblijf. Daarna kunnen ze een deel van de kosten terugvragen bij de overheid en werkgever(s). De werkgeversbijdrage moet vaak per maand worden aangevraagd.

Als een van de twee stopt met werken, betekent dat minder gedoe. De een zorgt voor het inkomen, de ander draagt zorg voor het kind. Ze zijn niet gebonden aan openingstijden van de crèche.

Een andere reden om niet voor een crèche te kiezen, is de kwaliteit ervan. Uit een onderzoek van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek begin september bleek dat de kwaliteit bij 40 procent laag is. Onder meer gezondheid, hygiëne en fysieke veiligheid zijn onvoldoende.

Het is niet overbodig om ook aan het belang van het kind te denken bij deze keuze. Dit punt kan daarom ook als argument vóór kinderopvang gelden, want de een vindt kinderopvang verantwoord, terwijl de ander er zelf fulltime wil zijn voor het kind.