Honkbal uit het land van ooit

World Series, de finale van het Amerikaanse honkbal, gaan vanavond van start. De Chicago White Sox kunnen tegen de Houston Astros een streep zetten onder een zwart verleden.

De White Sox uit Chicago hebben de honkbalwetten van de afgelopen vijftien jaar getart. Die schreven voor dat teams met de grootste krachtpatsers wonnen; hoe meer homeruns hoe beter. De White Sox pakken het anders aan. Het team is kampioen van de Amerikaanse Liga geworden met small ball. De punten worden niet binnengesleept met lange halen, maar bij elkaar gesprokkeld. Het team onder leiding van de Venezolaanse coach Ozzie Guillen speelt honkbal uit het land van ooit. Small ball, zo werd vroeger gespeeld, in het tijdperk vóór de kunstmatig opgepompte torso's, toen honkbal nog een teamsport was in plaats van een verzameling superego's. Small ball leunt op finesse, niet op steroïden.

Vanavond spelen de White Sox de eerste wedstrijd van de World Series thuis tegen de Houston Astros. In het reguliere seizoen stonden de Sox vrijwel het hele seizoen bovenaan in hun divisie. In de play-offs rekenden ze vervolgens af met regerend landskampioen de Red Sox uit Boston (3-0) en de Los Angeles Angels (4-1).

De finaleplaats voor de Sox heeft geleid tot opgewonden beschouwingen in de Amerikaanse kranten. Het roemruchte verleden van de club, die in de schaduw speelt van stadgenoot de Cubs, kwam daarbij uitgebreid aan de orde. In 1917 werden de White Sox voor het laatst landskampioen. Twee jaar later was de club verwikkeld in het grootste schandaal uit de Amerikaanse sportgeschiedenis, door het kampioenschap te verkopen. Niet aan de tegenstander de Cincinnati Reds maar aan de gokindustrie. Een jaar later, toen de Sox opnieuw in de World Series stonden, klapte een van de acht betrokken spelers uit de school. Sindsdien gaat de club ook als de Black Sox door het leven. Het schandaal inspireerde Eliot Asinof tot het schrijven van de klassieker Eight Men Out, die later door John Sayles werd verfilmd. Pas in 1959 deed de ploeg weer van zich spreken, nu als de zogeheten Go-Go Sox, die in de finale verloren van de LA Dodgers.

De White Sox kunnen nu definitief een streep zetten onder hun zwarte verleden. Ze kunnen laten zien dat het spelen van zuiver honkbal loont. Dit seizoen werd ontsierd door spelers die werden beschuldigd van of betrapt op het gebruik van verboden stimulerende middelen. Small ball gaat uit van oude deugden als teamspirit en opofferingsgezindheid. Heeft een speler het eerste honk bereikt, dan wordt hij met stootslagen en fly balls van teamgenoten naar het tweede, het derde en uiteindelijk het thuishonk gedirigeerd.

Het is geen toeval dat de White Sox in de persoon van Scott Podsednik beschikken over een van de snelste `honkbalhazen'. Hazen scoren niet alleen veel punten, ze zijn ook gespecialiseerd in het stelen van honken. Daarmee veroorzaken ze chaos op het veld. Geen pitcher vindt het leuk om voor elke worp over z'n schouder te moeten kijken of de tegenstander het tweede of derde honk wil kapen. Het sloopt hem, hij verliest er zijn concentratie door en daarmee zijn accuratesse.

Podsednik stal het afgelopen seizoen 59 honken. Halverwege stond hij op een onwaarschijnlijk aantal van 52 steals; een blessure hield hem daarna lange tijd aan de kant maar sinds de playoffs is hij weer fit. Podsednik is, naast teamleider en eerste honkman Paul Konerko, de enige speler bij de Sox met de status van ster. Die dankt hij overigens niet alleen aan zijn snelheid tussen de honken maar ook aan zijn relatie met de hoogblonde voormalige playmate Lisa Dergan, tegenwoordig sportpresentatrice bij televisiezender Fox.

Het brein van de White Sox is de trainer, Ozzie Guillen, die ook buiten het stadion enige faam geniet omdat hij zijn drie zoons de namen Ozzie jr., Oney en Ozney heeft gegeven. Met zijn 41 jaar is hij nog relatief jong, maar niemand betwist zijn honkbalkennis. In de dug-out lijkt hij in niets op het cliché van honkbaltrainers uit Amerikaanse films. In plaats van een pokerface is hij energiek, praatziek en enthousiast. Hij kan in zijn tweede jaar als coach van de Sox honkbalgeschiedenis schrijven door als eerste Venezolaan de World Series te winnen. Het is eens te meer het bewijs dat honkbal in de VS op weg is een `latin game' te worden: emotioneler, flitsender en chaotischer dan de sport die nog steeds wordt beschouwd als het nationale tijdverdrijf van Amerika.

Twee van de vier startende pitchers van de White Sox zijn latino's: Freddy Garcia en Jose Contreras. Ze vormen met Mark Buehrle en Jon Garland een sterk kwartet, dat in de strijd om het kampioenschap van de American League vier complete wedstrijden speelde. De New York Yankees presteerden dat in 1928 voor het laatst. Alleen al daarom wordt door liefhebbers van een duel tussen werpers reikhalzend uitgekeken naar de World Series. De Astros hebben in Roger Clemens – de meest gevreesde pitcher van Amerika – Roy Oswalt en Andy Pettitte ook sterke starters. De White Sox en de Astros bewijzen daarmee dat goede werpers nog altijd de basis vormen voor een honkbalkampioenschap.

Het duel tussen de White Sox en de Astros wordt ook de strijd tussen de werpers. De vier starters van de White Sox baarden opzien door in de halve finale tegen de Angels uit Los Angeles complete wedstrijden te spelen. De laatste keer dat dat gebeurde was in 1928, met de Yankees. De beroemdste pitcher van de Sox behoort overigens niet tot het kwartet starters. Of beter: Orlando Hernandez was starter (bij de Yankees) voor hij werd omgeschoold tot middle reliever (bij de Sox). Hij neemt het over als een van de starters in de problemen komt. De man met de bijnaam `El Duque' geldt als een van de grootste stilisten uit de honkbalgeschiedenis. Voor hij gooit vouwt hij een been op als een knipmes en houdt hij zijn handen parallel aan zijn lichaam. Toch hopen fans van de White Sox dat hij niet in actie hoeft te komen. Want hij komt pas het veld op als een van de starters heeft gefaald.