Hollands dagboek: Kaz de Jong

Wie Kaz de Jong, klinisch psycholoog en fysiotherapeut bij Artsen zonder grenzen. De Jong (44) woont samen in Amsterdam en heeft twee dochters, van vier en zeven.

Waarom De Jong vertrok vorige week naar het door een aardbeving getroffen gebied in Pakistan om aan de getroffenen medische en geestelijke hulp te verlenen.

Schrijft `Juist een VN-man als Jan Egeland zou moeten weten dat je zo kort na een ramp niet drie, vier helikopters moet bezetten. Er zaten drie AzG-mensen klaar in Islamabad maar die werden van de helikopter afgeduwd omdat hij zo nodig een kijkje moest nemen in het rampgebied.'

Maandag 10 oktober

Met z'n drieën zullen we naar Islamabad afreizen, maar de pech begint ons te achtervolgen. De visa zijn er niet. Vincent (Head of Mission) belt en aan z'n gevloek hoor ik al dat het niet goed is. Het wordt ieder voor zich: Vincent moet z'n visum zelf regelen in Den Haag. Jasper en ik blijven over; ons visum komt met een koerier.

Gelukkig heb ik al elektronisch ingecheckt. Jasper moet wachten. De tijd tikt door. We krijgen bericht: de koerier is bij Hoofddorp. We gaan het halen! Wachten, wachten waar blijft die vent? Een twintig minuten voor vertrek komt hij binnen. Te laat voor Jasper. Ik ren door de douane naar de gate. Achter mij valt de deur dicht. We stijgen op. Nog geen halve dag bezig en eenderde van de ploeg verloren.

Dinsdag

Ik land vroeg. De chauffeur staat keurig te wachten achter de douane. Maar vertrekken wil hij niet. Er komen er nog twee. Ik leg hem uit dat die achter zijn gebleven. Lachend wijst hij op het vluchtbord: ze komen uit London. En inderdaad: even later zie ik Vincent en Jasper. Pech en geluk ligt dichter bij elkaar dan ik dacht.

Het hoofdkantoor in Islamabad is een oude villa. De tuin staat vol met spullen. Er zijn al twee ploegen in het veld. De chaos staat te beginnen. De luchtvracht komt binnen en komende nacht een elftal extra medische hulpverleners. Ik ga me richten op de back-up medisch en mental health services. Hospitaal in en uit. Het geeft me een goed beeld van de situatie. Boerenkarren, kleine vrachtwagens, personenauto's – alles wordt gebruikt om gewonden te vervoeren. Ik zie veel breuken, interne verwondingen en vleeswonden. Als ik beter kijk zie ik lege blikken en doffe ogen.

Bij de begeleiders zie ik angst, stress en uitputting. Ik probeer me niet te lang voor te stellen hoe het is om je geliefde, vriend of kennis onder het puin vandaan te halen. Lukt het? Of niet en hoe? De onmacht die je voelt als het niet lukt. De radeloosheid als vervoer ontbreekt. Soms is het makkelijker de pijn zelf te verdragen dan anderen te zien lijden. Dat geldt ook voor mij.

Op kantoor besluiten we om morgen naar Lamnian en Hattian te gaan.

Woensdag

Zes doodstille mensen zitten in de auto. De VN gaat ons droppen. Een medisch team met cargo's, tenten, dekens en medicijnen, een Japanse dokter en ik zullen doorvliegen om een medische verkennende missie te doen in Hattian. De Russische helikoptercrew heeft de coördinaten. Ze zitten in tijdnood, want het is halfdonker en ze moeten terug. Ze landen ons op een rijstveldje en zodra de deur opengaat rennen de omstanders toe.

Als we de bagage naar buiten duwen, wordt het direct ingepikt. Alles verdwijnt en mensen proberen naar binnen te komen. We duwen ze naar buiten en gaan er met zijn tweeën achteraan. De helikopter stijgt meteen op.

Daar staan we, omringd door allerlei mensen die er met onze spullen vandoor zijn gegaan. Het lijkt vijandig, maar een dorpeling helpt ons onze spullen terug te krijgen.

Het leger staat ons ook al op te wachten. De commandant heet ons welkom in Kuchaa. We zijn helemaal verkeerd afgezet en zitten minstens vijf kilometer van onze plek, dicht op de line of control tussen Pakistan en India. Dat is ongeveer of je in oorlogsgebied wordt gedropt tussen de strijdende partijen. De weg terug naar Hattian is onbegaanbaar. We zitten vast.

Donderdag

Waar blijft die helikopter? Met zijn tweeën kijken we af en toe naar de lucht. Om ons heen op de weg door Kuchaa liggen overal gewonden. Op bedden, brancards, begeleiders eromheen. Ze hebben ons zien aankomen en komen nu uit de bergen en van achter de landslides. We zitten dan wel vijf kilometer fout maar er is volop werk.

De verwondingen zijn ernstig en met zijn tweeën doen we wat we kunnen. Open fracturen, lappen vlees eraf, thoraxfracturen, borstfracturen, verlammingen, mensen met interne bloedingen. Wat kun je doen met een basic drugskit?

We hebben handen nodig en meer medicijnen. De helikopter blijft de hele dag weg. 's Avonds horen we dat er geen heli was, omdat er een aantal vips (Jan Egeland, coördinator van de noodhulp van de Verenigde Naties, met zijn gevolg) een bezoek moesten brengen aan het rampgebied. Gelaten concluderen we dat dat blijkbaar de prioriteiten zijn. Het is overal hetzelfde, maar het went nooit. Juist Egeland zou moeten weten dat je zo kort na een ramp niet vier helikopters moet bezetten. Er zaten drie AzG-mensen klaar in Islamabad maar die werden van de helikopter afgeduwd omdat hij zo nodig een kijkje moest nemen in het rampgebied. Je trekt je haren uit je hoofd.

Vrijdag

De eerste gevallen voor mij als klinisch psycholoog. Voornamelijk kinderen met slaapproblemen en herbelevingen. Niet ongewoon na zoiets, maar wel beangstigend. De eerste verhalen van verlies, de emoties nemen toe. We proberen zo goed als het kan meer tijd te nemen voor mensen. Zodat ze hun verhaal kunnen doen. Dat lukt redelijk want het is vrijdag en gebedsdag. Iedereen die we vragen wat er aan de hand is, begint met het vertellen van zijn verhaal. Pas later komen de klachten. Hun verhaal onderbreken heeft geen zin; ze beginnen gewoon weer opnieuw. Het moet eruit.

Er komt versterking: twee verpleegkundigen en een logisticus. Eindelijk! Ze vertellen ons dat de vips hebben geklaagd dat de hulp niet snel genoeg bij de mensen komt. Zucht.

Zaterdag

Mensen kennen hier geen geestelijke gezondheidszorg. Doordat ze onbekend zijn met onze psychologische begrippen en onze taal om emoties te uiten, denken we vaak dat deze mensen het niet belangrijk vinden. Maar dat klopt niet.

Ik doe 's avonds meestal `huis'-bezoeken. Huizen zijn er niet meer. Mensen zitten in tentjes of tussen wrakhout met plastic eroverheen. Maar `thuis' zijn mensen meer ontspannen en je krijgt een aardig inzicht in de familiesituatie. Iedereen spreekt vrijuit over zijn problemen, privacy is een onbekend begrip. Een emotioneel probleem van een individu is een familieprobleem. Dat werkt erg goed in deze situatie: bij de verwerking van rouw en herbelevingen maak ik veel gebruik van familieleden. Slachtoffers kunnen tegen mij aanpraten maar ik ga heel snel weg. Je helpt ze meer als je mensen leert dat het goed is regelmatig stil te staan bij wat er is gebeurd, en dat huilen in dit soort omstandigheden normaal is.

Veel kinderen zaten op school tijdens de aardbeving. Ze waren getuige van de dood van hun vriendjes, broertjes of zusjes. In hun dromen herbeleven ze het fatale moment of ze dromen dat ze spelen met hun gedode vriendjes. Dat is erg verwarrend voor ze. Sommigen durven niet meer te gaan slapen. Ik laat de ouders zoveel mogelijk met de kinderen spelen voor het slapengaan. Sommige kinderen brengen we terug naar de plek waar het is gebeurd. Dat is soms erg emotioneel, maar werkt in veel gevallen goed om dromen van realiteit te onderscheiden. 's Avonds bij de thee leg ik de ouders uit dat dit soort dingen in dit stadium heel normaal zijn.

Zondag

De patiëntenstroom in Kuchaa stabiliseert zich en we moeten door. 's Ochtends krijg ik toestemming voor een verkennende tocht naar Hattian. Minstens een uur lopen met ten minste drie gevaarlijke landslides op de route. Het heeft zwaar geregend en het waait hard. Het is ijskoud. Twee lokale dorpsoudsten gaan met ons mee als gids, maar vooral ter bescherming,want het leger heeft zich uit Hattian teruggetrokken en in Hattian wordt geplunderd. Als we eindelijk aankomen, treffen we twee dokters met om hen heen een slagveld van patiënten-stretchers en bergen bebloed verband. We geven hulp, maar moeten nog dezelfde dag terug om voorraden op te halen.

Maandag

Teruggelopen naar Hattian en daarna kwam een supply heli. Geschreeuw, gekerm en geduw. Een chaos waar survival of the fittest letterlijk genomen moet worden. Iedereen vecht om zijn gewonde op onze helikopter te krijgen. Twintig gewonden zijn urgent en moeten per se mee. Het lukt ons eerst de kinderen op de heli te zetten. Daarna is de druk te groot en wordt het ieder voor zich.

De strategie van ieder voor zich werkt. Iedere gewonde neemt namelijk ten minste twee of drie begeleiders mee. Als de heli vol is, sturen we alle begeleiders eruit. Dat geeft voldoende ruimte om de resterende gewonden op de vlucht te krijgen.

Met de heli is een chirurgisch team en een complete operatiekit meegekomen. Het team is compleet: twee verpleegkundigen, een kinderarts, fysiotherapeut, psycholoog en logisticus. Een groot deel van de nacht werken we door om alles klaar te maken voor morgen. Het is volle maan en ijskoud.

Dinsdag

Hijgend zitten we op een rots. We hebben met onze mobiele kliniek twee uur gelopen vanuit Hattian om in Goderbad te komen. Pad voerde langs rotspaden, aardverschuivingen en langs kleine gehuchten, vier, vijf huizen bij elkaar. Achter ons verzamelen zich de gewonden. Open botbreuken, wonden waarbij het vel afgestorven is, infecties en interne verwondingen. We zien alleen de ernstigst gewonden.

Opvallend zijn de vele kinderen die niet willen eten en niet meer willen spelen. Sommmigen praten niet eens meer. Het zijn er te veel om individueel te zien. Ik geef de enige Engelssprekende vrouw instructie om de kinderen te begeleiden. Om het dagelijks ritme te herstellen, zullen de kinderen twee keer per dag bij elkaar komen. De ochtendsessies zullen beginnen met het aan elkaar vertellen wat ze gedroomd hebben. Daarna wordt er gespeeld, getekend en verhaaltjes verteld. De middagsessies bestaan wederom uit spel en worden 's avonds afgesloten met gezamenlijk spel waarbij de droom die weer gaat komen wordt gespeeld. Het gaat erom dat de kinderen controle krijgen.

De ouders krijgen voorlichting over wat er met de kinderen gebeurt en waarom. We verlaten Goderbad. Een tiental patiënten gaat met ons mee voor operaties.

Woensdag 19 oktober

Er is iemand flauwgevallen. Het is half zeven en ik lig nog te slapen. Droom en realiteit zijn nog niet goed te onderscheiden. U moet komen, wordt geroepen. Ik kalmeer de man die me riep en word goed wakker. De broer van de man lijdt aan hyperarrousel. Sinds de aardbeving is hij geagiteerd, praat met iedereen, ziet in alles de hand van God. Als hij moe is, valt hij flauw. Is hij weer iets uitgerust, dan gaat hij weer door.

Dit soort gevallen blijft meestal onopgemerkt voor ons. De mensen denken dat wij er niets mee kunnen. Ik laat de patiënt komen, probeer zijn vertrouwen te wekken. Ik krijg hem zelfs zover dat hij gaat zitten. Hij is uitgeput en heel erg angstig maar heeft nog niet alle realiteit uit het oog verloren. Hij zegt: ik lijd aan fear fever en crying syndrome. De lokale taal voor emotionele problemen veroorzaakt door de aardbeving is geboren.

Ik laat de dokter een kalmeringsinjectie geven en regel een medische evacuatie met de helikopter. De helikopterpiloot komt naar me toe. Door het geluid van de rotorbladen schreeuwt hij: Evacuatie?? Maar hij kan nog lopen! Ik zeg: ja, maar hij kan niet meer denken.