Grauwe gors

Vogelboeken houden er vaak al te menselijke maatstaven op na. Over de Grauwe gors, een tamelijk onopvallend getekende, zaadetende zangvogel, lees je weleens dat zowel mannetje als vrouwtje `gebrek hebben aan uiterlijk schoon'. Toch: neem eens de Grauwe gors (Emberiza calandra) waar, bijvoorbeeld in de uiterwaarden, struiken en heggen langs de Hollandse rivieren, het landschap van boeken als Grauwe vogels van Arthur van Schendel of Knielen op een bed violen van Jan Siebelink waarin deze schrijft over `opstuikingen in het landschap' en `diluviale hoogten'. Dit diepe, oude Holland is het leef- en broedgebied van de Grauwe gors. Hij is herkenbaar aan het zandkleurig-bruine verenkleed, zonder wit op de vleugels. De snavel is kort en dik. Kenmerkend is de zangplaats die het mannetje zoekt, hoog op een boomtak of paal. Langs de Hollandse IJssel zijn ze te vinden, een vogel die de verwilderde, overwoekerde paden opzoekt waar volop voedsel en beschutting zijn te vinden.

Illustratie: Rein Stuurman

(Zien is Kennen!)

freriks@nrc.nl