Europa moet veranderen.En Nederland helemaal

Europa is voor burgers een bedreiging geworden in plaats van een gemeenschappelijk ideaal dat nieuwe kansen schept.

Laurens Jan Brinkhorst: ,,Er is één algemeen Europees probleem: Europeanen vinden het heel moeilijk om te gaan met veranderingen. Met name in de drie grote economieën Duitsland, Frankrijk en Italië constateer je een geweldig defensieve houding. Dat vind ik verontrustend want dat heeft zijn weerslag op Nederland. In ons land bestaat de laatste jaren toch al de neiging met de rug naar Europa en de rest van de wereld te gaan staan. In Nederland heerst een politieke cultuur van `dat móet van Europa'. Ik heb in mijn ministerie verboden om dat te zeggen. Brussel zijn we zelf, er worden daar geen beslissingen genomen waar we niet bij zijn geweest.

,,Ik maak me zorgen over die renationalisering. Al vóór het referendum heerste er een sfeer van `Brussel bashen'. Maar we hebben in Europa sinds 1992 wel een gezamenlijke interne markt. Dat is voor Nederland van levensbelang: 70 procent van onze welvaart komt van de dienstensector, dus we hebben er veel baat bij als de markten van andere Europese landen verder voor ons opengaan.

,,Nederland begint in Europa economisch slechter te scoren. Dit jaar stagneert de economische groei. Onze concurrentiepositie is aanzienlijk verslechterd, onder meer door een forse stijging van de arbeidskosten. We moeten veel meer investeren in nieuwe producten, in scholing van werknemers. Maar ook hier stel ik een defensieve houding vast. Alsof alles binnen de grenzen van Nederland is op te lossen! Het wordt er heus niet beter op als Nederlanders zeggen: we gaan ons achter de Hollandse Waterlinie verschuilen.''

Jelle Visser: ,,Ik vind het niet zo erg dat we na de referenda in Europa even pas op de plaats maken. Burgers hadden het gevoel dat hen met de Grondwet een keuze werd opgedrongen die als onvermijdelijk werd voorgesteld. Alsof er net als zestig jaar geleden opnieuw een oorlog moest worden afgewend. Nu worden we gedwongen eens goed na te denken waar de Europese Unie voor staat. Die discussie moet in elk land worden gevoerd. Veel problemen zijn niet Europees te regelen. Onderwijs, pensioenen, hoe krijg ik meer vrouwen aan het werk, hoe regel ik kinderopvang? Dat vraagt om nationale oplossingen. De voordelen van een Europese interne markt zijn evident. Maar als Europa zich met de inrichting van sociale zekerheid zou gaan bemoeien, ondergraaf je je eigen sociale stelsel. Zeker als je de burgers hier niet bij betrekt, zal Brussel al gauw als bedreiging worden ervaren. Je kunt wèl iets opsteken van andere landen, maar we moeten zelf onze Nederlandse keuzes maken. Daar heeft Brussel niets mee te maken.''

Scarlett Kwekkeboom: ,,Toch hebben we in Europa wel degelijk gezamenlijke belangen. Als ondernemer stuit je onmiddellijk op allerlei verschillende regels en normen die het zakendoen belemmeren. Wij hebben bijvoorbeeld een Belgische partner die grootscheeps wil investeren in nieuwe loodsen. De Belgen hebben ons gevraagd voor een miljoen euro aan elektro-installaties te leveren. Maar er zijn in België eenvoudig zoveel technische normen die we in Nederland helemaal niet kennen, dat ik niet kan meedoen. Die order gaat mooi aan onze neus voorbij! Laten we er nou eerst eens voor zorgen dat we overal in het Europese bedrijfsleven dezelfde regels hanteren zodat we gewoon kunnen ondernemen. Wij zijn het toch die de economie draaiend moeten houden?''

Europa is de `zieke man' van de wereld omdat het zich niet kan of wil aanpassen aan de veranderende economische situatie.

Brinkhorst: ,,We zijn niet ziek, maar hebben wel een opkikkertje nodig. Laten we nu gewoon eens kijken naar de kansen die de globalisering biedt. Ik ga deze week naar India, waar intussen 250 miljoen mensen een Europees welvaartsniveau hebben. Ook China groeit geweldig. Kijk ook eens naar de positieve kanten van de mondialisering: we raken niet alleen werkgelegenheid kwijt in Europa, we kunnen ook steeds meer aan die nieuwe markten leveren. Inmiddels vindt liefst 80 procent van de Nederlandse handel in Europa plaats. Maar zodra je aan ons sociale stelsel dreigt te komen, krijg je meteen de reactie: je wilt hier een Amerikaans model invoeren. Daar is geen sprake van.''

Kwekkeboom: ,,Europa is niet ziek, maar bijna alle landen – of het nu om Duitsland gaat of Italië – hebben wel een aantal dezelfde grote problemen. Neem de vergrijzing, dat zie ik in mijn eigen bedrijf. De overheid wil dat mensen langer doorwerken. Dat is in de praktijk niet zo simpel op te lossen. Wat moet ik met mensen die hun hele leven monteur zijn geweest, overal op- en ingeklauterd hebben, en tot hun 55ste hard gewerkt hebben. Moet ik die allemaal in het magazijn zetten om te zorgen dat ze langer door kunnen werken? Misschien kan dat wel in een bank of in de dienstensector, maar voor mensen op de werkvloer of in de produktie is dat gewoon onmogelijk. En wie gaat dat betalen?''

Visser: ,,Ik beschouw schooluitval als een veel groter probleem dan vergrijzing, want het werkt veel langer door. Ook landen als Engeland of Frankrijk hebben daarmee te kampen, maar in Nederland is het ernstiger. In Amsterdam haalt 40 procent van de jongeren niet eens het vmbo-diploma, wat toch een minimale vereiste is om een start te hebben op de arbeidsmarkt. Ze verdwijnen, worden werkloos. Dat zijn vaak jongeren uit achterstandsmilieus, immigranten. Wil je tegelijkertijd dat mensen flexibeler gaan werken en makkelijk omschakelen naar nieuw werk, dan moet je dat natuurlijk al helemaal niet hebben. Daar komt nog iets bij. De Nederlandse samenleving heeft in de toekomst juist steeds meer hoogopgeleide mensen nodig. China concurreert niet alleen meer met goedkopere arbeid, maar ook steeds vaker met hoogwaardige producten.''

Kwekkeboom: ,,Dat werk naar lage-lonenlanden verdwijnt, begint nu echt een probleem te worden. De werkloosheid neemt daardoor toe en de kennis loopt de deur uit. Maar tegelijkertijd hebben we in Nederland een groot gebrek aan technische mensen. In Zeeland zijn op de HTS het afgelopen jaar maar vijftien jongeren afgestudeerd in de elektrotechniek! Die gaan eerst een baan zoeken bij Dow Chemicals, Péchiney of Total. Vervolgens kijken ze naar ingenieursbureaus. Wat er dan nog overblijft, wil eventueel wel bij mij werken! Wij moeten mensen uit Portugal halen, terwijl er hier werklozen zijn. Terwijl alles om ons heen techniek is – dit glas, deze pen, dit plastic koffiebekertje – zijn wij kennelijk niet in staat van techniek een leuk en aantrekkelijk beroep voor de jeugd te maken. Dat ligt aan ons allemaal, aan u, aan mij, aan de minister. We kunnen toch moeilijk een land worden van alleen dienstverleners?''

Dergelijke problemen zijn niet Europees op te lossen. Engeland kampt al met een tekort aan technici en ingenieurs. Zelfs Duitsland, met zijn industriële klimaat, voorziet door de vergrijzing binnen tien jaar een tekort aan hoog opgeleide werknemers.

Visser: ,,Nee, er bestaat niet één Europese aanpak want er is niet één Europees model. Ik zie te veel verschillen. De Duitsers zijn wel wereldkampioen export. Hun BMW's en Audi's of hun Siemenscomputers zijn ijzersterk. Maar de arbeidsmarkt is er erg star en de werkloosheid hoog. Dat komt natuurlijk voor een deel door de hereniging die met enorme kosten gepaard gaat. Ook in Frankrijk doen in ieder geval de grote bedrijven het goed op de wereldmarkt. Maar de overheid voert een conservatief sociaal beleid en kiest bewust voor behoud van vut en arbeidsduurverkorting. De jeugdwerkloosheid is dramatisch.

,,De drie best presterende landen in Europa zijn Finland, Zweden en Denemarken.Allemaal landen die hun sociale systemen wel hebben gemoderniseerd. Ze hebben, net als Nederland, in de jaren tachtig een forse crisis meegemaakt en waren gedwongen financieel stevig orde op zaken te stellen. Zij hebben hun sociale stelsels niet afgebroken, maar gemoderniseerd. En de staat heeft de publieke voorzieningen voor kinderopvang en voor gehandicapten goed geregeld. Scandinavië heeft inmiddels het hoogste percentage fulltime werkende vrouwen in Europa en veel meer gehandicapten hebben er een baan. Vervolgens hebben deze landen ongelofelijk geïnvesteerd in onderwijs en in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe produkten. Ook dat heeft Nederland nagelaten. Daar kunnen wij nog wat van leren. Al is het een kostbare oplossing, áls ik een model moest kiezen, dan wist ik het wel.''

Brinkhorst: ,,Bij het Scandinavische model zijn ook wel kritische kanttekeningen te maken. Hoe kun je bijvoorbeeld zulke grote publieke uitgaven blijven doen, terwijl je land snel aan het vergrijzen is? Ook Zweden en Denemarken hebben te maken met open markten en dat maakt deze landen kwetsbaar. Dat hebben we in de jaren negentig gezien, toen ze zich moesten aanpassen onder druk van externe omstandigheden. Finland zag na de ineenstorting van de Sovjet-Unie zijn hele exportmarkt wegvallen. En Zweden had begin jaren negentig een enorme economische crisis met een inflatie die hoger was dan in Griekenland. Daardoor konden ze de verzorgingsstaat niet meer betalen. Toen móesten ze wel maatregelen nemen. Of wat te denken van Denemarkens harde maatregelen om de toegang van vreemdelingen te beperken? Toch denk ik dat het mogelijk moet zijn in Europa modellen te ontwikkelen, die superieur zijn aan het Amerikaanse. Als er één ideale Europese staat zou zijn, zou je veel verder kunnen komen. Maar die bestaat niet.''

Nederland moet zijn sociale stelsel hoe dan ook aanpakken.

Visser: ,,Ook Nederland ontkomt er niet aan zijn sociale stelsel te hervormen, maar wel op eigen voorwaarden. Frankrijk maakt andere keuzes dan Nederland, kijk bijvoorbeeld naar de gezinspolitiek. Kinderen krijgen wordt met flinke premies en fiscale voordelen gestimuleerd. En doordat kleine kinderen al jong op school terecht kunnen, is een gezin voor vrouwen gemakkelijker met een volle baan te combineren. Maar als Nederlanders bijvoorbeeld hechten aan deeltijdwerken, dan moeten wij daarvoor kunnen kiezen. Je moet nationale prioriteiten kunnen stellen in kwesties als industriebeleid en sociaal beleid. ''

Brinkhorst: ,,Dat kun je nu wel zeggen, maar daar hangt een prijskaartje aan. Als wij zeggen: Nederlanders hechten nu eenmaal aan veel vakantie, of willen een vierdaagse schoolweek, dan moet je daarvoor betalen. Nationale keuzes worden wel mede bepaald door de omgeving. Sommige dingen kun je je gewoon niet permitteren. De Nederlanders werken met 1.338 het minste aantal uren van heel Europa. De Nederlander werkt gemiddeld 250 uur per jaar minder dan de rest van Europa. Dat heeft gevolgen voor wat we verdienen en wat er aan welvaart te verdelen valt.''

Visser: ,,Hoho, dan verdisconteer je onze deeltijdwerknemers. Wij zijn in de wereld inderdaad kampioen in deeltijdwerk, maar dat heeft alles te maken met het ontbreken van kinderopvang. In Scandinavië wordt dat van overheidswege goed geregeld. En wat zeggen we dan in Nederland? Is dat niet iets voor bijstandsmoeders? Dat is toch geen doordacht beleid! Dat vind ik verslonzing van de publieke zaak.`'

Kwekkeboom: ,,Het is gewoon belachelijk hoeveel recht op vrije tijd een werknemer in Nederland heeft! Als mijn mensen allemaal per week vijf uur meer zouden werken, zou mij dat op mijn kostprijs behoorlijk wat schelen. Als ik de optimale kostprijs wil verdienen, moet ik per werknemer 1.640 productieve uren draaien. Maar ik mag blij zijn als ik er in een jaar 1.500 haal. Die andere 140 uur moet ik dan ergens anders zien terug te verdienen. Zo simpel is het rekensommetje voor mij. Ik zeg niet tegen mijn werknemers dat ze harder moeten werken, maar ik zeg elk jaar op de nieuwjaarsreceptie wel dat ze slimmer moeten werken en moeten stoppen met kletsen over niks. Het zijn veelal de vakbonden met hun kortetermijnpolitiek die de tegenstellingen aanwakkeren. Ze zouden eens op langere termijn moeten denken en meer prioriteit moeten leggen bij de economische belangen. Het lijkt soms wel of ze alleen aan de portemonnee van de werknemers denken...''

Visser: ,,Nou nou, dat zullen niet veel Nederlandse ondernemers u nazeggen.''

De vakbeweging is een remmende factor. In Scandinavië staan de neuzen van de bonden, de werkgevers en de overheid wel dezelfde kant op. Ook in Nederland is het tijd voor een nieuw sociaal contract.

Visser: ,,In Scandinavië legt het sociale contract een verplichting op alledrie de partijen. Neem Denemarken. Daar kun je binnen twee weken van je werknemer af, net als in Amerika. Er is geen ontslagbescherming, zoals wij die kennen. Maar in ruil daarvoor heeft de vakbeweging voor elkaar gekregen dat de werknemer aanvankelijk soms wel negentig procent van zijn salaris krijgt doorbetaald. Wel met de verplichting zich om te scholen. Dát noem ik nou modern beleid. Zet dat eens af tegen Italië, waar bijna niemand tegen werkloosheid is verzekerd. Die mensen, de vakbonden, houden dus krampachtig vast aan hun baan, want anders staan ze voor de bedelstaf. Ik denk overigens dat we in Nederland een buitengewoon redelijke vakbeweging hebben. Zo nu en dan moet er even geknokt worden, bijvoorbeeld over de vervroegde uittreding, zoals vorig jaar.''

Brinkhorst: ,,Wat we in Europa én in Nederland nodig hebben is sociale innovatie. Dat geldt voor alle partijen: de werkgever moet zijn mensen weten te motiveren. De werknemer moet bereid zijn om flexibeler te werken. Want als ondernemers niet van werknemers afkunnen, zoals in Duitsland of Frankrijk – ook in Nederland is het lastig – dan zullen ze geen nieuwe vaste mensen meer aannemen. Dan werken ze liever met tijdelijke krachten, al zijn ze iets duurder. En de derde partij, de overheid, moet veel meer investeren in kennis en scholing.''

De Nederlandse overheid investeert te weinig in kennis en scholing. Finland, Frankrijk en Japan zetten wel duidelijk in op technologische opleidingen en voeren een gericht sociaal- en industriebeleid. Met effect.

Brinkhorst: ,,Inderdaad, de Nederlandse overheid heeft de industrie jarenlang verwaarloosd. Dat komt omdat we begin jaren tachtig heel veel geld hebben gestoken in industrieën die toch zijn omgevallen, zoals RSV en Fokker. Toen is het begrip `industriepolitiek' in Nederland een lelijk woord geworden. Daarna was jarenlang het adagium dat iedereen evenveel moest krijgen uit de gieter. Maar daarmee bevorder je geen excellentie. De politiek moet kiezen. Dit is het eerste kabinet sinds twintig jaar dat weer een industriebrief heeft gemaakt. Wij hebben met wetenschappers en werkgevers vier sleutelgebieden vastgesteld waar we in willen investeren. Dat is in de eerste plaats de watersector, want dat is de traditionele kracht van Nederland. Daarnaast zijn wij heel goed in creatieve industrie – onze design, mode, architectuur is internationaal vermaard. Deze sector zet in Nederland maar liefst ruim 8 miljard euro om. Een derde sterk punt van Nederland is hightech en nanotechnologie. Dat willen we uitbouwen in Eindhoven, in samenwerking met de universiteiten van Leuven en Aken. En dan is er natuurlijk de landbouwindustrie. Denk alleen al aan de ontwikkeling van hypermoderne logistieke systemen in tuinbouwkassen. Maar ook aan onderzoek naar bijvoorbeeld het broeikaseffect. Voor de jonge generatie kan het echt een uitdaging zijn om te werken aan nieuwe vormen van duurzame energie, zodat we afkomen van het idee dat we alleen maar olie- en benzineslurpers zijn.''

Tot nu toe lukt het de politici niet om burgers te overtuigen van de noodzaak van ingrijpende sociale hervormingen. Iedereen zet zijn hakken in het zand: in België en Nederland wordt gedemonstreerd tegen afschaffing van de VUT, in Frankrijk tegen privatisering, in Duitsland tegen het overhevelen van werk naar lagelonenlanden. Burgers willen er gewoon niet aan. Brussel wordt met zijn vrijemarktpolitiek steeds meer als boeman beschouwd.

Brinkhorst: ,,Dat komt doordat we Europa nooit als een politiek project hebben gezien, maar vooral als een markt. We hebben er heel lang aan verdiend. Tussen de jaren zestig en tachtig profiteerde Nederland van Europa: we kregen meer dan we betaalden. Toen hoorde je niemand. Nu betalen we meer dan we krijgen. Maar Europa is meer dan een geldmachine. Europa gaat ook over open markten, sociale voorzieningen, kennis en innovatie, milieu en duurzaamheid van energie.

,,Ik begrijp heel goed dat de Nederlander in de eerste plaats kijkt wat het hem oplevert. Maar ik verzet me al jaren tegen dat `Europa bashen'. Voortdurend hoor je dat Europa te duur is, dat het bestaat uit lammelingen en bureaucraten, terwijl iedereen weet dat er in Brussel niet meer bureaucraten zijn dan in Amsterdam. Voeg dat bij een totaal gebrek aan kennis over Europese instellingen in het hoger onderwijs – de Nederlandse geschiedenisboekjes zijn gruwelijk over Europa – dan heb je een bepaald klimaat gecreëerd. Het is natuurlijk krankzinnig dat die technische normen waar mevrouw Kwekkeboom het eerder over had nog niet Europees geregeld zijn. Maar mij was het er bij die Grondwet nu juist om te doen de besluitvorming te creëren om dit soort regels op elkaar af te kunnen stemmen. Sinds de afwijzing van de Grondwet zitten we met dezelfde problemen als voorheen, maar van de pleitbezorgers van het nee horen we nu niet hoe het beter moet.''

Visser: ,,De burgers hadden bij het referendum het gevoel dat een aantal keuzes hen door de politiek werden opgedrongen. Ze kregen één keer de kans er iets over te zeggen en dus stemden ze nee. Het kabinet vertoonde gebrek aan leiderschap en werkte met angstbeelden. Het is juist de taak van de politiek om te benoemen wat ons in Europa bindt.''

Kwekkeboom: ,,Kijk, een bedrijf is geen democratie, dus politiek en bedrijfsleven zijn moeilijk te vergelijken. Maar hoe komt het dat we de bevolking er niet van weten te overtuigen dat we één Europa zijn? Ikzelf ben daar wel degelijk van overtuigd. Maar als ik als ondernemer niet in staat ben mijn visie te vertalen naar mijn personeel en ze niet kan laten zien waar ik naartoe wil, als ik ze mijn bijbel niet kan laten lezen en mijn geloof niet kan overbrengen, dan wordt de creativiteit, de betrokkenheid en de zelfstandigheid van mijn personeel nul. Dan gaat mijn bedrijf bergafwaarts in plaats van bergopwaarts. Dat is een overeenkomst met de politiek. Je moet wel in staat zijn een vastomlijnd beeld te schetsen en niet elke keer naar rechts of naar links vliegen. Je moet zeggen: dit is de weg die ik wil bewandelen, daar wil ik uitkomen en zó gaan we dat doen met zijn allen. Dat heeft alles met leiderschap te maken.''

Dit debat krijgt vervolg met een serie interviews op de Europapagina over sociale problemen in verschillende landen van de EU.