Dubbele malariabescherming heeft negatief effect

Genafwijkingen die sikkelcelanemie en +-thalassemie veroorzaken beschermen tegen het krijgen van malaria, maar als beide genfouten in één persoon zijn verenigd, valt de bescherming goeddeels weg. Dit verschijnsel, negatieve epistase genoemd, kwam aan het licht bij een onderzoek onder kinderen in het Keniaanse Kilifi-district (Nature Genetics online, 16 okt).

Sikkelcelanemie en +-thalassemie ontstaan door erfelijke afwijkingen in de eiwitketens van hemoglobine, de stof die bloed rood kleurt en zuurstof door het lichaam transporteert. Bij sikkelcelanemie krijgen de schijfvormige rode bloedcellen een sikkelvorm, waardoor ze niet meer soepel door de kleinste bloedvaten kunnen stromen. De ziekte ontstaat alleen bij mensen met twee defecte kopieën van het betreffende gen. Wie één defect gen bezit, is niet ziek en heeft als voordeel enigszins beschermd te zijn tegen malaria-infecties. Maar samen met een partner die ook gendrager is, kunnen er kinderen komen die ziek worden. Voor +-thalassemie geldt in grote trekken hetzelfde, wat dragerschap, malariabescherming en gevaar voor de nakomelingen betreft.

Keniaanse en Britse onderzoekers bepaalden de genmutaties bij duizenden kinderen en registreerden de malaria bij de kinderen. Bij kinderen met één defect sikkelcelgen was het aantal malariagevallen slechts één vijfde van het aantal dat bij normale kinderen werd gevonden. Bij kinderen met twee defecte +-thalassemie-genen was het ongeveer tweederde. Diezelfde waarde vonden zij bij kinderen die beide afwijkingen combineerden, maar ze hadden twee keer zo vaak ernstige malaria. Hier is hoogstwaarschijnlijk sprake van negatieve epistase. De onderzoekers laten met een populatiegenetisch rekenmodel zien dat de negatieve epitase verklaart dat thalassemie vaker voorkomt in Azië dan in Afrikaanse gebieden waar veel sikkelcelanemie en malaria heerst.