De Januskop van de Mai-Mai

De terreur in Noord-Katanga is het vergeten conflict van Congo. Occulte milities terroriseren de bevolking. Ontheemden komen met verhalen over opgegeten familieleden.

Modeste Panza wil zijn verhaal vertellen over de Mai-Mai, maar zijn vrouw smeekt hem te zwijgen. ,,Ze zweven boven ons, ze zien ons en zullen zich wreken''', zegt ze met trillende stem. Modeste is leraar. Hij wil niet geloven in de magie van deze brute Congolese gevechtsgroep. Jammerend loopt zijn echtgenote weg als hij begint te vertellen.

,,Bij zonsopgang vielen de Mai-Mai-strijders mijn dorp aan'', zegt Modeste. ,,Door hun gezang kon je ze al van ver horen aankomen. Ze droegen betoverde amuletten. Hun gezichten gingen verborgen achter een masker van witte kalk. Hun borstkasten waren ingesmeerd met kogelafwerende olie. Ze roken marihuana. Soms hadden ze wel vier joints in één hand. Ze zeiden: `Jullie leraren zijn intellectuelen. Daarom gaan we jullie doden.' Ze dwongen onze kinderen in hun leger. Ze vermoordden ons stamhoofd plus een handelaar en staken onze huizen in brand.''

Na drie dagen rijden over bospaadjes die op oude landkaarten nog `route nationale' heten, ben ik vanuit de zuidelijke stad Lubumbashi in het dorpje Dubie aangekomen. Een afstand van driehonderd kilometer. Mijn auto wordt door zwaarbepakte fietsers vrolijk gepasseerd. Onderweg doen kunstzinnig opgeschilderde lemen huisjes de provincie Katanga eer aan als het gebied met de mooiste bantu-kunst van het continent. In het zuiden van de provincie dragen de boeren nog goede en kleurige kledij. Hun kapsel is geknipt volgens de laatste mode. Verder noordwaarts begint de misère.

Het chronische geweld in de noordelijker gelegen provincies Noord- en Zuid-Kivu ging aanvankelijk voorbij aan Katanga. Alle mogelijke legers en rebellengroepen zagen de Katangezen voorbij trekken sinds het begin van de oorlog in 1996. Maar de veldslagen voltrokken zich elders in het land. Tót de Mai-Mai drie jaar geleden de bevolking van Katanga begon te terroriseren. De handel kwam stil te liggen en naar schatting een kwart miljoen mensen raakte ontheemd.

`Het vergeten conflict van Congo', noemt een non in Dubie de terreur in Noord-Katanga. Duizenden dorpen zijn vernietigd. Er klinkt alleen het geluid van tsjirpende vogels. De ontheemden proberen veiligheid te zoeken bij het regeringsleger. Zonder noemenswaardige hulp bivakkeren ze in simpele rieten optrekjes. Hun kinderen hebben grijze of rode haren, opgeblazen buikjes en uitpuilende oogjes, tekenen van ernstige ondervoeding. Tijdens hun vlucht stalen ze van akkers en vingen vogeltjes voor voedsel. In de relatieve veiligheid van het regeringsgebied ploeteren ze voor een stuiver per dag op de akkers van anderen.

Mai-Mai-bewegingen bestaan al meer dan vijftig jaar in Noord- en Zuid-Kivu. Omdat het rechtvaardige gezag ontbrak namen bewoners het recht in eigen handen. Ze richtten defensiemilities op die zich wapenden met pijl en boog en zich sterkten met fetisjisme.

De Katangezen kenden deze magische strijders alleen van horen zeggen. Tot in 1998 de tweede ronde van de oorlog uitbrak. Het Rwandese leger drong diep door in Noord-Katanga in een poging de kopermijnen bij Lubumbashi te bezetten. De zwakke regeringsstrijdkrachten richtten volksmilities op en gaven ze wapens. De Mai-Mai in Katanga was geboren.

,,De Mai-Mai in Katanga heeft twee gezichten'', vertelt een hoofdonderwijzer in Dubie. ,,Nadat de opmars van het Rwandese leger in 2001 met hulp van de Mai-Mai-milities was gestopt, ging het regeringsleger zich tegen de bevolking misdragen. De Mai-Mai-strijders verdedigden de bevolking en namen wraak op het regeringsleger. Zo werden de Mai-Mai-strijders onze helden.''

Maar de volkshelden keerden zich tegen het volk, zoals uiteindelijk alle strijdgroepen doen in Congo.

,,De regeringstroepen reageerden door de gebieden die door de Mai-Mai werden gecontroleerd van de buitenwereld af te snijden. Daardoor ontstonden voedseltekorten'', vervolgt de hoofdonderwijzer. ,,De Mai-Mai-strijders gingen voedsel stelen. Ik verklaar hun bizarre gedrag uit het ontbreken van goed onderwijs in Congo. Het werden brute wilden. We voelen ons nu veiliger bij het regeringsleger. Hoewel ook zij ons blijven afpersen.''

De oude Bondo Kasanga en zijn vrouw Maina ontvluchtten een maand geleden hun woonplaats en kwamen twee dagen geleden in het dorpje Lukona aan. ,,Mijn leven is kapot'', mompelt hij. ,,De Mai-Mai-strijders vroegen Maina een kip. Ze gehoorzaamde. Daarna wilden ze een varken. Vervolgens onze kleren. Tot we niets meer hadden. En toen namen ze haar mee.'' Hij verbergt zijn gezicht achter zijn verschrompelde handen. ,,Na twee dagen haalden ze me op om me Maina te laten zien. Weet u wat ze toen deden? Ze hakten mijn vrouw de linkerborst af en gingen die roosteren. Een dag later riepen ze mijn zoon. Aan hem toonden ze haar geroosterde been en arm.'' Kannibalisme kwam vroeger in Katanga niet voor.

Alle ontheemden komen met verhalen over opgegeten familieleden. Een priester in Dubie vertelt dat hij Mai-Mai-strijders is tegengekomen met afgehakte geslachtsdelen om hun middel. ,,Dat geeft ze potentie.'' Feit of fictie, de vrees zit er diep in bij de bevolking. Een gerucht over de magische strijders is voldoende om hele groepen dorpsbewoners op de vlucht te doen slaan. Ook angstige regeringssoldaten lopen voor ze weg.

Commandant Claude Tshibumbu voert het leger aan in de omgeving van Dubie. ,,De Mai-Mai-strijders mengen zich onder de bewoners en houden hen in gijzeling'', vertelt hij. ,,Daarom kunnen we ze niet verdrijven. De enige oplossing is onderhandelen.'' Een plaatselijke priester heeft daar geen vertrouwen in. ,,Met barbaren valt niet te praten'', zegt de commandant resoluut. ,,Zij moeten met geweld worden aangepakt.''