De jacht op zwart geld

De fiscus roept via de media belastingontduikers op zich vrijwillig te melden. Het loopt niet storm, want de pakkans op belastingontduiking is – in tegenstelling tot wat velen denken – niet bijster groot. Maar worden de wetsovertreders gepakt, dan zijn de sancties niet mals. Soms onevenredig zelfs.

In de jaren negentig stopten heel wat vakantiegangers op weg naar Frankrijk op twee plaatsen in Luxemburg. Bij een tankstation en bij een bank. In beide gevallen ging het om fiscale redenen. Het tankstation levert benzine die relatief laag belast is; de Luxemburgse banken bieden een veilige haven voor zwart geld.

De kans dat de fiscus een dergelijke belastingontduiking op het spoor komt is echter kleiner dan de meeste mensen denken. Het toeval speelt daarbij vaak een belangrijke rol. Maar wordt het gesjoemel met zwart spaargeld ontdekt, dan reageert de belastingdienst met een felheid waarvoor de belastingontduiker ernstig moet vrezen. Hij komt er dan in veel gevallen slechter vanaf dan hij verdient. De keerzijde is dat de meest brutalen onder de belastingontduikers de dans wel eens ontspringen, zo blijkt uit wederwaardigheden van duizenden zwartspaarders in Luxemburg. Hun lotgevallen lezen als een detective.

Overigens zijn de Luxemburgse banken ook populair bij mensen die geld achter de hand willen hebben buiten het zicht van schuldeisers of echtgenote. Dat kan allemaal betrekkelijk simpel omdat Luxemburg een strikt bankgeheim kent. De banken doen bovendien niet moeilijk over het openen van een nummerrekening zonder adres, louter op basis van een legitimatiebewijs. Hoe onverstandig dergelijke constructies zijn, toont het drama van de Kredietbank Luxembourg.

Daar gingen in 1993 vier werknemers, Nino C. en drie handlangers, het criminele pad op. Zij drukten een grote som geld achterover evenals microfiches met de rekeninggegevens van buitenlandse klanten, later bekend als de Costa-lijst. Die gebruikten ze als drukmiddel om de bank ervan te weerhouden naar de politie te lopen.

De chantage mislukte. Later boden de oplichters de fiches met ruim 10.000 namen van Nederlandse rekeninghouders te koop aan, onder meer aan ambtenaren van de fiscale opsporingsdienst FIOD-ECD. Hoewel die zonder twijfel zaten te watertanden, gingen ze niet op het aanbod in. De misdadigers eindigden uiteindelijk in de Luxemburgse cel en de Costa-lijst belandde onder onopgehelderde omstandigheden bij de Belgische belastingdienst. Die mocht de gesloten informatie van de Belgische rechter niet gebruiken. Wel speelden de Belgen de Costa-lijst op een officiële manier door naar hun Nederlandse collega's, waardoor de oorspronkelijk gestolen gegevens ambtelijk werden `gewit'.

Desondanks konden ook de Nederlandse ambtenaren in eerste instantie weinig met de gegevens beginnen. De Costa-lijst, goed voor 600 miljoen euro aan Nederlands zwart geld, bevatte alleen namen, saldi en (rijbewijs)nummers. Nu begon bewonderenswaardig detectivewerk van de FIOD-mensen. Verscheidene rekeningen stonden op naam van man en vrouw (met meisjesnaam); een voorzorg voor het geval een van hen door persoonlijke omstandigheden niet naar Luxemburg zou kunnen reizen.

Die voorzorg werd hun fataal; de belastingcomputers draaiden overuren om die specifieke combinatie van die twee namen op één adres op te sporen. Zo werd een Amsterdams echtpaar ontmaskerd dat 750.000 euro op de Luxemburgse rekening had staan. Bij anderen wees een zeldzame adellijke naam de weg naar de rekeninghouder. De meeste overigen vielen door de mand doordat hun identiteit via de rijbewijsnummers werd achterhaald. Soms bleef het voor de fiscus een beetje gokken.

Dat was niet erg. Via de media joeg het ministerie van Financiën de gehele groep zwartspaarders de stuipen op het lijf. Het begeleidende aanbod was schoon schip te maken tegen afrekening van de ontdoken belastingen plus rente. Zulke aanslagen over een reeks van jaren kunnen zo hoog oplopen dat de betrokkene op slag zijn spaargeld kwijt is. Maar hij heeft geen strafvervolging en andere narigheid meer te duchten, wat goed is voor de nachtrust.

Bij naam bekende rekeninghouders werden persoonlijk benaderd, volgens sommigen zelfs geïntimideerd. De ruime meerderheid van hen is inderdaad schuldig, bij anderen kan het om een naamsverwisseling gaan of valt de schuld niet vast te stellen. De toenmalige staatssecretaris van Financiën Steven van Eijck (LPF) maakte royaal geld en mensen vrij om de informatie uit de Costa-lijst tot de laatste komma uit te zoeken.

Na tien jaar is de actie in de eindfase. Pas nu laat de fiscus zien welke kaarten hij eigenlijk in handen heeft. Hij blijkt in veel gevallen zwaar gebluft te hebben. En met succes: meer dan 80 procent van de zwartspaarders heeft deze slotfase niet afgewacht en accepteerde hoge navorderingsaanslagen. Anderen, al dan niet schuldig, hielden hun poot stijf en hun mond dicht. Vorige week besliste het Arnhemse gerechtshof dat de microfiches zonder aanvullende informatie zoals een bekentenis, onvoldoende bewijs leveren voor een strafrechtelijke veroordeling.

Tegelijkertijd maakte het Amsterdamse gerechtshof duidelijk dat rekeninggegevens over één jaar geen strafrechtelijk bewijs leveren voor het saldo op de spaarrekening (en dus de ontdoken belasting) over andere jaren. Dat terwijl de fiscale actie gebaseerd was op aanslagen over meer dan vijf jaren uitgaande van het saldo in 1994. Andere vermoede rekeninghouders ontsprongen eerder deze maand bij het gerechtshof in Den Bosch de dans. Volgens de rechters frustreert de belastingdienst een eerlijk proces door het voor de rechter achterhouden van (mogelijk ontlastend) bewijsmateriaal. Verdachten die koelbloedig en stilzwijgend deze slotfase hebben afgewacht, verlaten links en rechts zegevierend de rechtszaal. Zo'n koelbloedigheid is alleen onschuldigen en geharde fraudeurs eigen. Volgens bij de zaken betrokken advocaten bezweken anderen onder een onfatsoenlijk grote druk van de belastingdienst die afspraken heeft gebroken, gegevens heeft achtergehouden en zelfs met valse informatie heeft gewerkt. Inmiddels hebben zowel de VVD als de PvdA in de Tweede Kamer opheldering gevraagd.

De fiscus heeft niettemin de smaak te pakken. Er volgden meer media-acties om belastingontduikers aan te sporen zichzelf aan te geven. Dat gebeurde onder meer toen de belastingdienst alle gegevens van tweede huizen in Frankrijk ter beschikking kreeg en toen Duitse en Belgische collega's informatie over Nederlandse rekeninghouders doorspeelden. De in dat kader aangeboden amnestiemogelijkheid staat overigens standaard in de wet: de inkeerregeling.

De wetgever wil voorkomen dat belastingbetalers die spijt krijgen van ontduiking in voorgaande jaren, als het ware worden gedwongen bij hun volgende jaarlijkse aangiften door te gaan op het slechte pad omdat ze anders hun strafbare verleden blootgeven. Vandaar deze wettelijke mogelijkheid schoon schip te maken zonder straf.

Vooroverleg met een belastingadviseur is altijd nuttig. Men kan bijvoorbeeld denken dat het niet-opgeven van het Franse huis fout was. Maar soms is een vermelding in de Nederlandse belastingaangifte helemaal niet vereist, al is de fiscus natuurlijk wel benieuwd naar de herkomst van de aankoopsom. Als de inspecteur in dat kader schriftelijke vragen stelt, kan het geen kwaad om een belastingadviseur te raadplegen.

Mocht de FIOD aan de deur komen, dan is het inschakelen van een fiscaal advocaat geboden. Zowel fraudeurs als nette belastingbetalers plegen zich in een hard verhoor in de nesten te werken. Na een nachtje in de cel is een gewone burger in staat de meeste tegenstrijdige dingen te verklaren. Daarbij komt dat de belastingdienst de onhebbelijke neiging heeft zelf de regels wat op te rekken als hij denkt dat de tegenpartij evenmin volgens de regels heeft gespeeld.