De dijken rondom Nisse

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Zuid-Beveland

Het met vrachten herfstzon doorgloeide Zeeuwse land is een donzen droom. Op veel akkers, ze reiken van ver naar ver, krimpt het stoppelland in want vandaag wordt er overal door puffende tractoren geploegd. Nu is te zien dat Zeeuwse klei echt van klei is: in vetglimmende golven ligt de bodem omgeroerd. Langszij het land staan zakken wintertarwe klaar in laadbakken.

Er komt ons een tegenwandelaar tegemoet. Hij groet somber, en dat bij zulke dijkjes in zulk weer. ,,Die loopt iets weg te wandelen'', concludeert de legendarische Anita.

Ja, daar is wandelen goed voor. In de regelmaat van je wandelstappen en met de kalme dans van het landschap voor ogen, verkruimelen gedachten tot een handzaam blokje. Dat schiet je dan je hoofd uit. Klaar.

Tegen het decor van een rij door de herfst geblondeerde populieren kuiert een zandkleurig boerenpaard voorbij. Het is zo groot en zo menselijk van kniebuiging, dat ik even de indruk krijg dat er twee mensenmannen in hem zitten.

Intussen steekt de legendarische Anita een vinger uit naar twee torenvalken. Hun borsten blinken in het laag overvliegende zonlicht; geen vleugelgefladder, wel rusteloos gezweef. ,,Dat zijn meeuwen, kleine meeuwen'', sputter ik. Met een verwijzing naar de zwartbebaarde vogelaar aan wie ze jaren geleden kennis had, krijgt ze haar gelijk.

Vanmorgen, toen op de bejaarde wegjes de dauw de pollen gras op het asfalt van pailletten voorzag, vervormde nevel de contouren van de kerktoren van Nisse: achterin het land doemde hij op als een vervaarlijke Pyreneeënpiek, met een bijpiekje voor de roofvogels.

Daar is de toren weer. We lopen in lussen, we zien hem nu van een andere kant. De zware damp is verwarreld, de kleuren verzacht en de toren heeft zijn eigen facie terug. Hij houdt alles in de smiezen.

Een smsje namens iemand die het weten kan, maant ons uit te zien naar het Zwaakse Weel. Het blijkt een plas te zijn, een ovale idylle tussen hoge bomen en dichte struiken, bewoond door een onderdeel van de witte-ganzenmarine. Met gesteven halzen bevaren ze het wuivende water

We passeren appelakkers met omlaag getrimde schijnbomen. Er zijn ook velden met struikjes in lange rotten. Wat heeft daar in gehangen? Aalbessen. Denk ik. ,,Zou toch kunnen?''

We belopen nu pletschelp of krakgrind. Of gras met een buffer hooi als middenlijn. Hagen van vlierbes, braam en rozenbottel wijzen het rechte pad. Aan de rand van Heinkenszand spot de legendarische Anita een torenvalk. ,,Dit is een echte.''

17 km. Tocht `Zeeland nr. 4: Bloemendijken rond Nisse' uit: Manuel Dekkers en Marian Kingma i.s.m. SNP: De mooiste wandelingen in Nederland. Uitg. Van Reemst, Houten, 2004.