Bommen onder de conservatieve revolutie in de VS

De Amerikaanse Republikeinen worden beschuldigd van machtsmisbruik, nepotisme en corruptie. Welke affaires spelen er, wat zijn de verbanden? Namen, zaken en details uit het schandalenregister van de Grand Ol' Party.

Wie graag naar nerveuze politici kijkt, moet dezer dagen het oog op Washington houden. Bijna geen dag gaat voorbij of er wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd aan een van de schandalen waarin Republikeinen betrokken zijn geraakt. De intense aandacht van kranten, televisie en weblogs creëert een agressieve sfeer, alsof het jachtseizoen is geopend.

Bij geroutineerde waarnemers roept het herinneringen op aan 1994. Toen behaalden de Republikeinen voor het eerst in veertig jaar een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Hun succes werd mede toegeschreven aan schandalen die de Democraten de jaren daarvoor in opspraak brachten. De Republikeinen beloofden schone politiek, en de kiezers geloofden het. En de affaires van Bill Clinton maakten het daarna, bij de presidentsverkiezingen van 2000, nog interessanter om te hameren op integriteit en ethiek.

Zo zou alles anders worden toen de Texaan George W. Bush, gesecondeerd door zijn strateeg Karl Rove, dat jaar de stembusstrijd won. Republikeinen hadden nu regering én parlement in handen. Ze waren integer, en ze waren overtuigd. Niets kon de conservatieve agenda temperen: de belastingen werden verlaagd, er kwam oorlog in Irak, het Kyoto-protocol ging in de prullenmand. En de Amerikaanse bevolking zag dat het goed ging. Het kostte Bush vorig jaar weinig moeite een tweede termijn te bereiken.

Sindsdien zit de klad erin. De populariteit van de president vertoont een scherp dalende lijn, er is openlijk oppositie in zijn partij, in Irak is het nog steeds oorlog, de orkaan Katrina legde bloot hoe zwak overheden op crisis reageren, en onthulde ontluisterende armoede in New Orleans. Intussen hollen de affaires de geloofwaardigheid van de Republikeinen verder uit. Ook in intellectuele conservatieve kringen wordt met afschuw op de affaires gereageerd. Een vooraanstaande redacteur van de conservatieve Weekly Standard, Andrew Ferguson, riep zelfs ,,het einde van de republikeinse revolutie'' al uit.

Het gaat om vier grote zaken onder de noemer `machtsbederf', die een groot deel van de intieme ambiance van de president doen wankelen.

`Bandieten zijn het,

profiteurs die de macht

manipuleren in

opdracht van welgestelden

die ze daarvoor tonnen

toestoppen'