Apartheid

Maurits Waardenburg (16) is net van Ghana naar Zuid-Afrika verhuisd, daar is hij opeens heel apart.

De Boeing 747 van KLM Asia die ons naar ons nieuwe thuisland heeft gevlogen is net geland en zoals gewoonlijk is iedereen weer aan het dringen om snel het vliegtuig uit te komen. Langzaam loop ik in de rij van mensen naar de douane toe. Ik zweet nog erger dan in Ghana door de dikke kleren en bergschoenen die ik aan heb om mijn bagage lichter te maken en door de veel te zware rugzak die ik draag. Als dit winter in Zuid-Afrika is, dan weet ik niet hoe ik de hitte in de zomer moet doorstaan.

Een chagrijnig mannetje controleert onze paspoorten en we mogen doorlopen. Zal hij ook zo chagrijnig tegen ons doen als wij zwarten waren? Hoe kijken deze mensen eigenlijk tegen ons aan? Ik moet voortdurend aan apartheid denken. Een uur later rijden we met onze gehuurde Toyota met het stuur aan de rechterkant Johannesburg in. Het is de omgekeerde wereld hier.

Twee weken later heb ik er genoeg van. Ik kom net van school en heb nu een middagje vrij. Het is vrijdagmiddag en perfect om wat leuks te gaan doen met mijn nieuwe vrienden. Maar iets dat zo makkelijk lijkt in Nederland of zelfs in Ghana is hier vrijwel onmogelijk. Ik zit opgesloten in het Guest House waar wij verblijven totdat onze spullen uit Ghana zijn aangekomen. Er is niets te doen in het Guest House en ik kan ook nergens naartoe. Alleen de straat op gaan is te gevaarlijk en als je hier een normale taxi neemt ben je er zeker geweest. Het voelt aan alsof ik in een cel zit. Ik zou het liefst de straat oprennen en als een gek wegsprinten. Gewoon even uit de poort. Eventjes niet beschermd maar vogelvrij zijn. Misschien zou ik mijn vrienden zelfs heelhuids bereiken.

Ook op weg naar school zitten we opgesloten in een busje van de internationale school. Je mag niet op de fiets, want dat is te gevaarlijk. De komende tijd zal ik dus moeten doorbrengen met twintig van die schreeuwende gevallen. Ze houden niet op met klieren en als je al niet wakker bent als je op de bus stapt, dan ben je dat wel als je bij school aankomt.

Om het allemaal wat minder erg te maken ga ik een gesprek aan met de bittere chauffeur die naast me zit en strak voor zich uit kijkt. Het is meer een soort quiz. Ik vraag over zijn leven en hij geeft me met niet meer dan twee woorden antwoord. Maar hij gaat niet door naar de finale, want hij schijnt niets meer te weten over zijn eigen leven van dertien jaar geleden en daarvoor. Is het nou omdat ik blank ben of omdat ik jong ben dat ik zo behandeld word? In Ghana kon iedereen in ieder geval aardig tegen elkaar doen, maar hier schijnt dat teveel gevraagd te zijn.

Ik dacht dat apartheid over was, dat het allemaal wel mee zou vallen. Niets is minder waar. De Engelsen en boeren wonen hier allemaal in grote estates: ommuurde wijken waar niemand ongevraagd in of uit komt. Ze leven een apart leven en komen niet in contact met de armere bevolking. Het zijn de townships van de rijken. Nelson Mandela heeft gefaald. Hij wilde een eind aan apartheid maken, maar het enige dat er is gebeurd is dat apartheid is omgekeerd. Blanken kunnen niet meer gaan en staan waar zij willen en kunnen geen werk meer vinden. Alleen het familiebedrijf biedt nog uitkomst.

Ik ben dus ook de klos. Ik ben ook apart. Zal dit ooit goed kunnen komen, of gaat Samuel Huntington gelijk krijgen met zijn The Clash of Civilisations? Het nationale rugbyteam van Zuid-Afrika heeft net van Nieuw-Zeelands `All Blacks' verloren.