Aan bridgetafel is Muller bijna onzichtbaar

In Estoril begint vandaag de WK bridge. Een van de deelnemers is de 43-jarige Bauke Muller, Nederlands beste speler ooit. Een portret.

Een oogopslag of een onverhoedse beweging van een tegenstander zegt Bauke Muller genoeg. Hij verkeert soms twintig minuten in trance en slaat dan plotseling toe. Bridge is voor Bauke Muller meer dan een spelletje kaarten. Zijn benadering bezorgde de denksport een nieuwe dimensie. Eerst analyseert Muller de kaarten en de gespeelde slagen. Dan komt de observatie van zijn linker- of rechtertegenstander. Als de bridgetechniek hem niet verder helpt, wil hij terug kunnen vallen op psychologie.

Als Nederlands beste speler ooit een zware beslissing aan de bridgetafel moet nemen, leidt dat bijna altijd tot een overwinning. Muller baseert zijn strategie op het gedrag van zijn tegenstanders. Op topniveau kan dat de doorslag geven, hoe subtiel de aanwijzing ook is.

Zijn denkpauzes zijn legendarisch. Je moet er als partner mee leren leven, en niet zenuwachtig worden uit angst dat de tijdslimiet wordt overschreden. Toch komen de partnerships van Muller zelden of nooit in tijdnood en vallen er geen tijdstraffen; op andere spellen wordt de verloren tijd weer ingehaald. In 1993, bij het voor Nederland zo glorieus verlopen WK in Chili, wekte Muller irritatie bij zijn Amerikaanse tegenstanders in de kwart- en halve finales. Zij wisten zich geen raad met de tanige West-Fries die in zijn eigen tempo Nederland er doorheen sleepte. De Amerikanen probeerden hem uit zijn spel te halen door nog langzamer te spelen, maar Muller en zijn toenmalige partner Wubbo de Boer lieten zich niet gek maken. De Amerikanen kregen geen vat op het jonge paar en kauwden hun frustraties weg op de ijsblokjes uit hun drankjes. Het geluid van knarsend ijs klinkt Muller nog steeds als muziek in de oren.

Met zijn winst afgelopen zomer bij het open Europees kampioenschap is Muller de status van de mythische Bob Slavenburg ontstegen. Als enige Nederlander kan Muller, naast dat EK, ook bogen op een wereldtitel, de Bermuda Bowl van 1993. Slechts een handvol Italianen en Fransen behoort tot de exclusieve groep spelers die dat hebben gepresteerd. De overeenkomst tussen Slavenburg, wereldkampioen in de jaren zestig, en Muller is onmiskenbaar dat ze psychologie als wapen gebruikten. De wetenschapper Muller heeft er voor doorgeleerd, Slavenburg was een natuurtalent. Daarmee houdt elke gelijkenis op. Slavenburgs optreden was intimiderend, terwijl de analyticus Muller zich aan tafel bijna onzichtbaar maakt. Rende Slavenburg halverwege een wedstrijd even naar het casino, Muller verlaat de bridgetafel hooguit om een banaan te eten.

Hoewel zijn hart bij het bridgespel ligt, is Muller geen beroepsspeler. Na de wereldtitel van twaalf jaar geleden speelde hij wel met de gedachte prof te worden. Geir Helgemo, een Noorse topspeler, polste Muller ooit met hem het Amerikaanse profcircuit in te duiken. Amerikanen hebben een heilig ontzag voor wereldtitels en zijn bereid diep in de buidel te tasten om met een kampioen te spelen. Alleen al door mee te doen aan de vier grote Amerikaanse toernooien, verdient een wereldkampioen een mooi jaarinkomen.

Muller zag er toch maar van af. Zijn gezin gaat hem boven alles: hij is getrouwd en heeft een dochter. De zekerheid die zijn baan hem biedt – bij uitkeringsinstantie UWV doet Muller toegepast wetenschappelijk onderzoek op het gebied van fraude – zou een bestaan als bridgeprofessional hem nooit kunnen geven. Bovendien is hij tevreden met zijn leven. Hij reist voor bridge de wereld rond, speelt overal op topniveau. Alleen al dit jaar was hij met Team Oranje in China, Indonesië, Frankrijk, Engeland en op Tenerife. Nu speelt hij bij de wereldkampioenschappen in de Portugese badplaats Estoril. Nederland behoort tot de medaillekandidaten.

De tijd die Muller in bridge investeert – naast zijn baan gemiddeld twintig uur per week – ziet hij als absolute noodzaak om bij te blijven op het hoogste niveau. Sinds twee jaar doet hij dat binnen de Stichting Topbridge Nederland, die het Nederlandse bridge op een hoger plan wil brengen. De Stichting koopt tijd in bij de werkgevers van bridgetalent, zodat er elke vrijdag ruimte is voor een intensief oefenprogramma. Dat concept blijkt te werken, erkent Muller, die in eerste instantie sceptisch was over het project. Zo wilde hij zich niet conformeren aan een biedstandaard voor de hele kernploeg. Nadat voor zijn partnership met Simon de Wijs een uitzondering was gemaakt, ging Muller akkoord.

Nederland haalt inmiddels weer medailles op grote kampioenschappen, maar voor Muller is het belangrijkste dat hij weer plezier heeft in het spel. Die was voor hem, na het behalen van de WK van 1993, bijna verdwenen. De bridgebond en de spelers wisten zich toen geen raad met het succes. De ontwikkeling van het Nederlandse team stond tien jaar stil.