48 uur in Dresden

Bart Funnekotter probeert in het nieuwe Dresden zo min mogelijk te slapen, omdat de stad net wat dwarser, artistieker en broeieriger is dan de rest van Duitsland

Waarom gaan?

Zoals de dodenakker die de lava van een vulkaan achterlaat zich na verloop van tijd ontwikkelt tot vruchtbaar land, zo is Dresden zes decennia na haar vernietiging helemaal terug van (letterlijk) weggeweest. Wat mooi was is herbouwd, en daarbij heeft de stad iets extra's gekregen: er bloeit iets, er broeit iets. Dresden is misschien niet meer de fraaiste stad van Duitsland, een van de leukste steden is het wel.

Het Florence aan de Elbe, das Elbflorenz, zo stond de hoofdstad van Saksen bekend, totdat Britse en Amerikaanse bommenwerpers het centrum op 13 en 14 februari 1945 onder handen namen. Tussen de 75 en 100 procent van de bebouwing werd vernietigd. In de decennia na de oorlog investeerde het DDR-regime veel geld om de belangrijkste bouwwerken te doen herrijzen. De Frauenkirche, meer dan twee eeuwen het dominante silhouet in de skyline van de stad, werd in ruïneuze staat gelaten: als aanklacht tegen de onmenselijke vernietigingsdrang van het westers imperialisme.

Na de Wende van 1989 werd besloten ook de Frauenkirche te herbouwen, met geld van particulieren en bedrijven. Sneller dan iedereen voor mogelijk hield, herrees de kerk uit zijn as en in het weekend van 30 oktober wordt het godshuis opnieuw gewijd. Met de wederopstanding van de Frauenkirche lijkt Dresden de schaduw van de Tweede Wereldoorlog definitief achter zich te hebben gelaten.

Waar slapen?

In de Altstadt, ten zuiden van de Elbe, is een ruim assortiment aan upper class hotels voorhanden. Hotel Kempinski Taschenberg Palais, gevestigd in een gerestaureerd achttiende-eeuws herenhuis, spant binnen dit segment de kroon. De Kroonprinssuite kost er 2.800 euro. Voor dat geld heeft de gast wel uitzicht op de Semper Opera en het Zwinger, het paleis van hertog August de Sterke dat nu als museum dienstdoet.

De rugzaktoerist of bohémien zal zich beter thuis voelen ten noorden van de rivier, in de Neustadt. Deze wijk was begin jaren tachtig nog rijp voor de sloop, maar heeft zich na de Wende in rap tempo ontwikkeld tot het hipste gedeelte van Dresden. De gebouwen die er staan zijn voor meer dan de helft van het decennium na de oorlog, esthetisch vooral interessant voor mensen met een betonfetisj. Maar in die gebouwen bloeit het nieuwe Dresden, een stad net een beetje dwarser, net wat artistieker dan de rest van Duitsland.

Tussen de Görlitzer Strasse en de Königsbrückerstrasse is een aantal leuke hotels te vinden waar voor minder dan honderd euro per nacht een tweepersoonskamer gehuurd kan worden.

In pension/restaurant/galerie Raskolnikoff, gelegen aan de Böhmische Strasse in een bewaard gebleven pand uit 1836, vind je voor 45 euro onderdak. Wie er geen bezwaar tegen heeft op een slaapzaal te liggen, kan al voor 15 euro terecht, bijvoorbeeld in het trendy Hostel Mondpalast op de Louisenstrasse. Voor gasten worden er in de bar cocktails en halve liters bier geschonken tegen halve prijs.

Stappen

Slapen kan je beter zo min mogelijk doen in Dresden. Daarvoor heeft de stad na het donker te veel te bieden. Drinken en dansen doe je in de Neustadt, en met name de Alaunstrasse, waar het stikt van de Szenekneipen. Deze coole kroegen komen in alle soorten en maten. Wie graag cocktails nuttigt onderuit hangend in faux-Empire meubilair kan er terecht, maar er zijn ook voldoende Biergärten waar het lokale bier op bladen vol grote pullen wordt aangevoerd. De sfeer die de Neustadt uitademt valt te vergelijken met een wijk als Prenzlauerberg in Berlijn, met dat verschil dat het in Dresden allemaal iets minder gekunsteld overkomt. In Berlijn is het vooral bestudeerd hip, maar in de uitgaanswereld aan de Elbe is de macht nog echt aan studenten en kunstenaars.

Eten

Dé traditionele restaurantstraat van Dresden is de Brühlsche Gasse in de Altstadt, ingeklemd tussen de Elbe en de Neumarkt. Van de schilderachtige etablissementen van voor 1945 is helaas niet veel meer terug te vinden. Na 1989 zijn hier in rap tempo de toeristenrestaurants uit de grond gestampt. Voor weinig krijg je er veel en de kwaliteit is in orde. Spannend is het niet.

Wie wat gewaagder wil eten, moet de rivier oversteken. In de Neustadt zijn veel multiculti-eettentjes te vinden. Ook de liefhebber van bio- en vegavoedsel komt in deze wijk aan zijn trekken. In het eerder genoemde Raskolnikoff kan in de tuin tussen contemporaine kunstwerken gegeten worden. Op tijd zijn is handig, maar hoeft niet. In Duitsland sluit de keuken niet om tien uur.

Cultuur en natuur

Een verblijf in Dresden is niet compleet zonder een bezoek aan het Zwinger. In dit voormalige paleis van August de Sterke (1670-1733) – een man die niet alleen grossierde in onechte kinderen (267 naar verluidt), maar ook in uitingen van goede smaak – is een kunstcollectie te bezichtigen die er wezen mag. De Sixtijnse Madonna van Rafaël wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Gemäldegalerie Alte Meister. Aardig voor de Nederlandse bezoeker zijn de werken van Rembrandt en Vermeer, en de grote verzameling Leidse fijnschilders.

Behalve van schilderijen hielden August en zijn nakomelingen van snuisterijen. In het Grünes Gewölbe, ondergebracht in het Stadtschloss tegenover het Zwinger, bevindt zich een verzameling bewerkt edelmetaal en edelstenen die zo hard schittert dat het maar goed is dat het licht er op een laag pitje staat. Behalve dan in de ruimte waar 's werelds grootste groene diamant wordt tentoongesteld, een klomp koolstof van maar liefst 41 karaat.

Wie ook nog de wereldberoemde Semperoper heeft bekeken, kan wel wat buitenlucht gebruiken. Aan de oever van de Elbe ligt een aantal schoepenradschepen die hun opvarenden in een uur of drie oostwaarts de rivier opvoeren, richting paleis Pillnitz, het zomerbuiten van de hertogen van Saksen. In de tuinen rondom het paleis is het heerlijk wandelen. Neem de bus om terug te komen in Dresden. Het tochtje van een half uur langs de lommerrijke heuvels die de rivier flankeren is de moeite waard.