`Zomaar liefhebben kan niet in China'

De Frans-Chinese schrijver Dai Sijie bezocht hier het China Festival. Zijn romans zijn in Frankrijk bekroond, wereldwijd vertaald, maar worden in China verguisd. Haat is hem vreemd, en lachen kan hij als de beste.

,,Kent u in Amsterdam een restaurant dat Tibet heet'', vraagt de Frans-Chinese schrijver Dai Sijie. ,,De eigenaar moet een Tibetaanse zijn die decennia geleden een relatie kreeg met een Chinees uit mijn geboortestad. Iets onvoorstelbaars, want Chinezen kijken erg neer op Tibetanen, zeker toen. Tijdens de culturele revolutie werden ze naar een heropvoedingskamp gestuurd en van elkaar gescheiden. Ze zijn gevlucht, samen, dwars door de Himalaya. Wonderbaarlijk genoeg hebben ze het overleefd. Ik hoorde dat ze hier een restaurant begonnen zouden zijn. En kent u het verhaal van de twee lesbische Chinese meisjes die ter dood veroordeeld werden? En dat van de Chinese psychoanalyticus, die Freud had gelezen, die nog nooit de liefde had bedreven en op de fiets heel China doorkruiste?''

Dai Sijie (1954), behalve schrijver ook cineast, borrelt over van verhalen. Er was een theehuis, vroeger, vertelt hij, op het enorme ziekenhuiscomplex waar zijn ouders werkten. Eindeloze reeksen verveloze gebouwen, duizenden artsen, tienduizenden verplegers – en één theehuis, waar, naar klassiek Chinees gebruik, verhalen werden verteld. Op zijn tiende werd Dai een van de vertellers. Verhalen vertellen, met woorden of beelden – dat is zijn leven.

In 2000 werd Dais roman Balzac of het Chinese naaistertje (650.000 exemplaren verkocht in Frankrijk, 350.000 in de Verenigde Staten, en vertalingen in 35 landen) een wereldomvattend succes. Het is een prachtige, poëtische, autobiografische roman over twee jongens uit het verwerpelijke `bourgeois'-milieu die op het analfabetische Chinese platteland worden heropgevoed en dankzij de vondst van een kist verboden Franse literatuur de kracht van de verbeelding ontdekken. Een geromantiseerde versie van de heropvoeding, zegt Dai zelf.

Een paar jaar later werd zijn tweede roman Het complex van Di in Frankrijk onderscheiden met de Prix Fémina. Het is een kostelijke avonturenroman over een Chinese Don Quichotte, die in Parijs met de theorieën van Freud kennis heeft gemaakt en deze in China als ambulant droomuitlegger in praktijk brengt. Tijdens zijn odyssee doet hij het onmogelijke om zijn geliefde te bevrijden, die gevangen zit vanwege foto's die het regime in het verkeerde keelgat zijn geschoten. De rechter wil geen geld – steekpenningen kreeg hij al in overvloed –, maar een jonge maagd om met haar levenssappen zijn vitaliteit op peil te houden. Het is een uitermate geestige, zwarte komedie over de verrotte zeden van de rechterlijke macht in China en tegelijkertijd een charmante hommage aan Freud en Lacan. `Heel erg moeilijk' blijkt er in Chinese karakters op de cover van de Nederlandse vertaling te staan – het zorgt voor verbazing bij de auteur, die er voornamelijk om moet schaterlachen.

Dai komt uit ,,een kleine, aardige provinciehoofdstad met zo'n zeven miljoen inwoners. In de hele provincie, Sechuan, wonen ongeveer 150 miljoen mensen – Frankrijk, Duitsland en Italië samen.'' Zijn ouders doceerden geneeskunde aan de universiteit, werden tijdens de culturele revolutie opgesloten in het ziekenhuis en stelselmatig vernederd. Vanaf zijn twaalfde moest Dai, enig kind, het alleen zien te redden. Op zijn zeventiende werd hij voor zijn heropvoeding naar een boerendorp gestuurd, waar zich ongeveer het verhaal afspeelde dat hij in Balzac en het Chinese naaistertje heeft opgetekend. In 1984 vertrok hij naar Parijs, waar hij nog steeds woont.

,,Als kind leefde ik in een communistisch land, dat nog de droom van de revolutie koesterde. Het was een heftig, fanatiek klimaat, maar de mensen waren gelukkig, vol energie en vertrouwen, helemaal niet triest zoals in voormalig Oost-Europa. Van de stad die ik kende is niets meer over, geen straat, geen gebouw – alles is radicaal verdwenen. Alle nieuwe huizen zijn comfortabel, dat is de verdienste van het kapitalisme. Het communisme heeft zich radicaal vergist in de aard van de Chinees!'' Dai giert van het lachen en kan van pret nauwelijks blijven zitten. ,,Men dacht dat Chinezen van reflectie hielden, van Confucius en andere diepzinnige filosofen, maar dat is helemaal niet zo. Het zijn handelaren! Zet ze ergens neer en binnen de kortste keren hebben ze een handeltje, daarna een restaurantje waar twintig uur per dag gewerkt wordt – en dan zijn ze gelukkig.''

Zoals Dai zijn lezer vermaakt met een geestig verhaal, wil hij niets liever dan zijn gesprekspartner een glimlach ontlokken. ,,Ik wil mijn publiek behagen, het mag raar klinken, maar dat is een soort gulheid die ik nastreef. Natuurlijk ben ik ook kritisch ten aanzien van mijn geboorteland. Ik ben toeschouwer en wat ik zie is surrealistisch. Het complex van Di gaat over de verandering van China. De oude communisten zijn ineens kapitalisten geworden – niet de democraten of de studenten, nee, die oude generatie is in één klap kapitalistischer geworden dan wij hier. Zij hebben zich in een handomdraai de principes van de kapitalistische economie eigen gemaakt, hebben zich enorm verrijkt. En het zijn dezelfde mensen! Oude communisten, mensen die soldaten op de studenten hebben laten schieten. Is dat niet surrealistisch?''

Dai schrijft in het Frans omdat hij in China niet mag publiceren. Jarenlang worstelde hij met woordenboeken om alle nuances van het Frans onder de knie te krijgen. ,,Ik houd van die taal, maar het was voor mij toch voornamelijk een intellectueel spel. Ik ben gewoon iemand die uit noodzaak zijn tijd heeft besteed aan schrijven in het Frans. Ik ben geen Frans schrijver en ik zal het ook nooit worden.''

Dais eerste roman werd in China in een vertaling gepubliceerd, maar wel voorzien van een kritisch nawoord van de vertaler, waarin deze stelt dat het ideologisch gezien een erg slecht boek is. Zijn tweede roman kwam niet door de censuur heen. ,,En dat terwijl ik me helemaal niet met politiek bezig houd! Andere auteurs zijn veel uitgesprokener dan ik! Ik heb mijn Chinese paspoort gehouden en ik denk er niet aan de Franse nationaliteit aan te vragen. Niet omdat ik zo trouw ben aan China, maar omdat ik daarover in mijn hoofd geen klaarheid kan vinden. Ik geloof niet in politiek, daarom vind ik het ook zo'n onrechtvaardige straf dat ik niet in China gelezen mag worden. Ik vind het vreselijk dat ik niet in mijn moedertaal kan schrijven, ik zou mij zoveel zekerder voelen. In het Westen krijg ik kritiek omdat ik niet politiek geëngageerd genoeg ben. Ik ken die haat niet die men van mij verwacht. Zo ben ik niet.''

Dai maakte ook vijf door Franse productiemaatschappijen gefinancierde films, waaronder een verfilming van zijn debuutroman. Geen ervan mag officieel in China vertoond worden. Toch zijn ze in bepaalde circuits wel op dvd verkrijgbaar. Bij de autoriteiten stuit Dai steeds op een muur van taboes. ,,In China mag je op geen enkele manier het bedrijven van de liefde laten zien, terwijl dat voor een Frans publiek nu juist vaak een must is. De afgelopen twee jaar heb ik aan een nieuwe film gewerkt, `Les filles du botaniste'. Na een jaar wachten besloot de censor dat ik de film niet in China mocht draaien. Het onderwerp kon niet door de beugel. De film gaat over de liefde tussen twee meisjes van een jaar of twintig. Er gebeurt niets, de film is absoluut niet voyeuristisch. Het thema is gebaseerd op een waar verhaal: die meisjes werden veroordeeld. Chinezen hebben niet de vrijheid lief te hebben wie ze willen. Laat staan dat ze andere elementaire vrijheden bezitten. Maar ach, mijn werk heeft toch geen invloed. Vroeger dacht ik dat het mogelijk was China te veranderen vanuit de literatuur, vanuit de kunst. Maar daarin hebben we jammerlijk gefaald.''

Dai Sijie: Het complex van Di. Vertaald door Edu Borger. De Arbeiderspers, 267 blz. €18,95