Zij is niet meer dan een idee

Voor erotiek komt in het leven van Anton Wachter pas ruimte als Ina Damman hem de bons geeft. Deze week discussieert de Leesclub over liefde en puberteit in `Terug tot Ina Damman'.

`Niets beters dan deze liefde', heet het nawoord van Hugo Brandt Corstius in de editie van Simon Vestdijks roman Terug tot Ina Damman die we als leesclub gebruiken. `De geschiedenis van een jeugdliefde', luidt dan ook de ondertitel van de roman. Maar Terug tot Ina Damman gaat niet zozeer over liefde als wel over de puberteit van een kunstenaar in wording.

Dit meesterwerk uit 1934 maakt deel uit van de autobiografische Anton Wachter cyclus waarin Vestdijk verschillende fasen van zijn jeugd in Harlingen (Lahringen) oproept en herbeleeft. Terug tot Ina Damman bestrijkt de beginnende puberteit (gedurende de eerste drie klassen van de HBS) van het zojuist vaderloos geworden jongetje Anton Wachter. Het boek heeft drie delen, `Het woord', `Ina Damman' en `De overwinning'. In deel één wordt Antons leven vergald doordat zijn medescholieren hem `vent' noemen, het koosnaampje dat zijn overleden vader hem gaf. Pas in de tweede klas, als hij zich inbeeldt verliefd te zijn op Ina Damman overwint hij zijn angst voor de pestkoppen die hem met dat woord vent tot in het diepst van zijn ziel kwetsten.

Zijn gevoel voor Ina (`verliefdheid misschien en verering') wordt beschreven als `een gelukzalige angst, meer niet'. `En alle angsten van het eerste jaar op school verzonken erbij, zo kinderachtig leken die hem nu.' Het nawoord van Brandt Corstius is behulpzaam, maar tevens misleidend, omdat het, meer dan een analyse van de roman, een polemiek is tegen Menno ter Braak. `Menno ter Braak heeft Ina ,,een onnozel nest'' genoemd. [...] Hoe kan zij onnozel zijn als ze Anton zijn hele leven blijft inspireren? Met deze opmerking toont Ter Braak wat we natuurlijk uit zijn roman al weten, dat hij niets van de liefde begrijpt.'

Menno ter Braak heeft Anton Wachters jeugdliefde in `De Duivelskunstenaar', zijn briljante essay over Vestdijk, geen `onnozel nest' maar `het gansje Ina Damman' genoemd, zo ongeveer als Vestdijk haar ook beschreef: een meisje van 13 of 14, niet anders dan andere meisjes van die leeftijd, maar wél door Anton uitgekozen als object om zijn gevoelens op te projecteren.

Ter Braak begreep, zoals we weten uit zijn romans (hij schreef er twee) inderdaad weinig van de liefde of laten we zeggen van erotiek. In `De Duivelskunstenaar' merkt hij op dat Ina Damman voor Anton een `erotische toverformule' blijft, maar er is niets erotisch aan zijn gevoel voor het koele zwijgzame meisje. Sterker, hij begrijpt niet dat volwassenen erotiek en liefde tot hetzelfde gebied rekenen. Zijn erotische gevoelens richten zich op de vroegere dienstbode Janke, een voorloopster van Else Böhler uit een latere roman van Vestdijk. Voor erotiek komt in het leven van Anton Wachter pas ruimte als Ina hem de bons heeft gegeven. Pas dan doen zich, dromend van Janke en niet van Ina, `bepaalde lichamelijke verschijnselen' voor die hij niet thuis weet te brengen.

Terug tot Ina Damman gaat over leren leven. Ina Damman, die – zo krijgen we tussen neus en lippen door te horen – eigenlijk Antonia heet, is een projectie van Anton, ze belichaamt het ideaalbeeld dat hij van zichzelf heeft, het vermoeden van zijn mogelijkheden. Een schooljaar lang brengt hij haar iedere dag naar het station, draagt haar schooltas en wisselt een paar woorden met haar. Meer gebeurt er niet. De mooiste momenten zijn die waarin ze vertrokken is en hij van haar kan dromen.

Waarom wordt zij op een enkele uitzondering na voortdurend voluit Ina Damman genoemd, waarom krast Anton zijn agenda vol met haar initialen I.D.? Om ons lezers in te peperen dat zij vooral een idee is. Van het begin af aan is zij voor hem geweest `een leegte die hij zelf moest vullen, steeds weer opnieuw, en met een liefde die niet meer geëvenaard kon worden door een werkelijk samenzijn of een werkelijke verstandhouding'. Ina Damman vertegenwoordigt de verbeeldingskracht, zij maakt de dichter, de musicus, de kunstenaar in Anton wakker.

Als hij Ina (die niets anders in hem ziet dan een vervelende plakker en nog gek bovendien) kwijt is, dreigt zijn leven `normaal' te worden, zoals dat van minder gevoelige en begaafde jongens dan hij. Een incident om de vereerde leraar Greve op wie hij wil lijken, een gewonnen vechtpartij en succes bij vroeger gevreesde jongens en voorheen onbereikbare meisjes doen hem in het deel `De overwinning' terugkeren tot zichzelf, tot een idee van zichzelf, tot Ina Damman dus. In `De overwinning' overwint Anton zijn angsten, ook de angst voor de liefde en daarmee de angst voor zijn kwetsbare zelf, dat hij belooft trouw te zullen blijven. Hij komt met beide benen op de grond zonder zijn uitzonderlijkheid, zijn kwetsbaarheid, zijn nog niet begrepen kunstenaarschap te verliezen. Hij wil dat `hogere' vasthouden, ondanks alles blijven zweven.`Maar zijn voeten raakten zwaar de aarde, zwaar en knarsend op het kiezel alsof zij alleen hadden te bepalen hoe onwankelbaar trouw hij blijven zou aan iets dat hij verloren had, – aan iets dat hij nooit had bezeten.'

Zo eindigt Terug tot Ina Damman, genoemd naar een meisje dat hem voorgoed heeft afgewezen maar aan wier bestaan hij het zijne te danken heeft.