Toyota verrast met succes van zijn Formule 1 team

Een jaar geleden was het nog ondenkbaar dat de renstal van Toyota in het raceseizoen 2005 achter Ferrari zou eindigen in de strijd om de constructeurstitel in de Formule 1. Toch gebeurde dat deze week. Ferrari werd derde in het WK voor de autobouwers, voor nummer vier Toyota. Het Italiaanse team was met de coureurs Michael Schumacher en Rubens Barrichello jarenlang dominant in de hoogste klasse van de autosport, maar moest dit jaar zijn meerderen erkennen in wereldkampioen Renault en McLaren-Mercedes.

Ferrari is een team met een rijke historie in de Formule 1, Toyota een relatieve nieuwkomer. De Japanse fabrikant verscheen pas in 2002 voor het eerst in de Formule 1, met een chassis en een motor die beide in de fabriek bij Keulen waren gebouwd. Daar heeft de renstal zijn basis. Doordat Toyota toen de Formule 1 instapte, ging het ook daar de concurrentie aan met Honda, dat al decennialang motoren levert aan verschillende teams en de afgelopen seizoenen een belangrijke partner was van het team van British American racing (BAR).

Onlangs werd bekend dat Honda het voorbeeld volgt van de renstal van Toyota, door met een eigen renstal actief te worden in de F1. Honda kocht BAR uit en rijdt vanaf volgend seizoen weer met een eigen wagen rond. Honda deed dat ook al in de jaren zestig.

De renstal van Toyota, die jaarlijks de beschikking heeft over een budget van 300 miljoen euro, ligt op schema voor het bereiken van twee doelen in de Formule 1: races winnen en vervolgens de wereldtitel veroveren. Afgelopen zondag besloot Toyota de laatste race van het seizoen in Shanghai met een succesje. In de Grote Prijs van China eindigde Toyotacoureur Ralf Schumacher op de derde plaats.