Satan is een peniskoker

Een jongen van zestien jaar die autobiografische verhalen schrijft over getormenteerde liefdesverhoudingen, misbruik, kindermishandeling, godsdienstwaanzin, seksualiteit en agressie voldoet aan de eisen van het oude cliché: een ongelukkige jeugd is een goudmijn voor een schrijver. Behalve een ongelukkige jeugd heeft LeRoy nog meer mee: hij heeft als tiener al een cultstatus bereikt doordat mensen als Bono hardop hebben geroepen dat ze helemaal uit hun dak gingen van LeRoys werk, en omdat zijn verhalen verfilmd zijn. De Los Angeles Times riep LeRoy uit tot `authentic wunderkind', in andere Amerikaanse kranten werd hij als `rauw en eerlijk', `hypnotiserend' en `brutaal' gezien. En wie zijn prozadebuut Sarah las, kon daar voor een belangrijk deel in meegaan.

In die roman beschreef hij de harde, lugubere wereld van de prostitutie, de concurrentiestrijd tussen en de uitzichtloosheid van vrouwen die door een pooier beheerd werden. Ook hierin kwam de godsdienstwaanzin aan de orde, zij het niet zozeer vanuit de Biblebelt, maar vanuit de absurditeit dat mensen graag een soort ongrijpbare goeroe willen. Dit leverde absurde en erg geestige situaties op met volgelingen die stad en land afreizen om de mystiek zwijgende als meisje verkleedde hoofdpersoon te zien.

Het recept van Het hart is bovenal bedriegelijk is bijna hetzelfde: ook hierin veel prostitutie en godsdienstwaanzin. Deze keer gaat het weliswaar niet om een roman, maar om een verhalenbundel waarvan de verhalen lezen als een soepele leesbare openstapeling onsmakelijkheden. En toch roepen deze autobiografische verhalen vooral weerzin op, hoe graag je ook in de wereld van dit tragische, gemankeerde jongetje zou willen meegaan, alleen al om je medeleven te betonen.

Het hart is bovenal bedriegelijk gaat over een klein kind dat voortdurend uit stelen wordt gestuurd, mishandeld en in de steek gelaten wordt en bovendien, nog voordat hij een tiener is, tweemaal anaal is uitgescheurd. Je hebt sympathie voor en krijgt medelijden met het kind, en zelfs kippenvel omdat sommige scènes wel erg plastisch worden beschreven. Om één voorbeeld te noemen: een penis wordt in een auto-aansteker gepropt om zo de `verdorvenheid' van het kind eruit te branden: `Ik zie de roodgloeiende aansteker naar beneden verdwijnen naar waar haar vingers mijn ding vasthouden. Ik graaf mijn handen, zweterig en koud, verder onder mijn dijen. Ik zie het topje van mijn ding in de aansteker verdwijnen. Ik zit doodstil, ik schreeuw niet, ik huil niet. Ik heb door schade en schande geleerd dat lessen uitentreuren worden herhaald totdat je ze eigen hebt gemaakt, en wel zwijgend, en Satan wordt uitgedreven, ook al is het tijdelijk.'

In deze passage zit eigenlijk de kern van het boek, en niet alleen vanwege de gruwelijkheid. Hier wordt de link tussen geweld en seksualiteit blootgelegd die alle verdere behoeften van de jongen zullen blijven beheersen, en ook het godsdienstfanatisme waarmee hij opgroeit. Bij zijn moeder – die veertien was toen ze hem kreeg en op haar achttiende hem weer ophaalt uit het pleeggezin waar hij verbleef – gebeurt dat doordat ze volledig waanzinnig wordt en overal vergif en zonde in gaat zien. Bij zijn grootvader – waar de jongen een tijd verblijft wanneer zijn moeder weer eens zoek is of opgepakt – gebeurt dat nog met de ouderwetse calvinistische karwats, terwijl de gestrafte dapper wat bijbelteksten opzegt.

Hoewel de verhalen menig moederhart zullen breken, zijn de verhalen niet goed genoeg om op zichzelf overeind te blijven. Het heeft er waarschijnlijk mee te maken dat LeRoy minder afstand heeft genomen van zijn materiaal dan in Sarah, waardoor humor en absurdisme het hebben moeten afleggen tegen waarheidsgetrouwheid. Bovendien werd in die roman het verhaal op een nog wat hoger plan getild: LeRoy toonde op zijn manier aan hoe gevaarlijk gek de wereld is. In deze verhalenbundel zegt hij het ook, maar na enkele van die verhalen geloof je het wel en ben je geneigd dit mishandelde jongetje gewoon aan zijn lot over te laten.

J.T. LeRoy: Het hart is bovenal bedrieglijk. Uit het Engels vertaald door Robert Dorsman. De Geus, 221 blz. €17,90