Onderzoek VN: Syrië achter moord Hariri

Onderzoek van de Verenigde Naties naar de moord op de Libanese oud-premier Rafiq Hariri, afgelopen februari, heeft zeer belastende aanwijzingen opgeleverd voor betrokkenheid van Syrië.

Volgens het onderzoeksrapport, dat gisteravond werd overhandigd aan secretaris-generaal Kofi Annan en vandaag aan de Veiligheidsraad wordt aangeboden, hebben de geheime diensten van Syrië en Libanon nauw samengewerkt bij de aanslag op 14 februari. Behalve Hariri werden daarbij nog twintig mensen gedood. De aanslag leidde, na grote demonstraties, tot het vertrek van de Syrische troepen uit Libanon en het aantreden van een regering die niet langer op Syrië steunt.

Het is nu voor het eerst dat officieel wordt gewezen op directe betrokkenheid van hoge Syrische regeringsfunctionarissen bij de moord op Hariri. Damascus heeft de conclusies van het 53 pagina's tellende rapport vanochtend onmiddellijk van de hand gewezen als ,,partijdig''. Volgens minister van Informatie Mehdi Dakhlallah bevat het rapport ,,valse aantijgingen'', is het ,,100 procent gepolitiseerd'', bedoeld om Syrië in een kwaad daglicht te zetten en internationale sancties tegen het land uit te lokken.

Volgens de bevindingen van het onderzoeksteam onder leiding van de Duitser Detlev Mehlis kan het besluit om Hariri te vermoorden niet zijn genomen zonder de goedkeuring van hooggeplaatste Syrische veiligheidsfunctionarissen en was uitvoering ervan niet mogelijk zonder heimelijke medewerking van de Libanese veiligheidsdiensten. Volgens Mehlis waren de moordenaars van Hariri goed georganiseerd en hadden zij het misdrijf maandenlang voorbereid. Het motief van de aanslag was ,,politiek''.

In het rapport wordt onder andere de naam genoemd van het hoofd van de Syrische militaire inlichtingendienst, Asef Shawkat, zwager van president Bashar al-Assad. Ook worden vraagtekens gezet bij de rol van de Libanese president, Emile Lahoud, die wordt gezien als een bondgenoot van Syrië. Hij kreeg vlak voor de aanslag op oud-premier Hariri een telefoontje van een van de daders – iets wat een zegsman van de president vanochtend ontkende.

Behalve van betrokkenheid bij de moord op Hariri beschuldigen de VN-onderzoekers Damascus ook van tegenwerking van het VN-onderzoek en van pogingen de onderzoekers te misleiden. Zo wordt met name minister van Buitenlandse Zaken, Farouk al-Sharaa, ervan beticht te hebben gelogen in een brief aan Mehlis.

Op verzoek van onderzoeker Mehlis stemde secretaris-generaal Annan gisteravond in met verlenging van het VN-onderzoek tot medio volgende maand, teneinde meer feiten boven water te kunnen halen. Vermoedelijk zal de Veiligheidsraad het rapport volgende week dinsdag bespreken. Diplomaten houden rekening met een resolutie van Frankrijk, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië om maatregelen tegen Syrië te nemen.