Liever Holland dan heimwee

`Machen Sie, dass Sie rauskommen', zei de redacteur van uitgeverij Fischer in 1936 tegen de jonge Hans Keilson. Niet dat men ontevreden was met het aankomende talent dat net een roman had gepubliceerd, en hem toen maar de deur wees. De redacteur bedoelde het op een heel andere manier: hij waarschuwde de joodse schrijver tegen de gevaren die hij liep in nazi-Duitsland. Keilson nam het advies ter harte en week uit naar Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij onder in Delft en Amsterdam en werkte als arts voor medevluchtelingen. Ook na de oorlog bleef hij Nederland trouw – `Lieber Holland als Heimweh' om het met de titel van een van zijn essays te zeggen. Keilson vestigde zich in Bussum, waar hij naast zijn praktijk als psychoanalyticus schreef aan romans, gedichten en essays. Ook nu nog, op 95-jarige leeftijd, praktiseert en publiceert Keilson in Bussum.

Hans Keilson, opgegroeid in Oost-Duitsland binnen een geassimileerd joods gezin, behoort met de inmiddels gestorven Konrad Merz, Elisabeth Augustin en Wolfgang Frommel tot het groepje Duitstalige schrijvers dat na 1945 in Nederland is blijven wonen. Zijn onlangs in Duitsland verschenen verzamelde werk in twee kloeke delen heeft hem weer volop in de belangstelling geplaatst. De Frankfurter Allgemeine stuurde een redacteur naar Bussum om hem te interviewen, de Neue Zürcher Zeitung en Die Welt plaatsten uitgebreide besprekingen. In Nederland is Keilson daarentegen ietwat vergeten. Zijn in 1980 vertaalde belangrijkste roman Der Tod des Widersachers is al lang niet meer verkrijgbaar. Tijd voor een herontdekking want Keilson is nog steeds actueel en zijn verzamelde werk bevat diverse onvergetelijke episoden.

Keilson debuteerde in 1933 met de roman Das Leben geht weiter waarin hij het verhaal vertelt van zijn vader: de neergang van een joodse winkelier in de tijd van de Weimarrepubliek. In 1947 verscheen bij Querido's Duitstalige afdeling de lange novelle Komödie in Moll, een tragikomisch bericht over een onderduiker in Delft die overlijdt aan de griep en daarmee zijn gastheren voor de nodige problemen stelt: wat te doen met het lijk? Zelden is zo lichtvoetig over een beladen onderwerp geschreven als hier. Subtiel maakt Keilson in deze novelle gebruik van moderne vertelmiddelen als sprongen in de tijd en perspectiefwisselingen.

Zijn meest ambitieuze werk is de roman Der Tod des Widersachers, waaraan hij in 1942 begon en die pas in 1959 werd afgesloten. De roman speelt zich af in Duitsland tijdens de opkomst van Hitler, de `vijand' uit de titel aan wie telkens wordt gerefereerd met het initiaal `B.'. Het zijn vooral de realistische fragmenten uit deze roman (meer dan de essayistische, iets te abstracte delen) die indruk maken en zich in het geheugen van de lezer vastzetten: een redevoering van de dictator ergens in de provincie, de schending van een joods kerkhof, de sfeer in een Berlijns warenhuis.

De verteller van de roman haat `B.' en is gelijktijdig door hem gefascineerd. Hij probeert zich in hem te verplaatsen, hem op een bijna emfatische manier te begrijpen. In hun voortreffelijke nawoord wijzen Heinrich Detering en Gerhard Kurz terecht op een parallel met het beroemde opstel `Bruder Hitler' van Thomas Mann, die de dictator eveneens trachtte te begrijpen, hem als een narcistische kunstenaar en dus als een `broer' zag, hoewel een hele pijnlijke en gevaarlijke. Vreemd genoeg zien beiden een andere beroemde parallel uit de Duitse literatuur over het hoofd: de roman Der Augenzeuge (1939) van de Tsjechisch-Oostenrijkse auteur Ernst Weiss.

Vanaf de jaren zestig en zeventig legde Keilson zich steeds meer toe op het schrijven van gedichten, die in hun mengeling van tragiek en ironie regelmatig aan Heine en Tucholsky doen denken. Van groot belang zijn ook de essays van Keilson. Sommige gaan over de trauma's van joodse oorlogswezen, een onderwerp waarop hij in 1979 promoveerde. Andere handelen over intrigerende onderwerpen als `Links antisemitisme?', `De fascinatie van de haat' of `Psychoanalyse en jodendom'. In sommige opstellen komen de verschillen tussen Duitsland en Nederland aan bod. In Nederland zijn de tolerantie en de afkeer van geweld traditioneel beter ontwikkeld, stelt hij, anderzijds staat het intellectuele en politieke debat bij onze buren op een veel hoger plan. ,,Het egaliseren van iedere `elitair' lijkende attitude'', zo houdt hij de Nederlanders voor, kan vooral ,,in de wereld van kunst en wetenschap tot verarming en geringschatting van autochtoon talent leiden.''

Twee eigenschappen kenmerken de essays van Hans Keilson: een glasheldere stijl en een hoffelijke, licht (zelf-)ironische toon. Begrijpen in plaats van veroordelen lijkt zijn devies. Zelfs als het gaat om de rector van de universiteit van Aken die tien jaar geleden als ex-nazi werd ontmaskerd – en die door Keilson (in het opstel `Ein deutsches Doppelleben') wordt verdedigd onder het motto `dat men nazi kan zijn geweest en dat niet altijd moet blijven'. Redelijkheid en het vermijden van extremisme zijn voor hem een vanzelfsprekendheid. `Haat is niet mijn sterkste kant', zegt hij ergens, een misschien wel opmerkelijke uitlating voor iemand wiens ouders omkwamen in het concentratiekamp Birkenau.

Het jongste opstel van Hans Keilson kon niet meer worden opgenomen in dit verzamelde werk. Het verscheen op 30 april in de Neue Zürcher Zeitung en gaat over de manier waarop zestig jaar geleden in Amsterdam de bevrijding werd gevierd. De slotzin luidt: `Op de dag van de bevrijding, het einde van de Tweede Wereldoorlog, begon de rouwtijd die nooit eindigt.'

Hans Keilson: Werke in zwei Bänden. S. Fischer Verlag, 1.100 blz. €64,90