Kunst alleen is niet genoeg

Het Rijksmuseum kreeg forse kritiek op zijn plannen om in zijn nieuwe inrichting de collecties geschiedenis en kunst te integreren en ook 20ste-eeuwse kunst te gaan verzamelen. Directeur Ronald de Leeuw: ,,Erg hè.

Mensen schrikken daarvan.''

'Dit is een paleis van de kunst, een feestelijk nationale trots-gebouw.'' Ronald de Leeuw, directeur van het Rijksmuseum, leidt zijn bezoek rond door een onttakeld pand met het voortdurende gebeuk van een drilboor op de achtergrond, maar hij houdt zijn droom voor ogen. ,,Hier wordt de kunst gevierd.''

In 2008 moet een inhoudelijk en uiterlijk geheel vernieuwd Rijksmuseum zijn deuren openen. De Leeuw belichaamt als geen ander de trots en verwachtingen over de aanstaande aanpassingen. Na de verbouwing zal alles anders zijn. De opstelling van de stukken uit onze `nationale schatkamer' wordt radicaal gewijzigd, en het gebouw van architect Pierre Cuypers uit 1885 wordt geheel gerenoveerd: de binnenhoven worden opengebroken, er wordt een ondergronds plein uitgegraven en originele details worden gereconstrueerd. De Leeuw wijst naar de decoraties die her en der na verwijdering van muren of witte verf tevoorschijn zijn gekomen. ,,Dit is een expressief gebouw, maar het moet geen stoorzender worden. De trappen, de eregalerij met De Nachtwacht, de voorhal: die worden gedecoreerd. Maar zodra je de zalen binnengaat, word je opgenomen in de sfeer van een bepaalde eeuw.''

Over hoe die sfeer in het nieuwe Rijksmuseum wordt gecreëerd is veel gesproken. De vroegere strikte scheiding tussen geschiedenis en kunst wordt opgeheven. Kunstwerken worden getoond in hun historische context en met voorwerpen gecombineerd. De route door het museum wordt chronologisch. ,,Schoonheid en tijdsbesef'' zijn de nieuwe sleutelwoorden.

De Leeuw: ,,Als je een nieuw museum mag maken, dan kun je zeggen: we kopen een nieuwe vitrine, zoeken een nieuw model spotje – that's it. Maar de collectie bevat meer dan wij eruit halen. Wij zijn anders dan andere grote kunstmusea in de wereld. Wij zijn ook een geschiedenismuseum.''

De vroegere vaste opstelling bleef steken in de classificatie van kunsthistorici, zegt De Leeuw. De voormalige directeur van het Van Gogh Museum, sinds 1996 bij het Rijksmuseum, is zelf kunsthistoricus, maar hij heeft zich gestoord aan de serie in deze krant waarin vakgenoten als Carel Blotkamp, Rudi Fuchs en Mariët Westermann gevraagd werd een toekomstbeeld voor zijn museum te schetsen. ,,Je vroeg om hun dromen en je kreeg hun nachtmerries. Als er maar niks veranderde, dat was hun enige opvatting. Dat krijg je als je iemand vraagt wiens hele leven het is om een hoekje van de zeventiende eeuw in kaart te brengen.''

Die mensen zeuren?

,,Zij menen de representatieve bezoeker te zijn, omdat ze deskundig zijn over wat ze gaan zien. Maar dat valt niet samen.''

Wat is er mis met hun opvattingen?

,,Hun manier van ordenen is heel deterministisch, negentiende-eeuws. Het publiek is daar niet meer in geïnteresseerd. Dat ervaart de betekenissen die voorwerpen aan elkaar geven als veel interessanter. Een bezoek aan onze collectie was huiswerk, in plaats van genot. Waarom waardeert het publiek tentoonstellingen zoveel meer? Omdat daar iets geënsceneerd wordt, ietswordt verteld dat ze bij de strot grijpt.''

Het schrikbeeld is dat de wereldberoemde collectie zeventiende-eeuwse schilderijen niet meer in gewijde stilte zou kunnen worden bekeken. Wat als overal poppenhuizen, zilverwerk en geweren de aandacht afleiden?

,,Er komen ook ongemengde zalen, naast `matig gemengde' en `druk gemengde'. We denken in ritmes. Onze stelregel is eenvoudig: mengen waar het een meerwaarde oplevert en scheiden waar het moet. Als we bij een Vermeer een contemplatieve waarde willen benadrukken, dan doen we dat. Mijn vaste grapje is: ik gebruik Het straatje van Vermeer niet om een verhaal te houden over hygiëne in de zeventiende eeuw. Je ziet duidelijk een vrouw die aan het bezemen is, maar stoepje schrobben is niet het thema van dat werk. Dat zou ridicuul zijn. In de eregalerij van de zeventiende eeuw zult u alleen maar schilderijen treffen.''

,,Maar enkel schilderijen tonen is niet ons métier. Schilderijen zijn onze stervoorwerpen, maar we hebben nog heel veel andere sterren. Ik bestrijd de opvatting die zegt: geschiedenis is lelijk en kunst is mooi. Die hiërarchie is er niet. De Nachtwacht is door historici gekozen als hét voorwerp uit de Nederlandse geschiedenis. Dat schilderij vertelt je alles over de burgers van Amsterdam, en toont een interessant moment omdat Maria de Medici naar de stad komt.''

Het is in de eerste plaats toch een heel mooi schilderij?

,,Nee. Rembrandt zou het nooit geschilderd hebben als er geen opdracht was geweest. Er is een opdracht, er is een verhaal, and the rest is Rembrandt, the rest is art history. Het is beide. Dat hoeft elkaar niet in de weg te zitten.''

Wat voor combinaties worden er straks gemaakt?

,,Een poppenhuis met aan de wand ertegenover een aantal interieurs, waardoor je opeens beter begrijpt waarom Vermeer ze zo geschilderd heeft. Het wordt heel discreet gedaan. Wat de mensen niet begrijpen, is hoe rijk wij zijn. Wij kunnen een Vermeer ophangen als een Vermeer en daarnaast een Pieter de Hooch om het verhaal te vertellen van de Delftse schilderschool, en daarnaast nóg een Pieter de Hooch, in een andere context. Wij kunnen én-én doen.''

Hoeveel tekst gaan de bordjes bij de werken bevatten?

,,Hoe korter, hoe beter, is het motto. De tekst moet houvast bieden en aangeven waarom het beeld daar hangt: u bevindt zich nu in de Middeleeuwen, kerkelijke kunst. Ieder bordje moet voor zich spreken, want niemand leest alles. De bezoeker wil kunnen zappen.''

De teksten zijn de `eerste verantwoordelijkheid' van de conservator, citeert De Leeuw een oude museumwijsheid. ,,Als je niet weet wat Nova Zembla is, dan is de klok van Nova Zembla gewoon een brok roest. Dan heb je er geen emotie bij. Dan krijgen dingen maar één betekenis, namelijk: mooi.''

Is alleen mooi niet goed genoeg?

,,Dat is niet onze missie. Onze missie is aan het voorwerp betekenis toe te kennen. Een kunstwerk spreekt niet uit zichzelf. Wie denkt dat een schilderij alleen genoeg is, onderschat de hoeveelheid kennis waar hij over beschikt.''

Wat bepaalt of een zaal gemengd of ongemengd wordt?

,,Het verhaal. Soms is het verhaal van de geschiedenis dominant en soms is een kunstmoment daarin een verbijzondering.''

Het zegt iets over de kwaliteit van een schilderij of u ervoor kiest er een meubel bij te zetten?

,,Nee, er zijn momenten dat een meubel een kostbaarder voorwerp was in de toenmalige maatschappij dan schilderijen.''

Dus de toenmalige waarde vormt het criterium?

,,De belevingswaarde. Vorsten kochten meubelmakers bij elkaar weg.''

De weerstand tegen uw ideeën kwam niet alleen van buiten. Uw conservatoren waren aanvankelijk niet erg enthousiast.

,,Dat is toch logisch? Dat zijn óók specialisten. Als je sommigen van hen nu 's nachts wakker zou maken en vraagt wat ze het liefst zouden willen, dan is dat een museum geheel gewijd aan tinnen bekers, of zoiets. Voor dat soort commitment zijn ze ingehuurd.

,,De staf hier heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt. De eerste fase in het praten over de nieuwe inrichting was heel traag, heel taai. De mensen gingen in groepjes door de hele collectie, en dan werd er nogal eens onderhandeld: jouw kopje erin, dan mijn schilderij. Iedereen dacht vanuit zijn eigen afdeling. Nu is er voor elke eeuw een werkgroep van een stuk of vier conservatoren, met één aanjager, die naar iedereen luistert en dan zijn eigen keuzes maakt.''

U gaat ook twintigste-eeuwse kunst verzamelen.

,,Ja, dat zou absoluut niet kunnen, volgens de sceptici. We zouden te laat zijn. In de geschiedenis van het verzamelen hebben de mensen die dit soort dingen zeggen altijd ongelijk gekregen. Onze collectie negentiende eeuw is toch echt in de twintigste eeuw verzameld. Musea schuiven op, dat is niet ongebruikelijk.''

In 1998 toonde u zich tegenover de directeuren van het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum voorstander van een strikte verdeling van taken. Gaat u nu alsnog in andermans vijver vissen?

,,Erg hè. Mensen schrikken daarvan. Ik vis wel in een vijver, maar ik heb heel andere plannen met wat ik vang. In 1998 zat ik hier twee jaar, nu bijna tien. In die tijd ben ik steeds beter het belang van onze geschiedenisafdeling gaan inzien. Als we alleen maar een kunstmuseum waren geweest, hadden we rond 1914 kunnen eindigen, maar juist die historische taak maakt van het Rijksmuseum een echt nationaal museum. En als je op alle andere verdiepingen geschiedenis aan de hand van kunstvoorwerpen toont, kun je de twintigste eeuw toch niet als sec verhaal presenteren?''

Maar heeft u geld genoeg om de kunsticonen van de twintigste eeuw aan te schaffen?

,,Dat is een boekhoudersinvalshoek. Wij zijn rentmeesters. Het Rijksmuseum mag ambitieniveau hebben. Als wij kunst laten zien uit het interbellum, dan moeten dat sterke beelden zijn, van de hoogst denkbare kwaliteit.''

Goed werk van moderne Nederlandse beeldend kunstenaars is óf niet op de markt, óf krankzinnig duur.

,,Wij hopen ook op legaten. En er hebben zich al heel wat verzamelaars bij ons gemeld die het leuk vinden wat wij gaan doen en die nu aan ons denken als bestemming.''

Over de Oostzijdse molen, een vroege Mondriaan die het Rijksmuseum onlangs voor een half miljoen kocht, zei het Haags Gemeentemuseum: daar hebben wij zeven betere van, die het Rijks zo had mogen lenen.

,,Dat verhaal klopt niet. Het is waar dat ze ons een bruikleen wilden geven, maar dit werk zat daar niet bij. Als je zo banaal wilt zijn om te zeggen: elke molen is hetzelfde, dan ben ik het met de mensen eens. Ons ging het om iets anders. Die Mondriaan is bedoeld voor de eerste zaal van de twintigste eeuw, die Nieuwe Kunst gaat heten, en waar ook een zelfportret van Van Gogh komt, een zee van Toorop, een ensemble Rozenburg-vazen. De bezoeker stapt uit de negentiende eeuw die nieuwe eeuw in, en het eerste wat hem op moet vallen is: hé, er is iets met het kleurgebruik gebeurd. Een term die in die Mondriaan-discussie regelmatig viel was `sleutelwerk'. Onzin. Is het niet. Het is een Mondriaan die in het thema van die zaal past. De stukken die het Gemeentemuseum ons aanbood ken ik goed, en ze hadden niet waar onze specialisten naar zochten.''

Het Rijksmuseum wilde liever een Mondriaan zelf bezitten, luidde de verklaring. Wil het museum wel bruiklenen?

,,Wij zijn de grootste bruikleengever van Nederland. Dus ligt het voor de hand dat we ook iets terugkrijgen. Ik hoop op 25 à 50 stuks uit andere Nederlandse musea, steeds voor een paar jaar. Voor alles wat er van ons in het Centraal Museum in Utrecht hangt, mag er toch wel één Rietveld-stoel deze kant op komen? Misschien niet dé Rietveld-stoel, maar wel een hele belangrijke?''

Wat vindt het Stedelijk van uw plannen?

,,Ik ben in gesprek met Gijs van Tuyl, de directeur. Wat wij willen neerzetten is een eigen versie van de twintigste eeuw, geen klein Stedelijkje. Ik ben geen concurrent van ze. Hun grote probleem is dat ze veel werken maar sporadisch kunnen laten zien. Ook na de verbouwing is hun gebouw nog niet groot genoeg. Het zou belachelijk zijn als ik dingen ging kopen die het Stedelijk me zou kunnen lenen. En als ze daar nou echt bang voor ons waren, dan kunnen ze toch niets verkeerders doen dan mij een eenzaam pad op te sturen, waar ik toch ga doen wat ik moet doen.''

Uw droom voor het Rijksmuseum is tot in de details uitgedacht. Heeft u ook een nachtmerrie? Wat kan er misgaan de komende jaren?

De almaar op hoge snelheid doorpratende De Leeuw laat voor het eerst een stilte vallen. ,,Ik heb eigenlijk maar één zorg, en dat is het vergunningentraject. Over het concept, het richtingsgevoel, heb ik geen enkele twijfel. De details moeten we nog uitwerken natuurlijk, maar ik weet dat het beeldschoon kan worden. Ik zie de potentie van het nieuwe gebouw.

,,Dit is mijn derde bouwproject bij een museum. Ik weet dus dat je geduld moet hebben, ik ken de ijzeren wet dat het in elk geval nooit korter duurt dan verwacht. Voor een groot en ingewikkeld project als dit liggen we nog voorbeeldig op lijn. Maar zonder vergunningen kunnen we niets. In januari dienen we een nieuwe aanvraag voor een bouwvergunning in, en als daar dan weer vertraging ontstaat...

,,De slogan `I Amsterdam' bevat een `i', die onder andere staat voor innovatie. Af en toe denk ik: ik geloof er niets van. Ik vind dit echt een verantwoordelijkheid voor heel Nederland. We kunnen de mensen niet zolang zonder dat gebouw en die collecties laten. We hebben een verhaal te vertellen, en dat kan alleen maar hier. We hebben goud in handen.''

`Wij zijn anders dan de andere grote kunstmusea in de wereld'

`Ik vis wel in een vijver, maar heb heel andere plannen met wat ik vang'