Gonzo-loop op Hawaii

Conform zijn laatste wens is de as van Hunter S. Thompson, de Amerikaanse `gonzo-journalist' die in februari op 67-jarige leeftijd zelfmoord pleegde, onlangs uit een kanon afgevuurd. Het postuum uitbaten van zijn oeuvre,waaruit Fear and Loathing in Las Vegas (1971) het bekendst is, kan nu dus beginnen. Die psychedelische schelmenroman, waarin een door drugs en drank aangevuurd bezoek aan de gokstad Las Vegas wordt beschreven, is zelf al vele malen herdrukt, dus de keus is nu uit Thompsons minder succesvolle of geslaagde werk – maar daar is dan ook genoeg van.

Uitgever Taschen heeft een mooi begin gemaakt met de luxueuze heruitgave van The Curse of Lono, een bizarre reportage uit 1983 over Thompsons belevenissen op Hawaii, als verslaggever bij de lokale marathon. De reportage, als boek uitgebracht met ijzingwekkende illustraties van Thompsons Britse sidekick Ralph Steadman, was een poging het oude vuur te doen herleven. Thompson had in de jaren zeventig de combinatie sport, drugs en `kritische' journalistiek met groot effect gebruikt in stukken over de presidentsverkiezingen tussen Nixon en McGovern, een paardenrace, en een autorace in Las Vegas, de kapstok voor zijn beroemdste boek. Steadman had daarbij grote diensten bewezen met zijn paranoïde tekenstijl, die naadloos paste bij Thompsons proza. Daarna was het snel bergafwaarts gegaan. Thompson leek futlozer te worden naarmate het elan van de jaren zestig begon weg te ebben.

De uitnodiging van het sportblad Running om op Hawaii de marathon te verslaan, leek daarom een buitenkansje. Het werd een mislukking. Op zijn beste momenten leidde Thompsons kortsluiting van `nieuwe journalistiek' en op Hemingway geënte literatuur tot een kolderieke slapstick, waarin de tijdgeest pijnlijk met de vingers tussen de deur kwam. Maar in The Curse of Lono ontbreekt zulk vuurwerk volkomen. Ook bij herlezing is het een ongeïnspireerde poging om de oude succesformule te herhalen: veel openbaar wangedrag (dat zonder de rebelse context van de sixties opeens een stuk studentikozer lijkt), een bijrol voor een ontspoorde drinking buddy, en een plotloos en chaotisch verhaal, met fantasieën over kapitein Cook en de legende van de god Lono, met wie Thompson zich tegen het einde identificeert. Geslaagd zijn wel de brieven aan Steadman die het boek inleiden en besluiten. Daarin glinstert iets van de brille die Thompson zijn proza kon meegeven. Niet voor niets is zijn beste werk uit de jaren negentig de lijvige collectie van zijn brieven, waarvan postuum nog zeker één deel zal verschijnen.

Toch is deze uitgave de moeite waard, door de riante vormgeving en de zoals altijd schitterende illustraties van Steadman, die inmiddels is uitgegroeid tot een van Engelands beroemdste illustratoren. Een masochistische geest zal in Thompsons amechtige zoeken naar inspiratie op Hawaii bovendien iets kunnen herkennen van de diepe malaise die de vroege jaren tachtig kleurde, ook in Nederland.

Hunter S. Thompson en Ralph Steadman: The Curse of Lono. Taschen, 207 blz. €38,85