Fantasy

Judith Eiselin schrijft in haar bespreking van twee fantasy-jeugdboeken (Boeken, 14.10.05) onder meer:

`Het is essentieel dat de lezer van fantasy serieus neemt wat geschreven staat, want met de lach sneuvelt al gauw de spanning.' En even later: `Totdat J.K. Rowling kwam, zag en overwon, was magie in literatuur voor iedereen vanaf tien jaar over het algemeen een hoogst ernstige zaak. [...] Het is Rowlings grootste verdienste dat ze deze ijzeren genrewet doorbrak.'

Deze `ijzeren genrewet' is alles behalve dat. Het eerste Harry Potterboek kwam uit in 1998. Tegen die tijd had Terry Pratchett al tientallen boeken in zijn Discworld-serie gepubliceerd, en Jack Vance's Tales of the Dying Earth zijn zeker ook humoristisch. Goldmans The Princess Bride, Hugharts Bridge of Birds en Tolkiens The Hobbit zijn andere voorbeelden van humor in fantasy, net als de werken van Marten Toonder. En laten we bijvoorbeeld Tales from Gavagan's Bar, door L. Sprague de Camp en Fletcher Pratt, niet vergeten. In The Encyclopedia of Fantasy door John Clute en John Grant (Orbit, 1997) is meer dan een pagina aan het thema humor gewijd.

En zelfs in jeugdboeken is Harry Potter niet het enige, en zeker niet het eerste, voorbeeld van humor in fantasy, zoals de eerder genoemde voorbeelden van The Hobbit en The Princess Bride aantonen. En de boeken van Diana Wynne Jones – Eiselin zelf merkt in haar bespreking op dat de boeken van Diana Wynne Jones zich kenmerken door verschillende soorten humor, en dat haar Chrestomanci-serie al tien jaar eerder dan de Potter-boeken werd gepubliceerd.

Humor is altijd een element geweest in fantasy-verhalen. De grootste verdienste van Rowling is dan ook niet geweest dat ze deze niet bestaande wet doorbrak, maar veeleer dat ze fantasy bespreekbaar heeft gemaakt in plaatsen als de boekenbijlage van NRC Handelsblad, waar dit genre nu meer serieus lijkt te worden genomen.