Examen onder Afghaanse zon

Afghaanse meisjes mogen weer naar school, maar onderwijs blijkt geen prioriteit van de regering in Kabul te zijn. Scholen klagen over geldgebrek.

De Markaz Girls High School ligt op een hoog gelegen vlakte, pal naast een uigestrekte begraafplaats, waar stokken en vlaggetjes verwijzen naar de doden die zijn gevallen tijdens de strijd tegen de Talibaan. In de verte, op kilometers afstand, ligt Bamiyan-Stad – de meeste leerlingen zijn uren te voet onderweg om de school te bereiken.

,,Alleen de kinderen van de baas van de ngo [non-gouvernementele organisatie, red.] die de school heeft gebouwd, hoeven niet zo ver te lopen. De school is daarvoor speciaal vlak bij zijn huis neergezet'', legt Mohamad Ashraf uit. Ashraf ziet er, met zijn ongeschoren gezicht en afgedragen, te grote bordeauxrode pak, uit als iemand die de avond ervoor met zijn kleren aan in slaap is gevallen en vanmorgen gehaast zijn huis heeft moeten verlaten. Ashraf is directeur van de school.

Op het schoolplein staan rijen bureautjes en stoelen te gloeien in de zon. De meisjes hebben net een examen gehad. Ashraf heeft 29 onderwijzeressen voor 1.250 leerlingen. ,,Er zijn maar twee echte onderwijzers bij met een diploma. Sommigen hebben amper de middelbare school afgemaakt en staan voor klassen van 50 tot 80 leerlingen'', vertelt de directeur gelaten. Hoewel de leeftijd van de scholieren oploopt tot achttien jaar, wordt er op deze middelbare school alleen maar les gegeven tot en met de derde klas, zes dagen per week van 8 uur 's ochtends tot 12 uur 's middags. ,,Meisjes mochten van de Talibaan niet naar school. Een 17-jarige die nog nooit middelbaar onderwijs heeft gevolgd, moet gewoon in de eerste klas beginnen'', zegt Ashraf.

Wederopbouw, nieuw Afghanistan, reconstructie; het zijn veelbelovende termen, maar niet van toepassing op het onderwijs, zegt de schooldirecteur. Voor meubilair, boeken, gebouw, pennen en papier is hij afhankelijk van hulpverleningsorganisaties. ,,En veel is het niet wat we krijgen. We hebben niet eens genoeg boeken. Van de overheid ontvangen we helemaal niets. Die betaalt alleen ons salaris.'' Het gemiddelde salaris van een onderwijzer ligt rond de veertig euro per maand, een habbekrats vergeleken met het salaris (500 dollar per maand) van bijvoorbeeld een generatoroperateur die voor een buitenlandse ngo werkt.

Aanlokkelijk is het dan ook niet om aan de slag te gaan als leraar, bevestigt de 35-jarige Franoz, een van de twee gediplomeerde onderwijzeressen. Haar goudkleurige armbanden rinkelen als ze praat. Genoeg en goed aandacht geven aan alle kinderen is onmogelijk volgens haar, de klassen zijn te groot. De financiële beloning is bovendien te laag. ,,Je hebt altijd andere dingen aan je hoofd. Je moet er naast blijven werken, anders kom je niet rond, we verdienen gewoon te weinig'', zegt ze.

Maar ze weet wel voor wie ze het doet. Haar leerlingen zijn gemotiveerd en hebben dromen. Artsen, ingenieurs, advocaten, dat zijn de beroepen die populair zijn onder de meisjes. Dan zijn er natuurlijk nog de Afghaanse mannen waar ze rekening mee moeten houden. Die moeten wel meewerken in de toekomst. Zelf studeerde Franoz ooit journalistiek in Kabul, maar zij moest de studie afbreken omdat ze ging trouwen. ,,Mijn man liet me mijn studie niet afmaken. Misschien dat de nieuwe generatie mannen hun vrouwen wel een carrière gunt'', zegt ze hoopvol.

Op het departement van Onderwijs in Bamiyan is de stemming somber als de status-quo van het onderwijs in Afghanistan ter sprake komt. In een kaal kantoor met vijf verweerde bureaus, waarvan de bladen bedekt zijn met vergeelde kranten, hangen zes mannen ogenschijnlijk doelloos rond. Drie koperen potten staan te wachten om gevuld te worden met thee. De 52-jarige Gholan Hossain is de plaatsvervangende chef van het departement. Hij zegt: ,,Wij hebben de afgelopen vier jaar nog nooit geld ontvangen van de regering. Het enige dat wij binnenkrijgen, zijn de lonen voor de leraren.'' En daarmee heeft hij ook zo'n beetje de belangrijkste taak van zijn afdeling beschreven: het uitbetalen van de salarissen.

De problemen in het onderwijs zijn overal hetzelfde in Afghanistan, zegt Sayed Atique, hoofd van Care International in Bamiyan, een organisatie die onder meer onderwijzers traint. In Bamiyan heeft Care verschillende cursussen voor leraren gegeven, maar zelfs voor bijscholing is het animo niet groot, ondanks het lage opleidingsniveau van de meeste docenten. ,,Wij moeten ze lokken met een beloning van twee dollar per dag, anders komen ze niet. Ze hebben allemaal bijbanen omdat ze het geld hard nodig hebben om te overleven.''

Ondanks de deplorabele toestand van het onderwijs zijn de verwachtingen van de scholieren hoog. Op de Markaz Girls High School zegt de zestienjarige Karima dat ze advocaat wil worden. Want de tweedeklasser wil later een goed inkomen en ze wil mensen helpen. Maar dat is voor de toekomst. ,,De school moet eerst een bus krijgen en een nieuw gebouw, in Bamiyan-Stad, dichter bij huis. Ik loop nu anderhalf uur naar school en anderhalf uur terug naar huis, elke dag.''