Een konijn met roze wenkbrauwen

Finn (8) zet de verrekijker aan zijn ogen. Met een kreet laat hij hem weer zakken. Hij wijst naar een opgezette struisvogel: ,,Ik schrok me dood'', zegt hij tegen Marlous (8) die naast hem staat.

,,Die kop was ineens heel dichtbij.'' Ze hebben de uitkijktoren beklommen midden in een zaal van het Amsterdamse Van Gogh Museum. Met hun kijkers zoomen ze in op de geschilderde en opgezette dieren die te zien zijn op de tentoonstelling Beestachtig mooi.

Finn en Marlous doen met tien andere kinderen mee aan een van de speciale workshops ter gelegenheid van de tentoonstelling. Finn is er zelfs voor de tweede keer omdat hij de workshop zo leuk vond. Ook Tara (8) heeft eerder in het museum geknutseld. De deelnemers hebben hun schorten al omgeknoopt, maar eerst krijgen ze een korte rondleiding. Ruth Stijntjes van het Van Gogh Museum legt uit wat de bedoeling is: ,,We gaan op de tentoonstelling eerst inspiratie opdoen. Weet iemand wat dat betekent?'' Lilian (6) steekt een vinger op: ,,Rondkijken naar schilderijen'', zegt ze. ,,Ja'', antwoordt Ruth, ,,als een kunstenaar inspiratie opdoet gaat hij ideeën verzamelen voor een schilderij. Vincent van Gogh bijvoorbeeld deed dat in de natuur. Wij zullen nu door de zalen lopen en goed om ons heen kijken. Probeer te onthouden wat je ziet. Jullie gaan straks een dierenmasker schilderen.''

De wandeling begint bij een schilderij van een giraffe. Het dier is heel groot: de mensen op het doek komen tot zijn knieën. De kinderen zijn het erover eens dat het niet echt op een giraffe lijkt. De vlekken zijn anders, meent de een. De kop klopt niet, vindt iemand. Hij heeft een beetje een rare neus, zegt een derde. Ruth knikt: ,,De giraffe is ontstaan door verhalen, de schilder had er nooit een gezien.'' Meer kunstenaars wisten vroeger niet hoe ze exotische dieren moesten schilderen: er hangen schilderijen van leeuwen met een mensengezicht en een beer die in een mensenhouding op zijn zij ligt.

In de negentiende eeuw zijn de eerste huisdieren geschilderd: een moederpoes met jonkies, een moederhond met puppies. Marlous kijkt naar het portret van een klein meisje met één bloot voetje dat een stuk brood geeft aan een hond. Dit schilderij laat echt liefde voor het dier zien, vindt ze. Ze strikt het schort van Finn opnieuw vast en huppelt dan met de groep terug naar het atelier.

Aan een lange tafel kunnen de kinderen nu op stukken karton de kop van een dier schetsen. Eerst dun, met grijs potlood, daarna inkleuren met verf en versieren met lapjes in diverse dierprinten. Tara schetst haar eigen huisdier: een hond met lange oren. Marlous heeft bedacht dat ze een leeuwenmasker wil. Naast haar kijkt Finn telkens in een boek hoe hij een tijgerkop moet tekenen. ,,Hier stippeltjes, maar waar zitten z'n neusgaten'', mompelt hij.

Er wordt ingespannen gewerkt. Al gauw is de eerste poes met een verenkroontje klaar. Emma (7) proest het uit als ze haar konijn met roze wenkbrauwen voor haar gezicht houdt. ,,Ik vind hem een beetje raar'', giechelt ze. Maar Ruth geeft de kunstenaars een compliment: ,,Geen een masker lijkt op een ander. Jullie hebben een applaus verdiend.''

`Beestachtig mooi. Kijken naar dieren 1750-1900'. Open: t/m 5/2/06 in het Van Gogh Museum, Amsterdam. Er zijn verschillende workshops voor kinderen (6 t/m 12 jaar) op za., zo. en wo. Inl.: www.vangoghmuseum.nl of (020) 5705243.