Culturele proefballon

,,De glans van de polder is de afgelopen jaren verbleekt'', schrijven de staatssecretarissen Medy van der Laan (Cultuur en Media) en Karien van Gennip (Economische Zaken) in hun vorige week verschenen nota Ons Creatieve Vermogen. Nederland is niet zo hip en vernieuwend meer als voorheen. Dat is een slechte zaak, want een land zonder creatievelingen verliest zijn aantrekkelijkheid voor toeristen en buitenlandse investeerders. Daarom gaat het kabinet 15,4 miljoen euro investeren in een nauwere relatie tussen de culturele sector en het bedrijfsleven. Zodat Holland binnen de kortste keren weer een internationale hotspot wordt.

Sinds de Amerikaanse econoom Richard Florida in 2002 zijn studie The rise of the creative class publiceerde, raken steeds meer beleidsmakers doordrongen van de waarde van een gezonde `creatieve klasse' in hun stad of land. De levendigste economieën, zo stelt Florida, zijn de plekken waar de 3 T's samenkomen: Talent. Technologie en Tolerantie. Oftewel steden met kunstacademies, met computernerds, met rockbands en met een levendige homoscene. Steden als San Francisco, Boston en San Diego. Op die plaatsen zorgt de creatieve klasse voor werkgelegenheid, voor bedrijvigheid, voor meer toerisme.

Het gekke is nu dat de cultuursector bij een kwakkelende economie altijd de eerste is waarop bezuinigd wordt. Dezelfde staatssecretaris die nu ruim vijftien miljoen in cultuur wil investeren, heeft tijdens haar ambtstermijn al behoorlijk in de kunstsubsidies gesnoeid, met name waar het de ondersteunende instellingen betreft. Wat het kabinet nu in de toekomst zegt te willen opbouwen voor de creatieve industrie, is het op dit moment aan het afbreken.

Om zomaar een paar zaken te noemen: Van der Laan wil, ondanks een positief advies van de Raad voor Cultuur, de subsidie voor het Amsterdam Dance Event stopzetten. Terwijl dat nu juist typisch zo'n evenement is dat een stad als Amsterdam kan ophippen. Ook is de staatssecretaris van plan het MusicsXport-programma van het Nationaal Pop Instituut af te schaffen – een project waarbij Nederlandse bands en artiesten geholpen worden de buitenlandse markt te betreden. En dat terwijl Van der Laan in haar eigen kersverse nota de band Within Temptation aanhaalt als voorbeeld van een geslaagd product van datzelfde MusicsXport-programma.

Tenslotte nog een grappig `praktijkvoorbeeld' uit de nota. Van Gennip en Van der Laan prijzen musea die erin geslaagd zijn hun product te `marketen'. Het Van Gogh Museum bijvoorbeeld, heeft goed gebruik gemaakt van de toegenomen faam van `het merk' Van Gogh. Ook het Rijksmuseum van Oudheden krijgt een pluim voor zijn tentoonstellingsbeleid, omdat `men inspeelt op de grote belangstelling voor mummies'. Inmiddels weten we dat juist die mummie-expositie een grote financiële strop gebleken is. De wens een groot publiek te bereiken door het museum als merk neer te zetten, hebben het museum aan de rand van de afgrond gebracht.

Zo wemelt het in deze nota van de tegenstrijdigheden. Zelf geven de twee bewindsvrouwen in hun beleidsbrief al aan dat hun programma `experimenteel en tijdelijk van aard is'. Een proefballon dus. Een modieuze visie, die geen oog heeft voor de langere termijn. De kans is groot dat deze extra miljoenen vooral ten goede zullen komen aan de economie, en dat de kunst, als vanouds, het kind van de rekening zal zijn.