Cameron favoriet Britse Tories

Van David Cameron had tot voor kort vrijwel niemand gehoord. Maar nu twijfelt bijna geen Brit er aan dat hij de nieuwe leider van de Conservatieve Partij wordt.

Hij is jong en onervaren, maar als het aan de meeste Britse Conservatieven ligt, wordt David Cameron hun nieuwe leider. Als het tij meezit, zelfs hun premier.

Gisteren nam Cameron (39) in de tweede ronde van de race om het partijleiderschap onder Conservatieve Lagerhuisleden een duidelijke voorsprong op zijn twee overgebleven rivalen, David Davis en Liam Fox. Negentig Tories stemden op Cameron, 57 op Davis en 51 op Fox, die daarmee afviel. Het laatste woord is nu aan de partijleden, die de komende weken kunnen kiezen tussen Cameron en Davis.

Maar het moet gek lopen wil Cameron niet winnen. Uit een opiniepeiling in The Daily Telegraph, lijfblad van veel Conservatieven, bleek gisteren dat 59 procent van de leden voor Cameron was, 18 procent voor de veel behoudender Fox en slechts 15 procent voor de weinig charismatische Davis. Prompt riepen sommigen dat de race moest worden gestaakt. De kroning van de nieuwe leider kon plaatsvinden.

Maar Davis, die minder stemmen kreeg dan in de eerste ronde afgelopen dinsdag, wilde gisteravond nog van geen opgeven weten. ,,Nu begint de echte strijd pas'', aldus Davis, ,,de strijd van ideeën.'' Een enigszins verrassende mededeling, omdat Davis zich tot dusverre niet heeft onderscheiden met veel nieuwe ideeën.

Het voornaamste punt van Davis, zelf van bescheiden komaf, is een samenleving te scheppen, waarin iedereen een kans krijgt zijn potentieel te ontwikkelen. En hij hoopt ook in de steden, waar de Tories de laatste jaren veel terrein hebben moeten prijsgeven, weer aanhang te winnen.

Davis hoopt dat het grootste deel van de aanhangers van Fox zich nu achter hem schaart. Maar na een lusteloze rede op het Tory-partijcongres in Blackpool begin deze maand en een vaak wat stamelende presentatie geeft bijna niemand nog iets voor zijn kansen.

Zelden is een leider zo uit het niets gekomen als Cameron. Tot afgelopen zomer had nog vrijwel geen Brit van hem gehoord. Niemand nam hem serieus toen hij zich na de derde achtereenvolgende verkiezingsnederlaag van de Tories in mei verkiesbaar stelde als opvolger van partijleider Michael Howard. De ambitieuze jongeling leek geen schijn van kans te hebben tegen `kanonnen' als oud-minister van Financiën Ken Clarke en Davis, die ook al jaren in de voorste gelederen meeloopt.

Maar de Conservatieven zijn er deze maand van overtuigd geraakt dat Cameron de man is, die hen na acht magere jaren naar nieuwe successen kan leiden. Ook al is hij nog geen vijf jaar lid van het Lagerhuis en maakt hij pas sinds dit voorjaar deel uit van het Conservatieve schaduwkabinet. Daarin bekleedt hij de onderwijsportefeuille.

Het beeld kantelde radicaal op het partijcongres in Blackpool begin deze maand. Cameron hield daar, uit het hoofd, een bezielende rede. Vooral het woord `verandering' nam hij tientallen malen in de mond. Tegelijk maakte hij duidelijk geen conservatief van de harde lijn te zijn. Tot haar ergernis noemde hij het oude boegbeeld Margaret Thatcher geen enkele keer bij naam. In plaats daarvan neigt hij naar een modern conservatisme met compassie. Tijdens zijn rede sloeg er een vonk over naar de zaal. Eindelijk weer eens een nieuwe charismatische ster aan het firmament. Daarmee waren de Tories na de val van Thatcher in 1990 niet verwend.

Juist wegens zijn gebrek aan ervaring bleven velen ook na het partijcongres aanvankelijk nog aarzelingen koesteren over Cameron. Anderen stelden dat hij niet altijd even helder was over de koers, die hij wil inslaan, al was dan duidelijk dat hij verandering wilde. Sommigen beschouwden het als een handicap dat hij uit een welgestelde familie komt en op de prestigieuze kostschool Eton zat.

Maar zowel in Blackpool als in talrijke interviews wist hij te overtuigen. Op één gevoelige vraag weigerde hij antwoord te geven, hetgeen vorige week voor veel ophef in de media zorgde: Heb je als student in Oxford cocaïne gebruikt? Cameron draaide er een beetje omheen, zei dat hij wel eens dingen had gedaan, die hij nu niet meer zou doen en beriep zich er op dat ook een politicus recht heeft op een privéleven. Hij wilde beoordeeld worden op wie hij nu is, niet op daden uit zijn studietijd. Sommigen verweten hem verstoppertje te spelen, maar de kwestie leverde hem ook krediet op. Veel mensen vinden het verfrissend dat er weer eens een politicus is die de pers toegang tot zijn privéleven durft te weigeren.