BPI moet openheid geven

De onthulling door Banca Popolare Italiana (BPI) van 1,8 miljard euro aan controversiële transacties heeft niet bepaald geholpen de gedeukte financiële reputatie van de bank te herstellen. Ondanks geruststellende geluiden over haar kapitaalpositie zag BPI de beurskoers woensdag met ongeveer een vijfde kelderen, nadat de handel een dag lang was opgeschort.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom beleggers geschrokken zijn. BPI heeft begin dit jaar alle registers opengetrokken in haar poging de grotere concurrent Antonveneta over te nemen. De jongste onthullingen komen bovenop de bekendmaking door beurswaakhond Consob dat BPI had verzuimd te melden dat ze na de verkoop van 941 miljoen euro aan effecten aan Deutsche Bank nog steeds het risico droeg als die effecten in waarde zouden dalen.

De nieuwe onthullingen vallen in tweeën uiteen. De eerste houdt in dat BPI heeft toegegeven voor 925 miljoen euro te hebben belegd in hedgefondsen, wat overeenkomt met ongeveer een kwart van de marktwaarde vóór de koersval van woensdag. Dat geld werd bovendien deels weer in BPI zelf belegd en een ander deel ging naar Antonveneta, aldus BPI's nieuwe topman in een interview.

De bank zegt al 260 miljoen euro te hebben teruggevorderd, waarvan inmiddels 215 miljoen euro binnen zou zijn, en wijst erop dat de beleggingen ordentelijk gewaardeerd zijn.

Toch heeft de onthulling van BPI meer vragen opgeroepen dan beantwoord. In de eerste plaats: welke gesprekken zijn er tussen BPI en de hedgefondsen gevoerd voordat die laatste de aandelen van de bank kochten? In de tweede plaats: bestaat het geretourneerde bedrag van 215 miljoen euro uit harde contanten, en hoe makkelijk zal het zijn de rest van de portefeuille te liquideren?

De tweede onthulling van BPI hield in dat de bank 850 miljoen euro heeft geleend aan de Italiaanse zakenman Ricucci, een belangrijke bondgenoot in de strijd rond Antonveneta. Ricucci kocht grote belangen in BPI en Antonveneta. Hij kocht ook aandelen van het Italiaanse mediaconcern RCS, die werden gebruikt als onderpand voor een deel van zijn schuld aan BPI. De koerswaarde van deze aandelen is de afgelopen weken gekelderd, met als gevolg dat het onderpand nu nog slechts een waarde van 700 miljoen euro vertegenwoordigt. Dat betekent een potentieel verlies van 150 miljoen euro.

Deze onthulling roept nog een vraag op: heeft BPI ook geld aan andere bondgenoten in de strijd om Antonveneta geleend, en zo ja, zijn de betreffende onderpanden ook minder waard geworden?

BPI nam ooit een speciale positie in dankzij de innige banden tussen haar vroegere topman Fiorani en gouverneur Fazio van de Italiaanse centrale bank. Maar Fiorani is afgezet en Fazio's reputatie ligt aan flarden. Onder het nieuwe bestuur moet BPI proberen de betrekkingen met de markt te herstellen door volledige opening van zaken te geven over haar financiën. De halfbakken openheid van woensdag is niet genoeg.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.