Column

Ajaakkes

John Jaakke had geen idee hoe je Ajax schreef toen hij voorzitter van deze club werd. Aajaks met Kruif, Rinus Michiels en Jacques Zwart, gokte hij. John was een lieve advocaat, die volgens Johan Derksen vaker de gereformeerde kerk dan een voetbalstadion van binnen had gezien. Hij was vooral aangetrokken omdat hij redelijk objectief boven alle partijen stond. Daar had Ajax volgens Michael van Praag behoefte aan. De supporters waren oprecht verbijsterd. Vooral toen John in interviews verklaarde dat hij als jongen wel eens een wedstrijdje in De Meer had bezocht. Aandoenlijk. Maar voor zowel de club als voor John vond ik het zielig. John is een lieve corpsbal, een gezonde ijdeltuit, die met een beetje tuttige echtgenote naar een veilige opera in Het Muziektheater moet gaan. Of met de rest van het Gooi naar de donderdagavondserie in het Amsterdamse Concertgebouw. Zoiets. Maar die lieverd moet zich niet in kringen begeven waar hij niets te zoeken en zeker niets te vinden heeft. Ik zag hem een keer staan tussen wat voetbalpenose met hun opgespoten dames en een zacht medelijden schoot door me heen. Gooise kakker doet zijn best.

Michael van Praag had een rode paplepel omdat dat volgens zijn ouders mooi kleurde bij zijn witte griesmeel. Michael had nog een balletje getrapt met Jopie, wist meer dan alles van de club en sprak net zo fel met de FIFA als met de F-side. In de artiestenfoyer van de Haarlemse schouwburg heb ik met hem nog eens tot diep in de nacht gediscussieerd over de zielloze Arena. Over de meeste dingen waren we het niet eens, maar de liefde voor de club spatte uit onze woorden. En er werd gelachen. Jaakke is de humorloze diplomaat.

In eerste instantie dacht ik dat het wel goed zou komen. Uiteindelijk zat Klaas Nuninga ook nog in het bestuur. En Klaas ken ik als een degelijke spits die weet hoe rond een bal is en ik ken hem als een aardige man met verstand van voetbalzaken. Een clubman. Een supporter. Een man die met spelers kan praten en tegelijk weet waar het over gaat omdat hij zelf gespeeld heeft. Hij kent de geur van een trainingskamp, de lamlendigheid van het spelershome en de rock & roll van de roem. Een man die kan luisteren naar trainer Blind omdat hij als oud-speler Danny heeft zien komen, zien groeien tot vedette en hem nu kan volgen als trainer. Maar Jaakke? Tsja? Geen vleugje voetbalgeur. Ik ruik statenbijbels en godsvrees. En volgens mij is de man zielsongelukkig.

Natuurlijk probeert hij wat zielsverwanten binnen de club te halen en waarschijnlijk daarom wordt directeur Arie van Eijden, een Ajacied in hart en nieren, opgevolgd door het broodje hockeybal Maarten Fontein, een kakker met een mud hete aardappelen in zijn keel. Ik vrees dat ze van Ajax meer een merk dan een club willen maken en dat het meer om de marketing dan om de wedstrijd gaat. Hij zal van Ajax een product maken. Maar Ajax is geen product. Ajax is een Amsterdamse voetbalclub, die met spoed van de beurs moet worden gehaald. Toen ik die cricketer hoorde blaten spoten de tranen uit mijn hart.

Toen ik gistermiddag hoorde dat John de laatste deskundige, Klaas Nuninga, uit het bestuur heeft gewerkt, schrok ik me dood. Het gaat toch al zo slecht met de club. Gelukkig las ik in Het Parool dat John bereid is om zelf ook af te treden. Mijn advies? Doen! Is beter voor Ajax en beter voor John. Hij is een prima ouderling, kan vast een Bourgogne feilloos van een Bordeaux onderscheiden, maar op het tikkie ordinaire voetbalveld heeft hij niks te zoeken. John, doe me een lol, hou de eer aan jezelf en vertrek. Laat het voetbal aan de kenners over. Je bent een schat, maar je moet terug naar je villa. Niemand is boos op je, maar laten we het de chemie noemen.

Wie je op moet volgen? Klaas Nuninga natuurlijk. En als die niet wil? Alexander Pechtold. Waarom? Die heeft echt overal verstand van! En die heeft binnenkort echt alle tijd!