Zeepbel ploft

De ooit opgehemelde biotechmedicijnen hebben de mooie beloften niet waargemaakt.

Alemtuzumab, rituximab, basiliximab, infliximab, palivizumab. Het lijken namen van Azteekse heersers, of misschien Etruskische vorsten. Pegfilgrastim, eptacog, nonacog en moroctocog doen meer denken aan dictators van een staatje achter de Oeral. Maar het zijn de namen van de nieuwe biotechmedicijnen, geneesmiddelen ontworpen met moderne DNA-recombinatietechnieken en gefabriceerd door genetisch veranderde bacteriën of zoogdiercellen.

De biotechmedicijnen werden 15 jaar geleden aangekondigd, omgeven met grote beloften. Het zouden toverkogels zijn die doelgericht hun plaats in het menselijk lichaam zouden vinden om daar feilloos hun werk te doen. Ze zouden veiliger en zeer werkzaam zijn. En goedkoop.

Die oude beloften worden gememoreerd door de Italiaanse onderzoekers Negri, Joppi en Garattini, verbonden aan het Instituut voor farmacologisch onderzoek in Milaan, in een artikel in het British Medical Journal (15 oktober). Ze draaien een bittere pil. Al die mooie beloften zijn maar zeer ten dele ingelost, schrijven ze. De drie keken naar de werking, bijwerking, het toepassingsgebied en de prijs van (alle) 61 biotech-medicijnen die tussen 1995 en 2003 in Europa op de markt kwamen.

Van die 61 waren er 15 echt nieuw. Ze bestrijden een ziekte waarvoor nog geen medicijn bestond, ze werken beter dan bestaande medicijnen of ze werken bij patiënten die ongevoelig waren geworden voor het oudere medicijn. 22 van de biotechmedicijnen zijn wat veiliger, of gemakkelijker in gebruik en vallen in de categorie `beperkt niet-therapeutisch voordeel'. En de andere 24 zijn domweg me too producten. Die lijken sprekend op een eerder uitgebracht medicijn en hebben ook dezelfde toepassing. Fabrikanten maken ze om een graantje mee te pikken op een grote markt.

De onderzoekers zijn niet alleen teleurgesteld in het innovatieve karakter van de medicijnen, maar ook in het wetenschappelijk onderzoek naar de juiste dosering en naar de werking. Het ,,wekt de indruk dat commerciële belangen belangrijker zijn dan de grondige ontwikkeling van medicijnen in het belang van de patiënten.''

Insuline is een voorbeeld van een medicijn (tegen suikerziekte) dat al bestond, maar nu helemaal biotechnologisch wordt bereid. Vroeger isoleerden de fabrikanten insuline uit de alvleesklier van slachtdieren, vooral varkens. Een moderne insuline, zoals insuline lispro, wordt tegenwoordig geproduceerd door een genetisch veranderde bacterie en is gelijk aan het menselijke insulinemolecuul, afgezien van een bewust aangebrachte verandering die er voor zorgt dat deze insuline snel in het lichaam actief wordt en zo de suikerpiek meteen na het eten goed verwerkt. Dat middel is niet innovatief, vinden de Italianen, maar maakt het leven van diabetici makkelijker. Een soortgelijk product (insuline aspart) is ingedeeld in de me too-categorie. Het is een copycat.