`Veel opstellers hebben commerciële band'

Ook in Nederland worden medische richtlijnen opgesteld door mensen die banden hebben met de branche. Dokter Jako Burgers weet er meer van.

Ook in Nederland oefenen farmaceutische bedrijven invloed uit op het opstellen van medische richtlijnen. Voor buitenstaanders is nauwelijks zichtbaar hoever die invloed reikt. Het moet transparanter, vindt dr. Jako Burgers die specialist is in de kwaliteit van richtlijnen.

In de Verenigde Staten hebben veel medici die meewerken aan de totstandkoming van richtlijnen een zogenaamd 'belangenconflict'. Farmaceutische bedrijven betalen hen bijvoorbeeld voor het geven van lezingen, of om in adviesraden zitting te nemen. Of de onderzoeksgroep van de medicus doet onderzoek dat betaald wordt door het farmabedrijf. Althans, die situatie schetsen journalisten van het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Zij onderzochten vooral Amerikaanse richtlijnen.

Nederland kent vergelijkbare toestanden, zegt Jako Burgers. Hij werkte mee aan een internationale standaard voor de kwaliteit van medische richtlijnen, die ook voorwaarden stelt aan de invloed van de farmaceutische industrie. Ook begeleidt hij, naast zijn baan als huisarts, als programmaleider het opstellen van de richtlijnen van de Orde van Medisch Specialisten. Burgers: ,,Het is vrijwel onmogelijk om een richtlijn te maken met alleen mensen die géén belangenconflict hebben. Tachtig tot negentig procent van de medisch specialisten heeft banden met de industrie.''

Via die banden proberen farmaceutische bedrijven de totstandkoming van een richtlijn te beïnvloeden, stelt Nature. Zodat hun medicijn bijvoorbeeld bovenaan de lijst van geadviseerde geneesmiddelen bij, zeg, astma of verhoogd cholesterol komt. Burger kent daarvan voorbeelden, zegt hij. ,,Twee jaar geleden verscheen er een richtlijn over erectiestoornissen van de Stichting ter Bevordering van Seksuologie in de huisartsenpraktijk. Het was onduidelijk wie de richtlijn had gefinancierd, maar het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) vermoedde dat de industrie erachter zat. Het NHG heeft zich vervolgens van de richtlijn gedistantieerd.''

Burgers: ,,De meeste medici zeggen: we worden niet beïnvloed door het geld dat we krijgen. Maar er is genoeg onderzoek waaruit blijkt dat dit wel zo is. Zo publiceerde het vooraanstaande Journal of the American Medical Association twee jaar geleden een studie waaruit bleek hoe de industrie invloed heeft op de uitkomsten van medisch-wetenschappelijk onderzoek. Toen dacht ik: dat gebeurt soms ook bij richtlijnen.''

Bewustwording van die invloed leidde er de afgelopen jaren toe dat wetenschappelijke tijdschriften steeds vaker in detail laten zien hoe het gesteld is met de contacten tussen onderzoekers en hun financiers. Er staat dan bijvoorbeeld dat onderzoeker x betaald wordt om lezingen te geven voor fabrikant y. Burger: ,,Maar bij richtlijnen gebeurt het nog nauwelijks.'' De twee belangrijkste opstellers van Nederlandse richtlijnen – het Nederlands Huisartsengenootschap en het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO – eisen weliswaar dat leden van een richtlijnwerkgroep laten weten welke banden ze hebben, maar die worden niet openbaar gemaakt.

Mensen als Burgers, die toezicht houden op deze werkgroepen, moeten ervoor zorgen dat wetenschappelijke belangen de overhand houden. ,,Ik denk dat dat wel voldoende waarborg geeft.'' Toch worden medici die blijk geven van wat hij een `verborgen agenda' noemt niet uit de groep gezet. ,,Zover zijn we nog niet.''

Burgers vindt het belangrijk dat een werkgroep bestaat uit mensen met een verschillende achtergrond. ,,Een eenzijdig samengestelde werkgroep geeft de meeste verstoring. Het is acceptabel als medici door verschillende bedrijven worden gesponsord, niet door één. En laat bijvoorbeeld ook verpleegkundigen deelnemen en mensen van patiëntenorganisaties – al worden die organisaties soms ook door de industrie betaald.''

Burgers zegt niet, zo benadrukt hij zelf, dat de meeste richtlijnen beïnvloed zijn. Maar het kan beter. ,,Ik maak me er sterk voor dat de invloed van de industrie explicieter wordt genoemd in een richtlijn. Noem ze met naam en toenaam. En laten farmaceuten zich maar in een hoorzitting uitspreken over richtlijnen die in de maak zijn. Dan komt hun mening tenminste boven tafel.'' If you can't beat them, join them? ,,Inderdaad''.

De richtlijnenorganisatie NICE, van de Britse overheid, kent al een dergelijk systeem.