Succesvolste Nederlandse kunstmanager ooit

Martijn Sanders, die volgend jaar vertrekt als directeur van het Amsterdamse Concertgebouw, is de krachtigste en succesvolste kunstmanager die Nederland ooit kende. Sinds hij in maart 1982 aantrad zonder werkervaring in de klassieke muziek, veranderde het chique maar gezapige en wrakke Concertgebouw in een volcontinu muziekbedrijf: de drukst bezochte concertzaal ter wereld. Het aantal concerten per jaar steeg van 450 tot meer dan 800, het aantal bezoekers van 450.000 tot ruim 800.000.

Bovendien maakte Sanders met de combinatie van een voortvarende zakelijke aanpak en hoge artistieke ambities het Amsterdamse muziekleven tot een internationale hotspot. De eigen programmering, naast die van het Concertgebouworkest en impresario's, werd door Sanders spectaculair uitgebreid en opgewaardeerd. Anders dan vroeger treden de belangrijkste orkesten, musici en zangers ter wereld nu met grote regelmaat op in Amsterdam. Jessye Norman, Thomas Hampson, Cecilia Bartoli en tal van andere topartiesten werden publiekslievelingen. Zelfs de legendarische pianist Vladimir Horowitz kwam kort voor zijn dood in 1989 nog tweemaal.

Sanders renoveerde het Concertgebouw in alle opzichten en gaf het een nieuw prestige. Kort na zijn aantreden kreeg Sanders te horen dat het Concertgebouw – in 1888 gebouwd door particuliere muziekliefhebbers – door zijn fundamenten zakte. Hij organiseerde een fondsenwervingsactie die 45 miljoen gulden opbracht, eenderde afkomstig van overheden, tweederde van particulieren. In 1988, bij de viering van het eeuwfeest, stond het Concertgebouw op een nieuw fundament. Het had een nieuwe vleugel en was volledig onderkelderd, terwijl alle concerten drie jaar lang gewoon waren doorgegaan. Het Concertgebouw – voorheen de elitaire `Tempel aan de Van Baerlestraat' – begon met lagere drempels aan een tweede leven voor een veel groter publiek.

In de Grote Zaal en de Kleine Zaal – beide inmiddels in oude glorie gerestaureerd – kwamen steeds meer concertseries. Sommige zijn duur, zoals de wereldberoemde orkesten, andere goedkoop, zoals de Zondagochtendconcerten. De programmering werd steeds gevarieerder, zoals met de Carte Blanche-serie, maar ook met jazz, wereldmuziek en kinderconcerten. Jongeren kunnen goedkoop naar binnen via de vereniging Entree, per jaar bezoeken nu 25.000 Amsterdamse schoolkinderen het Concertgebouw. Vroeger was het Concertgebouw in juli en augustus gesloten, sinds 1989 bestaan de Robeco Zomerconcerten – dit jaar waren er 87, ook een met Ali B.

In economisch opzicht had Sanders het tij mee, want in de eigen programmering werkt het ongesubsidieerde Concertgebouw puur commercieel, mede dankzij sponsoring. Maar Sanders' Concertgebouw bleek immuun voor recessies. De sponsors bleven en melden zich soms zelfs eigener beweging bij het Concertgebouw.

Sanders huist daar in het centrum van een netwerk met relaties in de financiële sector, het bedrijfsleven en de kunstwereld. Ook bekleedt Sanders tal van nevenfuncties in besturen, stichtingen en fondsen op kunstgebied, in Nederland en daarbuiten. Zo is Sanders ook commissaris van de Amsterdam Arena en van het bioscoopbedrijf Jogchems Theaters, waar hij werkte nadat hij in Amerika een Masters Degree in Business Administration haalde. En als verzamelaar van beeldende kunst is hij lid van de aankoopcommissie van het Stedelijk Museum, die overigens al zes jaar niet meer bijeen is geweest.

Een merkwaardige zijstap was Sanders' voorzitterschap van de Avro, begonnen in 1997 en dit voorjaar geëindigd, toen de ledenraad het bestuur afzette. Het leiden van een omroep met problemen terwijl het omroepbestel toch al sterk ter discussie stond, werd door velen gezien als zijn eerste voorspelbare mislukking.

Begin dit jaar werd Martijn Sanders door de Engelse koningin Elizabeth II benoemd tot Commander of the British Empire wegens zijn verdiensten voor de promotie van Britse muziek, zoals zijn British Season. Een organisatorische tour de force en van blijvend muzikaal-historisch belang was in 1995 het Mahler Feest.