Pietje Bell met vrolijke deuntjes

,,Who the hell is Pietje Bell?'', zingt een handvol hiphopjeugd ter opening van Pietje Bell de musical. Daarna verplaatst de handeling zich naar het vooroorlogse Rotterdam, met bijbehorende, schilderachtige decors en kostuums. Eerst wordt de held van het verhaal geboren, dan volgen kwinkslagen in de schoolklas, daarna zien we de eerste botsingen met Tante Cato en nog te veel om op te noemen, tot het bijna pauze is. Pas dan komt er iets van een intrige op gang.

Wat dat betreft heeft de musicalbewerking, die gisteravond in première ging, veel weg van de oorspronkelijke boeken van Chr. van Abkoude. Ook daarin was vaker sprake van een opeenvolging van losse avonturen dan van een pakkende plot. Maar in de eerste Pietje Bell-film van Maria Peters (2002) werden al die losse scènes kundig bij elkaar gehouden in een script, dat de door Pietje opgerichte Bende van de Zwarte Hand tot hoofdmotief maakte.

Zoiets is Edwin de Jongh, die het script voor deze musical schreef, niet gelukt. Hij is met de brokkelige structuur van de boeken blijven zitten. Bovendien slaat hij voortdurend zijwegen in. Hij zet allerlei bijfiguren op de voorgrond en laat ze liedjes zingen, waarin Pietje Bell langdurig buiten beeld blijft.

Pietje Bell de musical telt achttien liedjes, waaronder heel wat overbodigs: een circusoptocht, een nummer over wandelingen in Delft en een lied van zusje Martha, dat haar weggevluchte broertje mist. Het zijn allemaal scènes die het toch al moeizaam opgebouwde verhaaltje in de weg zitten. Op teksten die soms veel te verheven zijn om in de volkse sfeer te passen: ,,Met open ogen was ik blind / voor alles wat ons aan elkaar verbindt'' (aldus Martha over Pietje). Jammer dat de vrolijke, aansprekende melodietjes van Ruud Bos het moeten stellen met weergave via band.

Op de première-avond werd de Pietje-rol met verve gespeeld door de 14-jarige Pim Wessels, maar voor de tournee zijn er nog zeven andere Pietjes. Naast hem valt vooral Johnny Kraaijkamp op, als een hoekige, soms diabolische drogist Geelman. Af en toe legt hij de kluchtigheid er wel erg dik bovenop, maar zo'n karikaturale stripfiguur gaat hem beter af dan de meeste anderen.

Zo leek het een grappig idee Tante Cato als travestie-rol te spelen, maar Eric Beekes is net niet markant genoeg om er een glansnummer van te maken. En ook in de rest van het ensemble overheerst, ondanks de gevarieerde enscenering van regisseur Arnold Hemmel, de middelmaat.

Ik had gehoopt dat Pietje Bell de musical een folkloristisch ogend feestje zou zijn, maar het lukte maar niet betoverd te raken.

Voorstelling: Pietje Bell de musical. Gezien: 19/10 Luxor, Rotterdam. Tournee t/m 30/4. Inl. 030-2673762, www.pietjebelldemusical.nl