Persstemmen over Saddam

New York Times

Eén van de beste manieren om [...] een beschadigde samenleving te herstellen is systematisch gerechtelijk onderzoek te doen naar de misdaden van het oude regime. Dat moet worden gevolgd door een eerlijke berechting van de mensen die persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. In het geval van Irak, waar de opleiding en benoeming van juristen decennialang een politieke speelbal zijn geweest van dictators, had daarom een beroep moeten worden gedaan op internationale juridische experts en op relevante precedenten uit het internationale strafrecht. De regering-Bush en haar Iraakse bondgenoten hebben zich daar krachtig tegen verzet, omdat daarmee de doodstraf zou zijn uitgesloten.

Toen het besluit om te werken met Iraakse juristen en Amerikaanse adviseurs eenmaal genomen was, hadden zij goed moeten worden afgeschermd van politieke druk. In plaats daarvan is het speciale tribunaal dat de rechtszaak organiseert blootgesteld aan voortdurende manipulatie en intimidatie door Ahmad Chalabi, de onophoudelijk complotterende geëmigreerde politicus die van anti-Ba'athistische vendetta's zijn jongste politieke specialiteit heeft gemaakt.

Ten slotte zou dit proces anders zijn gevoerd als het een serieuze poging was om de onfrisse hiërarchische betrekkingen en verantwoordelijkheden binnen het Ba'athistische regime aan het licht te brengen en duidelijk de persoonlijke verantwoordelijkheid van Saddam Hussein voor althans een deel van de ongeveer 300.000 moorden die uit zijn naam zijn begaan, vast te stellen. Dan had de zaak systematisch moeten worden opgebouwd, van de mensen in het veld die de moorden uitvoerden, via de functionarissen van wie zij hun bevelen kregen, en zo verder langs de bevelsketen omhoog naar Saddam Hussein zelf.

In plaats daarvan begon het proces met wat volgens de openbare aanklagers en de politici het gemakkelijkst te bewijzen was: een massa-executie in een sjiitische plaats in 1982 na een mislukte moordaanslag op Saddam Hussein. De daders van die moorden moeten worden berecht, maar als het erom gaat de bredere criminele samenzwering aan het licht te brengen, de werkelijke schuldigen te straffen en de meelopers vrij te pleiten, dan hadden eerst andere rechtszaken moeten plaatsvinden.

Wat nu gebeurt is dat een smalle, sektarische regering een soort showproces voert, waarbij kwalijke elementen uit de Ba'athistische wetgeving worden geleend om te komen tot een snelle, politiek aansprekende executie.

the Daily Star

Zowel in Irak als in Libanon hopen de vele burgers wier levens en familieleden te lijden hebben gehad onder de moorddadige regimes, dat de leiders van die regimes door de rechters zwaar zullen worden gestraft. Maar vergelding is niet het enige dat nodig is om de wonden van de Irakezen en de Libanezen te genezen en de burgers het gevoel te schenken dat de zaak is afgedaan; belangrijker nog is dat de gerechtigheid en de rechtsorde worden gehandhaafd. Terwijl deze processen en onderzoeken zich afspelen, mag het verlangen naar wraak de behoefte aan gerechtigheid niet verdringen. Het is de verantwoordelijkheid van de inwoners van beide landen om erop aan te dringen dat gerechtigheid geschiedt en dat de beklaagden al hun wettige rechten genieten. Bij het uitstippelen van een nieuwe toekomst voor onszelf in de regio kunnen wij het ons niet veroorloven de ene soort dictatuur door de andere te vervangen.

Als de rechtszaken tegen Saddam en de voormalige leden van de Libanese en Syrische regimes naar behoren verlopen, wordt dat een keerpunt in de geschiedenis van de Arabische wereld. Dat machthebbers voor de rechter verantwoording moeten afleggen is zonder precedent in deze regio, waar dictators, koninklijke families en despoten van oudsher hun gang hebben kunnen gaan. In dat opzicht is het proces tegen Saddam een goede eerste stap naar de creatie van een Arabische samenleving op basis van een rechtsorde.

The Independent

Dat de voormalige dictator van Irak, wanneer hij eenmaal levend gevangen was, zou moeten worden berecht, was een hoogst wenselijke zaak. [...] In principe was er alle reden om de voorkeur te geven aan een berechting door het Internationale Strafhof (ICC). Het ICC is tenslotte juist opgericht om dit soort zaken naar objectieve maatstaven te kunnen afhandelen. Maar er is ook iets voor te zeggen om Saddam te laten berechten door een gerechtshof dat is samengesteld uit zijn eigen volk. Tenslotte waren zij, en niet de buitenwereld, zijn voornaamste slachtoffers.

Aan de belangrijkste vereisten doet dat niets af. Wil de uitspraak van de rechters gerespecteerd worden, dan moet het proces aan de hoogste internationale normen voldoen. Alles moet glashelder zijn, de beklaagde moet fatsoenlijke verdedigers krijgen en hij moet naar behoren zijn woord kunnen doen. Helaas is er op dit punt nu al gerede twijfel gerezen.

De status van de rechtbank is, op zijn zachtst gezegd, twijfelachtig. Deze werd geïnstalleerd terwijl Irak formeel nog bezet gebied was. Sindsdien is de soevereiniteit weliswaar overgedragen, maar toch vooral in theorie. Saddams advocaten beweren ook dat de VS betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor het proces. Dat werpt de vraag op door wie Saddam hier wordt berecht: een gerechtshof dat optreedt uit naam van het Iraakse volk, of één dat wordt geleid vanuit Washington.