Laat de spelling toch met rust

Tot gekwordens toe verschijnt om de zoveel tijd een nieuw Groen Boekje. Een overbodige (elke spelling is tot op zekere hoogte zelfregulerend), schadelijke en kostbare aangelegenheid, betoogt Nicolaas Matsier.

Met veel bombarie is het nieuwe Groene Boekje gepresenteerd – alsof het een feestelijke gebeurtenis betrof. Zo van: le beaujolais primeur est arrivé! De uitgave werd op de voet gevolgd door een nieuwe grote Van Dale. Diverse andere woordenboeken komen er ongetwijfeld aan. Allemaal omdat, zoals de reclame voor het Groene Boekje wil, de boel `geheel vernieuwd' is. Alle schoolboeken kunnen weer lekker omgespeld worden de komende jaren. Zo is er weer een hoop werk te doen. Als de verantwoordelijke ministers van Nederland en Vlaanderen, of de parlementen, of als er niets anders opzit de uitgevers en de schrijvers daar nu niets tegen ondernemen, zal deze festiviteit zich voortaan eens per tien jaar voltrekken.

Het eerste Groene Boekje verscheen in 1954. Het tweede in 1995. Daar zat dan tenminste nog vijftig jaar tussen. Deze derde uitgave zal, als het aan de Taalunie ligt, de eerste zijn in een nooit meer eindigende reeks. Want er moet nu eenmaal `geactualiseerd' worden, zegt de commissie.

Maar waarom zou dat überhaupt moeten? En áls dat al moet, waarom zou dat dan in zo'n krankjorum tempo moeten? En, belangrijkste vraag, waarom zou de Taalunie daarvoor beter geëquipeerd zijn dan de meer toegewijde taalgebruikers zelf en vooral het publicerende en uitgevende deel daarvan in noord en zuid?

In het voorwoord van de zojuist verschenen woordenlijst wordt, en dat is werkelijk angstaanjagend voor wie zich realiseert waar het over gaat, al gesproken van `het spellingkeurmerk van de Nederlandse Taalunie.' Aha, en wat doet dat dan, zo'n spellingkeurmerk?! ,,Het spellingkeurmerk biedt taalgebruikers de garantie dat zij het product van hun keuze met vertrouwen kunnen gebruiken.'' Hier past alleen een hartgrondige vloek.

Voor wie zoals ik geboren is in of voor 1945 behelst deze woordenlijst de derde spellingswijziging in één mensenleven. De eerste spelling overkwam mij als schoolkind. Ik wist niet beter, mijn lezende en schrijvende leven was nog maar net begonnen, dus wat kon het me schelen: bessesap (één bes) en bessenjam (vervaardigd van meer bessen) – best hoor! Ik behoorde tot de doelgroep, bestaande uit de overheid en het onderwijs. Want alleen aan die twee kan een nieuwe spelling worden opgelegd in Vlaanderen en Nederland.

Met dat eerste Groene Boekje is het geeikel over de tussen-n begonnen. Wie het nu nog eens opslaat, zou dat boekje uit 1954 inmiddels bijna dromerig kunnen stemmen. Want het bevatte voor heel wat woorden twéé spellingen. Bij voorbeeld: conclusie; ook k o n k l u s i e. Maar ging je dan konklusie bekijken, dan kwam je niet verder dan: konklu-; zie conclu-. ZIE, zo leerde je destijds al snel, betekende: dit is de voorkeurspelling (een woord dat in het Groene Boekje II zijn officiële entree in onze taal deed). OOK betekende: zo kan het weliswaar, maar doet u dat toch maar liever niet, gebruiker van dit boekje. Meesterlijk idee, waardoor de Hollandse kool en de Vlaamse geit gespaard werden. Want een hardnekkig relict uit de Vlaamse taalstrijd vormden de vermaledijde `Franse' letters c, q, x en y. Het zijn evenwel letters die van begin af aan deel hebben uitgemaakt óók van de oudste spellingen van het Nederlands, afkomstig als ze waren uit het al voorhanden alfabet, dat van de tweede geschreven Europese taal, het Latijn.

Ontzettend leuke tijd dus. Het kon zus, maar het kon ook zo. De situatie leek meer op wapenstilstand dan op vrede. Er is overigens geen enkele reden voor het noorden om zich in dit verband op de borst te kloppen. Het is vooral aan Vlamingen te danken geweest dat een hele verzameling van hondsdolle (noordelijke) spellingswijzigingsvoorstellen de eindstreep niet gehaald heeft in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

In 1980 werd de Nederlandse Taalunie opgericht. Aan deze instelling werd (onder meer) de spelling toevertrouwd door vier ministers uit Nederland en Vlaanderen. Een fraaie ironie heeft gewild dat de naam van de nieuwe instelling volgens de eigen regels van het Groene Boekje van meet af aan fout gespeld is. Die had moeten zijn: de Nederlandse Liggend Streepje Taalunie. Het streepje verduidelijkt dat het hier niet gaat om één of andere taalunie van of in Nederland, maar om een unie van het Nederlands.

Het tweede Groene Boekje, van 1995, was het eerste dat onder auspiciën van deze Taalunie tot stand kwam. Het maakte onder meer een officieel einde aan de dubbelspelling: conclusie was voortaan weer uitsluitend conclusie. Een verstandige (in dit geval toevallig Noord-Nederlandse) voorkeur voor continuïteit in de spelling heeft het hier dan voor een keer eens gewonnen, zou je kunnen denken. Maar die voorkeur hád zich al uitgekristalliseerd – onder de schrijvende taalgebruikers zelf.

Elke spelling is tot op grote hoogte zelfregulerend. De voorkeurspelling die het groene licht kreeg van het Groene Boekje wás in een tussentijdse – niet door de Taalunie gezegende – herziene woordenlijst allang een lexicografisch feit. Zulke zaken kunnen namelijk met een gerust hart aan de schrijvers, de redacteuren, de uitgevers en speciaal de professionele woordenboekenmakers worden overgelaten. In feite is dat al heel lang de gebruikelijke situatie in Groot-Brittannië, waar de overheid de spelling niet tot haar taken rekent.

Vanaf 1995, echt geen toeval, is daar ook de jaarlijkse kermis van het Nationaal Dictee. Als iets de indruk zou kunnen versterken dat spelling `nu eenmaal' een aangelegenheid is voor bollebozen en maniakken, voor gekken en voor mensen met een hobby, danwel voor mensen die er speciaal voor doorgeleerd schijnen te hebben, dan moet het wel het Nationaal Dictee zijn – gepresenteerd vanuit het Binnenhof. Het is treurig dat het zover gekomen is. Het Nationaal Dictee heeft van het spellen nadrukkelijk een soort sportprestatie gemaakt, in plaats van een elementaire bekwaamheid van iedereen die fatsoenlijk onderwijs heeft gehad.

Het is het Groene Boekje II geweest – een eenmaal geïnstalleerde commissie moet iets omhanden hebben – dat het gezeik over de tussen-n, de verbindings-s, het trema, de dubbele punt, het liggend streepje niet alleen lustig voortgezet heeft, maar ook uitgebreid met nieuwe, onnavoelbare, en zelfs onderling tegenstrijdige regels. Zo zorg je ervoor dat je direct alweer aan het Groene Boekje III kunt gaan werken!

Welaan, dat is er nu dus. Het gekrakeel over het Groene Boekje III, waarvan de Taalunie dezer dagen weer gretig kennis kan nemen, kan dan op zijn beurt weer dienen als opmaat tot het volgende weer geheel vernieuwde, 1.056 pagina's tellende, niet alleen dure, niet alleen volmaakt overbodige, maar vooral ook schadelijke Groene Boekje nummer IV.

Elke spellingwijziging in deze vorm kost de overheid, heeft men uitgerekend, een half miljard. Maar de schade is nog ontzaglijk veel groter. Denk aan de `gewone' woordenboeken die aan zo'n Groen Boekje gekoppeld zijn. Niemand lijkt het zich te realiseren, maar zo'n Groen Boekje is weer overbodig zodra de woordenboeken hun stompzinnige spellingsinhaalslag hebben gemaakt. Denk ook aan al die om te spellen school- en bibliotheekboeken. Maar denk bovenal aan degenen die al dat drukwerk plegen te maken: schrijvers en andere pennenvoerders, redacties, uitgeverijen.

En denk, verreweg het belangrijkste, aan al die lezers die dankzij een stuk of wat regelneven en -nichten van de Taalunie met de zoveelste leeshinder worden opgescheept. Weer nieuwe woordbeelden, nieuwe streepjes, nieuwe tremaatjes, plotseling weer verdwijnende danwel verschijnende tussenletters – godallemachtig. En weer veroudert al het gedrukte Nederlands volstrekt zonder enige noodzaak.

Het vervelende is dat alles wat ik hier te berde breng al ik weet niet hoe vaak te berde gebracht is, ook in deze krant. Ik zeg helemaal niets nieuws: spellingen zijn nooit logisch en nooit consequent; wie daarnaar streeft, streeft een hersenschim na. Dat weet menige geïnteresseerde taalgebruiker, daar hoef je geen deskundige voor te zijn.

Laat de spelling dus met rust. Ontsla de spellingcommissie. Als dat niet kan, hef de Taalunie op. Zie er niet langer een overheidstaak in. Kinderen zijn de enigen die moeten leren spellen. Er is geen enkel bewijs dat kinderen gebaat zouden zijn bij een `eenvoudiger' of `consequentere' of `actuelere' spelling. Kinderen leren gewoon de spelling die er is, en dat hebben ze altijd al gedaan.

De enigen die – grote – schade ondervinden van elke beweging op het spellingsfront zijn juist degenen die vertrouwd zijn met de spelling.

Daarom pleit alles voor rust – die paar nieuwe woorden die erbij komen, zijn heus in goede handen bij de vaklieden die onze woordenboeken maken. Er is niets te winnen met Groene Boekjes die zelf niet ouder dan tien mogen worden.

Nicolaas Matsier is schrijver.