Kramer blijft allroundschaatsen trouw

Voor Sven Kramer staat het allroundschaatsen nog voorop. De 19-jarige rijder wil nog van geen specialisatie weten. ,,Ik kijk verder dan Turijn.''

Het nieuwe logo van TVM toont een afbeelding van de Italiaanse laars op gladde ijzers. De grootste Nederlandse schaatssponsor maakt ten overvloede duidelijk waar en wanneer het komende ijsseizoen de sportieve en commerciële belangen liggen. Over 113 dagen beginnen in Turijn de Winterspelen en dan moet het elftal van profrijders in topvorm zijn. Eén schaatser richt niet specifiek op de olympiade; voor allrounder en nieuwkomer Sven Kramer zijn de EK's en WK's even belangrijk.

Op de ploegpresentatie van TVM in Heerenveen maakte de regerend Nederlands kampioen gisteren duidelijk waarom de Spelen voor hem niet heilig zijn. ,,Ik ga niet mijn eigen ruiten ingooien en wil het allrounden niet opgeven'', vertelde de 19-jarige Kramer op zelfverzekerde toon. ,,Als ik me in de voorbereiding alleen op de lange afstanden richt, zou me dat de komende drie jaar als allrounder de kop kosten'', aldus de Nederlandse revelatie van het vorige schaatsseizoen.

De zoon van oud-schaatser Yep Kramer, die in 1983 tweede werd op het EK, kent zijn klassiekers. Hij weet dat tweevoudig Europees én wereldkampioen Hilbert van der Duim, een generatiegenoot van zijn vader, bij gebrek aan een favoriete afstand nooit olympisch goud wist te winnen. Hetzelfde overkwam later Hein Vergeer, Leo Visser en Rintje Ritsma; de beste allrounders liepen spaak op de Spelen. Het leek in de jaren tachtig een Nederlands schaatssyndroom: de beste allrounders waren allesbehalve succesvolle olympiërs gebleken.

Dat het ook anders kon, bewezen de stayers én gouddelvers Bart Veldkamp (1992), Gianni Romme (1998) en Jochem Uytdehaage (2002). Hun goldrushes leken in Nederland het einde van een rijke allroundcultuur in te luiden. Maar de schijn bedroog, want met Sven Kramer heeft de nationale schaatstop weer een typische alleskunner in huis. De junior werd vorig seizoen in zijn debuutjaar bij de senioren tweede op het EK allround en derde op het WK allround. Het WK afstanden liet hij vervolgens schieten, om maar aan te geven waar zijn prioriteiten lagen en liggen.

Kramers kracht ligt op de lange afstanden en hij is gezien zijn recordtijden op de vijf en tien kilometer zeker kansrijk voor eremetaal in Turijn. Maar hij heeft de trainingen voor de kortere afstanden afgelopen zomer zeker niet lichter opgevat. ,,Ik heb voor een goed compromis gekozen'', wist de eerstejaars beroepsrijder gisteren te vertellen. ,,Ik ben nog jong en specialiseren kan altijd nog. Ik moet fysiek nog groeien en wil niet alleen maar duurtraining doen. Bovendien wil ik de 1.500 meter ook niet uit het oog verliezen.''

Kramer sprak in de schaatstaal van de Amerikaan Eric Heiden (1980) en de Noor Johann Olav Koss (1994), de laatste allrounders die in een olympisch jaar respectievelijk vijf en drie keer goud wonnen. Zij waren schaatsers van een uitstervend ras. Het hardrijden is geëvolueerd; wie zich nu niet specialiseert, heeft op de Spelen weinig meer te zoeken. Kramer lijkt zich weinig van deze moderne schaatswet aan te trekken. Hij mag van zijn sponsor dit seizoen nog even freewheelen; de oude garde moet zich wel specialiseren. Turijn is normaal gesproken hun eindstation.

,,Ik kijk verder dan Turijn'', sprak de neo-prof met goedkeuring van zijn geldschieter. Onder leiding van zijn nieuwe coach Gerard Kemkers heeft hij deze zomer harder getraind dan ooit tevoren. De als voorzichtig bekendstaande trainer probeert Kramer ,,minder wisselvallig'' te laten rijden. Zijn aanpak – en die van de Amerikaanse wereldtoppers Chad Hedrick en Shani Davis – lijkt een vroege dood te sterven. Nooit meer schommelende rondetijden, volgens de dogmatische Nederlandse schaatsleer. Kramer, de geboren vechtjas, is niet bang voor een conservatieve rijstijl. ,,Liever allemaal vlakke tijden dan één superlangzaam rondje'', herhaalde hij de leer van Kemkers cum suis.

In de zomermaanden heeft hij op de fiets en op de skeelers veel `zwarte sneeuw' gezien. ,,Ik lag op trainingskamp soms al om negen uur in bed, wat niks voor mij is. Ik heb misschien wel 15 tot 20 procent meer trainingsuren dan vorig jaar om deze tijd'', wist de Fries.

,,Bij TVM is de concurrentie ook groter dan bij Jong Oranje. Mijn omgeving is minder beschermend. We zijn vanaf nu keiharde concurrenten van elkaar. En waarom zou ik dat al niet in Turijn kunnen zijn? Ik zie het als een uitdaging de moeilijke weg te kiezen.''