Jongere moet werkritme opdoen

Iemand onder de 27 krijgt in Amsterdam niet zomaar een uitkering meer. Nu gemeenten zelf de bijstand moeten betalen moeten alle jongeren aan het werk.

Als het werkt voor jongeren tot 23, waarom zou het dan niet werken voor `jongeren' tot 27? Dat is de gedachte achter het besluit van de gemeente Amsterdam om jongeren tot 27 voortaan geen uitkering meer te geven. Werk, een stageplek of een opleiding, dat is wat ze kunnen krijgen als ze zich melden voor een uitkering. En het is geen vrijblijvend aanbod, wie niet meedoet wordt op zijn uitkering gekort.

Bij de groep tót 23 jaar werkt dit beleid volgens de gemeente goed: in Amsterdam krijgen nu 800 jongeren tussen 17 en 23 een bijstandsuitkering, een fractie van de in totaal ruim 42.000 bijstandsgerechtigden in Amsterdam. ,,Ongekend laag'', noemt de woordvoerder van verantwoordelijk wethouder Aboutaleb dat aantal. Dus kunnen de 2.000 uitkeringsgerechtigden tussen de 24 en 27 in het vervolg dezelfde behandeling verwachten.

De maatregelen zijn een gevolg van de Wet Werk en Bijstand, die gemeenten in 2004 financieel verantwoordelijk maakte voor de bijstandsuitkeringen, in plaats van het rijk. Gemeenten hebben er nu zelf belang bij werklozen aan het werk te krijgen, en dat heeft volgens Thof Tissen tot een omslag in het denken geleid. Hij is voorzitter van de directeursvereniging van de gemeentelijke sociale diensten. ,,Gemeenten letten op het eigen budget, en dus op de kansen van uitkeringsgerechtigden op een baan.''

Door die nadruk op werk zijn gemeenten volgens Tissen zelf ook ondernemender gaan denken. ,,De grenzen tussen de afdelingen Economische Zaken en Sociale Zaken vallen weg. Gemeenten die bedrijven helpen zich binnen de gemeentegrenzen te vestigen, willen dat zo'n bedrijf ook een aantal mensen uit de bijstand in dienst neemt.'' Daarnaast hebben in de meeste gemeenten de sociale diensten samenwerkingsverbanden aangeknoopt met lokale werkgevers, om beter aan de vraag naar werknemers te kunnen voldoen. ,,Alleen maar aandacht voor zorg en opleiding leidt niet tot banen.''

Werknemers staan niet altijd te springen om mee te doen aan gemeentelijke werkgelegenheidsprojecten. ,,We moeten van ver komen, na 30 jaar beroerde publieke dienstverlening'' zegt Eise van der Sluis, directeur van werkgeversvereniging MKB Amsterdam. Maar de resultaten van de laatste jaren noemt hij ,,bemoedigend''. Zo heeft de gemeente Amsterdam sinds ruim een jaar een vacature-service, waarin de plaatselijke CWI (het voormalige arbeidsbureau) en het MKB samenwerken. Werkgevers kunnen zich daar melden als ze iemand nodig hebben, en ze krijgen binnen 72 uur een gekwalificeerde kandidaat uit de `kaartenbakken' van het CWI. ,,Zo neemt de gemeente de ondernemer heel veel administratieve rompslomp uit handen.''

Voor jongeren die nog scholing nodig hebben, zijn er leerbanen. Werken bij een werkgever én naar school. ,,Daar zijn er in één jaar meer dan duizend van gecreeerd.'' Nog verder gaat het detacheringsplan voor langdurig werklozen waar Amsterdam mee van start gaat. Een nieuw te vormen banenpool neemt de werklozen in dienst, leidt ze op en zendt ze uit naar ondernemers. Omdat het financiële risico van ziekte bij de gemeente ligt, zijn ondernemers bereid mensen in te zetten die lang niet gewerkt hebben. Wat ook helpt zijn het administratieve gemak en de flexibiliteit – bedrijven kunnen zó van deze werknemers af. ,,Dat heet maatschappelijk verantwoord ondernemen'', zegt Van der Sluis ,,maar het is natuurlijk gewoon zakelijk denken''.

Omdat het aanleren of houden van werkritme inmiddels het uitgangspunt is van de sociale diensten, worden jongeren vaak door de gemeenten zelf aan het werk gezet. In Rotterdam moet sinds april dit jaar iedereen tot 23 jaar die zich meldt voor een uitkering, en die niet met een opleiding kan beginnen, meteen aan de slag bij de gemeentereiniging: negentig man werken daar inmiddels. In Den Haag hebben ze dit jaar ook de leeftijdsgrens van de zogenoemde `sluitende aanpak' verruimd van 23 tot 25: iedereen die zich meldt wordt aan het werk gezet, of moet een opleiding volgen. Groepen zoals tienermoeders, die niet voltijds kunnen werken, gaan in deeltijd opleidingen volgen en vrijwilligerswerk doen.